Het gifje slokt alles op

De wereld is in de ban van het gifje. Toch zijn de bewegende internetplaatjes niet alleen leuk. Ze zijn veel meer dan dat, ontdekte Iris Cuppen in haar masteronderzoek.

Soms lijken de dingen in de verkeerde volgorde te staan. Het internet kwam in 1989 online en werd in 1993 toegankelijk voor het brede publiek. Maar het gifje, de flikkerende animatie die het web heeft veroverd, is gemaakt in 1987, twee jaar voordat het internet bestond. Hoewel het oorspronkelijk andere bedoelingen had: het Graphics Interchange Format bestandsformaat was bedoeld om grafische informatie te tonen, zoals gekleurde weerkaarten, zonder dat het veel opslag zou vergen.

Aan de volgorde zal het bij Iris Cuppen niet liggen. In het tweede jaar van de opleiding Grafisch Ontwerp aan de kunstacademie Sint Joost begon ze te experimenteren met film, wat er uiteindelijk op neerkwam dat ze steeds korte, bewegende plaatjes maakten. In 2013, haar afstudeerjaar, stelde ze vast dat ze meer interesse had in de theoretische kant van het maakproces, dan in de praktische. De optelsom maakte zichzelf.

Eén: de theorie zocht ze in de opleiding Culture Studies aan Tilburg University. Twee: daar schreef ze een paper over gifjes, ontdekte dat die veel invloed hebben op bijvoorbeeld politieke verkiezingen en dat niemand er werkelijk controle over heeft. Iedereen kan een gifje maken, en eenmaal online is het zelden weg te krijgen. Drie: hoewel het in eerste instantie absurd leek om er twintigduizend woorden aan te wijden, schreef ze een masterscriptie over gifjes.

Website als scriptie 

Met haar scriptie wilde Cuppen het gifje inhoudelijk én qua vorm benaderen. Dus maakte ze een website waar, anders dan gebruikelijk, eindeloos horizontaal en verticaal doorheen gescrold kan worden. Net als een gifje heeft de scriptie eigenlijk geen begin of eind. En anders dan op gedrukt papier zorgen de internetplaatjes, die Cuppen tussen alinea’s heeft gevoegd, voor een surreële beleving. Net als je leest dat het gifje naast een communicatiemiddel ook een kunstobject is, scrol je tegen January Jones aan die in de tv-serie Mad Man een zonnebril op zet. Of Hillary Clinton die een glas wijn de keel in giet. 2-bettyihavenothingtosayonlytoshow.com. Maar er valt genoeg over het gifje te zeggen, Cuppen moest zich zelfs beperken. Ze benadert het gifje vanuit de bijzondere relatie die het heeft met cinema, televisie en video. Volgens de klassieke mediatheorie komen media voort uit voorgaande media, maar de cinema begon juist ooit zoals het gifje met korte bewegende beelden, groeide uit tot een verhalende techniek die van A naar Z gaat, en wordt nu opgeslokt door het bewegende internetplaatje dat doorgaans maar een paar seconden duurt. Vanuit deze hoofdlijn scheert ze in drie essays, over esthetiek, gebaren en architectuur, langs en over het gifje. 

Van iedereen

Hoewel de essays zich los laten lezen en een eigen conclusie hebben, kan Cuppen wel een overkoepelende conclusie formuleren: “We moeten het gifje niet onderschatten. Het was eigenlijk bedoeld voor programmeurs, maar zodra het beschikbaar kwam voor normale gebruikers had niemand er meer controle over. Het gifje is van iedereen.”

Advertentie.

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.