De Club van Rome: Geklutste eieren

“Ik vind gewoon dat we nog even íets van overleg moeten voeren voordat we… voordat we de mensa gaan bestormen en mensen met eieren beginnen te bekogelen.”, zei Benjamin, “Ik bedoel… dit is een beschaafd land. Een democratie!” Zijn gewoonlijk zo expressieve, ietwat zachte en meisjesachtige gezicht stond bijzonder ongelukkig. Ik zuchtte. Deze vergadering kon nog wel even duren. We zijn nog lang niet zo verenigd als we graag zouden zijn. Onze leider Benjamin raakt dikwijls in conflict met Nico, het meest radicale lid van De Club van Rome. Vatte Benjamin zoals vandaag het plan op om als ludieke actie alle van legbatterijen afkomstige eieren in de mensa te onderscheppen, dan wilde Nico daar overheen door de eieren op het mensa-personeel kapot te gooien, de klanten te gijzelen, de kok neer te steken, en, om het af te maken, de mensa af te branden en zout op de verkoolde resten te strooien zodat er nooit meer een nieuwe mensa kon groeien.
“Er wordt niet overlegd”, beet Nico hem toe, “Verdomde salonsocialist. Van uitstel komt afstel. We doen het vandaag. Nú. NU NU NU!!” Hij schopte ritmisch en steeds harder met zijn voet tegen een stoelpoot, net zolang tot de daaraan vastzittende stoel ondersteboven aan de andere kant van de koffiekamer lag.
Het bleef even stil. Benjamin, Kathleen en ik waren een beetje bang om teveel tegen hem in te gaan. Nico was gebouwd als een boom, een heel regenwoud zelfs, eentje dat terugsloeg als je hem probeerde te kappen. Hoewel hij ergens vóór in de twintig moest zijn, torste hij alle verbittering van vijf mensenlevens met zich mee.
Edje was de eerste die iets durfde te zeggen. “Ik heb nog wel een ander plan voor een actie.” De student communicatiewetenschappen Edje stond niet bekend als het meest praktische lid van de Club en ik hield mijn hart al vast. “We zetten overal op de unie de verwarmingen vijf graden omhoog! Dan zullen ze allemaal eens voelen hoe het is om te leven in een ‘global warming’-klimaat.”
“En dan de ramen open zeker?” Kathleen gaf hem een ferme klap tegen zijn achterhoofd. “Pure verspilling! Dat is het slechtste idee ooit. Je bent ontslagen!”
Edje werd rood en lachte zenuwachtig. Hij wist ook wel dat ze het niet meende. De Club ontsloeg nooit iemand, niet nu het zo moeilijk was om aan capabele mensen te komen.
Benjamin keek nerveus naar Nico, te bang om hem van zijn gestoorde plan af te praten. Ik begreep dat het aan mij was om in te grijpen. “Jongens, laten we allemaal niet te hard van stapel lopen. We blijven vandaag bij Benjamins plan. Daar zijn we voor gekomen, en het is onverstandig om er op het laatste moment van af te wijken. De mensa, vanmiddag om half een, het drukste tijdstip. We stormen naar binnen, graaien alle legbattereieren uit de schappen en smijten ze op de grond kapot. Daarna roepen we op luide toon ‘De Club van Rome komt naar je toe deze winter!’ Zo blijft het ludiek en hoeft er niemand gewond te raken. Maar neem allemaal je bivakmutsen mee. Gewoon. Voor de zekerheid.”
Ik ging er van uit me hier voldoende mee te hebben ingedekt.
Ik zat er uiteraard verschrikkelijk naast.

*

Een klein uur later zaten we op een rijtje in gebouw Vigilant, tegenover een drietal zeer boos ogende bewakers, die antwoorden wilden.
“Geef me één reden om jullie niet aan de politie uit te leveren…”, zei de hoofdbewaker.
“Censuur!”, riep Nico, “Censuur en onderdrukking! Ik ben een politieke gevangene!”
“Politiek? Wat jullie deden is diefstal en vernieling”, zei een bewaker met een nogal ratachtig gezicht, “Vernieling van universiteitsbezittingen. Wat denk je nou helemaal bereikt te hebben? Een puinhoop in de mensa. Nu moeten er weer dozen vol nieuwe eieren worden besteld. En wat te denken van die arme kok die jullie naar huis hebben gestuurd, eigeel in heur haar? Het is een schande.”
“Had ze maar een haarnetje moeten dragen”, gromde Nico.
“Een tante van vijf kinderen, en die pakken jullie zo aan.” De bewaker spoog. Een dikke fluim landde in Benjamins gezicht. In plaats van de fluim weg te vegen bleef hij de bewaker woedend aanstaren. Gepassioneerd overkomen, dat kon hij. Hij was een goede ‘poster boy’ voor duurzaamheid, alleen jammer dat er zo weinig inhoud was.
“De wereld is nog niet klaar met ons”, zei hij strijdlustig, “Maar wij zijn nog niet klaar met de wereld.” Een bewaker schoot in de lach.
Ik probeerde na te gaan hoe het zo vreselijk uit de hand was gelopen maar het was allemaal zo snel gegaan. We waren binnengestormd, hadden ons recht naar de bak met eieren begeven. Ik had overenthousiast een handvol eieren uit de bak gegraaid, wat, zo bleek al snel, er drie meer waren dan ik kon vasthouden. Ze vlogen uit mijn handen, in het rond. Een paar eieren waren op Nico’s broek geland, en de jongen had gemeend dat hij bekogeld werd. Vanaf dat moment was het alleen maar erger geworden. De eieren waren alle kanten op gevlogen. Enkele passerende eerstejaars hadden gemeend dat er een ‘food fight’ was uitgebroken en waren mee gaan doen.
Het ergste moest nog komen, kwam pas nadat de bewaking ons eindelijk had laten gaan, toen we weer op ons HK arriveerden, en Edje het nodig vond om ons van het volgende op de hoogte te stellen. “Weet je wat ik net op internet lees? Albron gebrúikt al scharreleieren. Dus eigenlijk was wat wij net deden… helemaal nergens voor nodig.”
Hij grijnsde onschuldig. Ik duwde hem een ei in het gezicht. Tot Pasen wilde ik het woord ‘ei’ niet meer horen.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.