De Club van Rome: Papier hier

“Nou, dat was een succes”, zei Kathleen. Ze bedoelde het waarschijnlijk sarcastisch. Onze meest recente eco-awareness actie was zojuist geëindigd met een felle berisping door de campusbewaking, die slechts dankzij het over haar hart strijken door de kok van Albron had besloten de politie niet in te schakelen. Er waren tenslotte maar 28 scharreleieren gesneuveld, en Benjamin had beleefd aangeboden deze uit de kas van de Club van Rome terug te betalen, iets waar Nico, toch al zo’n heethoofd, nu vreselijk kwaad over was.
“Dit zijn concessies! We zijn in de uitverkoop gegaan! Je hebt je idealen verkwanseld! Je bent de Paul McCartney van de Club van Rome!”
“Ik vond 5 euro vrij beschaafd voor 28 eieren.”, mompelde Benjamin, zelf het grootste ei, “Wees blij dat ze ons niet lieten betalen voor de emotionele schade.”
“Jongens”, zei ik toen we weer waren aangeschoven aan het ene tafeltje in de koffiekamer dat we tot ons hoofdkwartier hadden gebombardeerd, “Het roer moet om!”
“Geen acties meer?”, vroeg Edje, met iets van opluchting. Er zat nog steeds eigeel in zijn haar.
“Niet perse. Laten we in ieder geval proberen om op minder negatieve wijze in de schijnwerpers te komen”, zei ik.
“Hoe? Door bloemetjes te vlechten voor de wereldvrede?”, vroeg Nico, “Ik walg van je. Mogen raven je ogen uitpikken, Meijerink!”
“We gaan helemaal geen bloemetjes vlechten”, zei ik geïrriteerd, “Nee, we zullen vervuilers hier op de campus op een nette en beleefde manier op hun gedrag aanspreken. Heren en dame, vandaag begeven wij ons tussen de mensen!”

Het oprapen van papiertjes had niet onmiddellijk alles met traditionele duurzaamheid in de zin van energieverbruik en biodiversiteit te maken maar het was gemakkelijk genoeg om onze lijn van promotie van duurzaamheid door te trekken naar vuilprikken en puinruimen.
Ondanks het barre novemberweer waren er veel studenten op de been, en hun vervuiling was er niet minder om. Ik zag een zesde- of zevendejaars het glanzende papiertje van een Twix op de grond werpen en ging er meteen op af.
In het zicht van een groep mensen die bij de ingang van gebouw D stond te roken, sprak ik hem aan. “Vind je dat soms normaal? Er staat nota bene een prullenbak, nog geen vijf meter hier vandaan.”
De zesdejaars werd rood. Hij had van zichzelf al een tamelijk rood gezicht maar het werd volgens mij nog net wat roder. “Het spijt me zó erg. Vestig hier geen aandacht op, alsjeblieft.”, zei hij met een blik op de toekijkende mensen.
Ik knikte begripvol. “Dat zal ik niet doen. Als je het opraapt.”
“Wee mij, wee mij! Mijn ouders maken me af als ze er achter komen dat ik een Twix-papiertje op de grond heb gegooid”, ging hij verder, met een zielig stemmetje, “Als de decaan maar geen boze brief naar ze schrijft. Oei oei oei, wat zal er dan toch met me gebeuren? Ik moet vast een week lang nablijven! Of misschien word ik wel van school gestuurd!”
Ik keek hem onderzoekend aan, onzeker of hij me belachelijk stond te maken. Het verlossende woord liet niet lang op zich wachten. Hij lachte bulderend en liep verder. “Papiertjes oprapen… Baklap! Ik ben toch geen schoonmaakster!”
“Dat vind ik een heel ongezonde mentaliteit!”, riep ik hem nog na. Toch kon ik me niet aan het idee onttrekken dat ik hier gezichtsverlies had geleden. De groep rokers stond me zelfs uit te lachen. “Dat Twix-papiertje raapt zichzelf niet op, hoor!”, zei ik hen ten einde raad. Ik raapte het Twix-papiertje op.
Kathleen was beter bezig; ze had een grotere prooi te pakken: een heuse professor, met pandjes op zijn jas en een pijp in zijn mond.
“Ik wil graag dat u die rotzooi opveegt”, zei ze. Hij had kennelijk zojuist zijn pijp op de stoep uitgetikt.
De professor kon hier alleen maar arrogant om lachen. “Een interessante casus. Stel nu”, zei hij peinzend, “dat er ook een universum was waarin ik de pijp wél in de prullenbak had geleegd. Volgens de quantum-fysica zouden er dan twee universa zijn, waaronder het universum dat ik zojuist beschreef en dít universum, waarin de tabak nog op de grond ligt. Tevens zou er een universum zijn waarin ik gewoon was doorgelopen en al een eindje verderop stond. Let op: nu sta ik hier.” Hij deed een paar passen vooruit, van de tabakresten vandaan. “… en nu sta ik hier. Een inspirerende theorie. Ik denk dat ik er een proefschrift over ga schrij…”
“Geen uitvluchten!”, onderbrak ze, “Welk vak doceert u?”
Hij versomberde. “Encyclopedie van het recht… Maar ik begrijp niet hoe…”
“Nou dan… Geen gezeur over quantum-universums. Of wilt u soms dat ik een scene ga schoppen?”
Met een beschaamde blik schoof hij de resten as en tabak in zijn handen en droeg ze naar een prullenbak. “Ik doe dit niet graag.”, mompelde hij.
Ik hoorde kreten achter me. Nico had het kennelijk erg bont gemaakt. Hij schreeuwde een vrouw in een rolstoel toe dat haar bandensporen een zwarte pek op de stoep achter lieten en stond op het punt haar uit de rolstoel te trekken. Ik snelde toe en voerde hem met zachte dwang van haar weg.
Wisselend succes dus. Zo ging het soms ook. Met vallen en opstaan krijgen wij de campus schoon.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.