De Club van Rome: Femke Falsema

De Club van Rome zat in de problemen. Slechts een muur scheidde ons van een zaal vol mensen die waren verschenen om naar een speech van Groenlinks-politica Femke Halsema te luisteren, terwijl wij zojuist hadden geconstateerd dat onze chauffeur een verkeerde Femke had opgepikt.
“Wie ben jij nou weer?”, vroeg ik de hoogblonde vrouw met de grote bril.
“Ik ben Femke”, zei ze opnieuw, “Nou, moet ik nog een speech geven?” Femke Falsema wilde de deur naar DZ4 al openen maar ik zette mijn voet ervoor.
“Niet zo snel. Wat… waarom ben je hier?”
Ze wees naar Edje. “Dat manneke stond op het station met een bord waar ‘Femke’ op stond. Dacht dat mijn kinderen iemand hadden gestuurd om me op te halen. Ja, weet ik veel. Maar ik doe die speech dan ook wel meteen, hoor. Moet ‘ie ook een thema hebben?”
Ik werd gek hier. “Wácht. Wie ben je nog meer dan Femke?”
Ze keek me niet-begrijpend aan.
“Heb je iets met milieu?”, vroeg Kathleen.
“Nou ja. Ik heb een biobak.”, zei ze, “En soms krijg ik jam van mijn moeder. Die woont in het dorp. Maakt haar eigen jam.”
“Zit je ook in de politiek?”, wilde Benjamin weten.
Ze schoot in de lach. “Nou já. Ik stem soms. Ik ben kapster in Goirle.”
Ik zuchtte diep. “Ga maar weer. Edje zal je terugbrengen naar waar je moet zijn. En daarna heeft Edje ons een hoop uit te leggen.”
De kapster liep rood aan. “Nou wordt ‘ie mooi!”, zei ze, “Ik houd er niet van zo behandeld te worden, nee menéér! Ik ben misschien geen groot licht. Ik zit niet bij Greenpeace of Unesco, maar… maar mijn neef wel! Je moet niet denken dat de kleine man niets om het milieu geef. Spuitbussen komen mijn huis niet binnen en ik kook twee avonden per week vegetarisch. Mijn man houdt er wel niet van maar ik zeg tegen hem, ik zeg: of je kookt zelf of je past je aan. Ik heb misschien ook maar de Huishoudschool gedaan maar ik weet hoeveel een spaarlamp hélpt!”
Gedurende deze fraaie, gepassioneerde en bovenal geméénde speech keek ik van Kathleen naar Benjamin. We dachten duidelijk alledrie hetzelfde. We hadden onze begenadigde, enthousiasmerende ‘keynote speaker’ gevonden. Was dat niet wat we zochten? Wat maakte het uit dat deze kapster niet Femke Halsema was? Zolang ze een mooi, enthousiast verhaal kon vertellen, zaten we gebakken.
Ik knikte, haalde mijn voet weg van de deur. “Ik denk dat het in orde is.”, zei ik tegen de kapster, “Ga de zaal maar binnen. Ik denk dat er een hoop mensen op je speech zitten te wachten…”

*

Het werd een fiasco. Vooraleerst moet ik zeggen dat de speech zelf deugde en vanuit het hart kwam. De kapster sprak over haar jeugd in het dorp en over haar broer met wie ze in de zomer kikkers ging vangen in de sloot tegenover hun huis, om te concluderen met de opmerking dat op die exacte plaats nu een slagersbedrijf stond. Het sneed door mijn hart en ik betrapte mezelf er op dat ik een traantje wegpinkte.
De filistijnen konden er echter niet veel mee. Halverwege haar speech werd de kapster onderbroken door mensen in het publiek die wilden weten waar Femke was.
‘Ik ben Femke’, bleef de kapster maar zeggen. Maar de mensen waren voor Femke gekomen, en met minder dan dat zouden ze geen genoegen nemen. Soms is het kennelijk niet de boodschap die telt, maar puur de persoon die haar verkondigt. De lokale wethouders stormde weg, en daarna ging het snel. Een gemeenteraadslid smeet een stoel naar het podium en zwoer dat hij een klacht bij de rector in zou dienen. De slecht geïnformeerde ‘Slayer’-fan begon in zijn eentje een ‘mosh pit’ en bezorgde de vloer onherstelbare schade.
“Het was nota bene een gratis lezing.”, zei Benjamin hoofdschuddend, “Wij zijn deze mensen niets verplicht.”
We schonken de kapster de fles wijn die we Femke hadden willen geven en zetten het op een lopen, voordat de massa zich met geweld tegen ons zou keren.
“De volgende keer toch maar Al Gore dan?”, stelde Edje voor.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.