IVA: ‘vrijheid van wetenschap bedreigd’

Na ruim een halve eeuw sluit onderzoeksinstituut IVA de deuren. 35 mensen verliezen hun baan. De recessie is daar vooral debet aan, maar is niet de enige oorzaak, aldus IVA-directeur Marc Vermeulen. De overheid heeft duidelijk minder behoefte aan onafhankelijk onderzoek. De vrijheid van de wetenschap wordt bedreigd. “We kregen steeds vaker het verzoek onze vraagstelling en conclusies richting het ingezet beleid te sturen. Maar wij weigerden dat.”

Tijdens het interview haalt Vermeulen een bekende slagzin aan. Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Niet ongewoon voor het commerciële bedrijfsleven, maar de overheid kon een kritische noot nog wel waarderen. Dat klimaat is veranderd door de opkomst van politieke partijen op de flanken, zoals LPF, SP en PVV die de kritische noten kunnen inzetten voor eigen politiek gewin. En dus zijn de ministeries bang voor onwelkome boodschap. “Door veranderingen in het politieke discours staat de behoefte aan onafhankelijk beleidsondersteunend onderzoek onder druk. We kregen de afgelopen vijf jaar steeds vaker het verzoek ons advies gewenst te maken. Dit probleem speelt ook bij andere instituten, hoor ik. Onderzoek is zelden eensluidend. We zeggen nooit, taakstraffen verminderen de criminaliteit, punt. We zeggen altijd, taakstraffen kunnen bijdragen aan vermindering van criminaliteit mits voldaan wordt aan voorwaarde x en y. En de overheid heeft geen behoefte meer aan kritische wetenschappers of nuance. We kregen meer dan eens te horen dat opdrachtgevers bang waren dat de oppositie onze kanttekeningen zou uitvergroten. Het proces van beleidsonderzoek is verpolitiekt. Vaak laat de overheid überhaupt geen onderzoek meer plegen, omdat ze denken dat ze er toch niets mee kunnen. Als ze al iets laten doen is het quick and dirty. Niet te diepgaand, niet te ingewikkeld. Dat type gedrag krijg je in een low trust society die niet goed in zijn vel zit. Door alle kabinetswisselingen staat het systeem onder druk. Kritisch onafhankelijk denken is typisch een fenomeen dat bij een high trust society past. Een samenleving of instelling die zich veilig en senang voelt, durft zichzelf de maat te nemen.”

IVA is voor honderd procent afhankelijk van de derde geldstroom, projectgebonden financiering van (semi) overheid en van private instellingen. Het gaat om kortlopende opdrachten van enkele maanden tot een half jaar. En door de crisis moet ieder dubbeltje omgedraaid worden. In het verleden kwam een deel van die spaarzame dubbeltjes nog steeds bij IVA terecht. In de 55 jaar dat het instituut bestaat, overleefde het minstens drie crisissen. En die waren vaak nog veel zwaarder, onder meer de recessie uit de jaren 80. In 2012 draaide IVA een omzet van 2,5 miljoen. Een flink bedrag, maar een miljoen minder dan noodzakelijk. Vermeulen: “Een economische crisis is pijnlijk, maar inderdaad niet nieuw. Wel is het bijzonder dat het om een double dip gaat. We hebben in 2010 al gereorganiseerd, dat leek toen afdoende te zijn. Maar we konden geen kabinetscrisis en Griekse crisis voorzien. Ik ben 20 jaar geleden bij IVA gestart. Het aardige van het onderzoek naar arbeidsvraagstukken was dat je altijd werk had. In hoogconjunctuur was er behoefte aan onderzoek naar de vraag waar bedrijven personeel vandaag konden halen, in laagconjunctuur werd –ondanks geldgebrek bij de overheid- veel onderzoek naar sociale zekerheid gedaan. Alle denktanks op dat vlak zijn nu weg. De Raad van Werk en Inkomen wordt bijvoorbeeld ook niet meer door de Staat bekostigd. Het CPB rekent een plan even snel door en klaar.”

Het verhaal van Vermeulen past naadloos in het beeld van de laatste jaren waarbij de overheid een plan bedenkt en dat later terugdraait. Shoot First, ask questions later. Een actueel voorbeeld is het regeerakkoord, waarbij niet goed doorgerekend lijkt te zijn hoeveel procent in inkomen Nederlanders er nu op achteruit gaan. Vermeulen denkt dat de wal het schip gaat keren. “Kijk naar de discussie rondom passend onderwijs. Dat wordt bijna zonder onderzoek uitgevoerd. Ik sluit niet uit dat de overheid over vijf jaar op de maatregelen terugkomt.”

Bij IVA werken 35 mensen die door de opheffing van het instituut hun baan verliezen. Nieuwe banen liggen anno 2012 niet voor het oprapen. Toch hebben de onderzoekers van IVA nooit overwogen om onderzoek gewenst te maken om zo hun hachje te redden. De verleiding was er wel, geeft Vermeulen toe. “Al had ik dat gewild, er was geen enkel draagvlak om richting quick and dirty te gaan. Ons personeel is ook te hoog gekwalificeerd om daaraan toe te geven. We werken met hoogleraren, een behoorlijk deel van onze staf is gepromoveerd. Die zeiden dat ze liever wat anders gingen doen. Als je de uitslag van je onderzoek toch al weet, kun je het ook door een student laten uitvoeren. Wel zag ik dat onze onderzoekers in hun onderzoeksvoorstellen de veilige kant opzochten, ze deden aan zelfcensuur. Voorstellen werden net wat minder scherp geformuleerd, daar maak ik me wel zorgen over.”

Na jaren keihard werken valt het instituut waar je zo veel tijd in hebt gestoken om. De woorden van Vermeulen kunnen dan ook zuur overkomen. Het lijkt op het natrappen richting oude klanten. Hij is echter oprecht bezorgd, geeft hij aan. En hij steekt ook de hand in eigen boezem. “Als je met een vinger richting de markt wijst, wijzen er drie vingers terug. Wij zijn kennelijk ook niet in staat geweest om duidelijk te maken wat de meerwaarde is van onafhankelijk onderzoek. Overigens is er nog een derde reden dat de inkomsten tegenvielen. Valorisatie. Universiteiten zijn zich –met vallen en opstaan- meer met vraagstukken uit de samenleving bezighouden. Instituten als het IVA leefden bij de inefficiëntie van het kennissysteem. Nu dat kennissysteem beter is gaan werken, zijn we markt kwijtgeraakt. We zouden bijvoorbeeld vervolgonderzoek doen naar de vraag waarom psychische patiënten vaker slachtoffer zijn van misdaden. De opdrachtgever heeft er uiteindelijk voor gekozen om drie promovendi aan het werk te zetten. Ik ben daar echter niet negatief over. Op macro-niveau bezien is er sprake van welzijnswinst.”

Reacties

Univers vroeg een aantal –op de UvT gevestigde- onderzoeksinstituren of ze bovenstaand beeld herkennen.
Theo Nijman, wetenschappelijk directeur Netspar
“Ik herken het beeld dat maatschappij en overheid meer eisen stellen aan het bekostigen van onderzoek in die zin dat er een aantal jaren geleden meer ruimte was voor onderzoek om het onderzoek, terwijl men nu hoge eisen stelt aan de relevantie van dat onderzoek. Ik herken niet dat de opdrachtgevers het onderzoek meer dan vroeger naar een bepaalde conclusie zouden willen sturen. Specifiek voor Netspar onderzoek geldt daarbij dat er nogal eens verschillen zijn tussen de Netspar partners wat zij als gewenst uitkomst zien. Dat maakt het ongetwijfeld ook anders voor ons dan voor het IVA om buiten dit soort sturing te blijven.”

Henk Garretsen, directeur Tranzo
“Nog nooit meegemaakt! Maar wij verrichten amper kortdurend opdrachtonderzoek, dus de situatie is bij ons heel anders. We hebben in verhouding wel veel tweede geldstroom onderzoek.

Manon Osseweijer, Managing Director CentER: “Mede namens Prof. Frans de Roon, Vice-Decaan Onderzoek bij TiSEM, laat ik weten dat wij de door u genoemde (toegenomen) vraag naar ‘gewenst onderzoek’ niet herkennen binnen de instituten verbonden aan TiSEM.”

Ton Wilthagen, directeur ReflecT
“Wij hebben van dit verschijnsel geen last. Dat zal zeker te maken hebben met het feit dat we in veel mindere mate opdrachtonderzoek in enge zin doen. Wij werken of in een duurzame samenwerkingsrelatie met partners of we krijgen funding (onderzoekssubsidie) waarbij de output alleen in wetenschappelijk opzicht hoeft te worden verantwoord. Natuurlijk zijn wij ook ons bewust van de spanning die Marc Vermeulen noemt, die heeft altijd bestaan. Ik kan niet aangeven of hier sprake is van een groeiende tendens. Ik acht dat overigens niet uitgesloten, gezien de veranderde politieke verhoudingen. Wij proberen ons altijd op te stellen als “betrokken doch onafhankelijk”. Dat wordt meestal zeer gewaardeerd.”

Anton Vedder, directeur bij TILT
“Wij hebben geen last van de toegenomen vraag naar onderzoek met (vooraf vaststaande) gewenste conclusies. Ik denk dat dat komt door een veel grotere variëteit van financiers en ook door onze basisoriëntatie op interdisciplinair fundamenteel onderzoek. Ik denk dat men bij ons niet zo snel over gewenste uitkomsten begint. We zijn een echte universitaire instelling en stralen dat ook uit. We hebben kritische distantie behoorlijk stevig in het vaandel staan. Dat komt mede tot uiting in het feit dat we bij elke mogelijke onderzoeksopdracht en bij elke offerte en projectvoorstel zorgvuldig kijken of het past in het instituutsbrede onderzoeksprogramma, dat we telkens voor een periode van vijf jaar vaststellen. In dat programma houden we uiteraard rekening met actuele maatschappelijke vragen en publieke en private beleidskwesties die voor technologieregulering relevant zijn. Je wilt ten slotte met je onderzoek ook “valoriserend” bezig zijn. Maar we laten ons minstens net zoveel leiden door de actuele ontwikkelingen in het internationale wetenschappelijke debat en onze eigen nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid alleen al geeft met een bont team van juristen, filosofen, bestuurskundigen, techneuten en sociale wetenschappers een behoorlijke kritische massa, en dat zullen we heus niet verbergen.”

Marcel Das, directeur CentERdata
“Ik herken me niet in het beeld dat er een toegenomen vraag is naar gewenst onderzoek. Bruikbaarheid voor de opdrachtgever staat telkens centraal, maar dat betekent niet dat we het naar de opdrachtgever toeschrijven. We proberen in de onderzoeken zo objectief mogelijk te zijn en zijn ook voorstander van openbaarheid van de geschreven rapportages. Het is echter aan de opdrachtgever wat er met het rapport en de resultaten gebeurt.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.