Welkom in Tilburg: Brabants lelijkste eendje

Univers verwelkomt de nieuwe lichting studenten in Tilburg en helpt ze de stad leren kennen met een korte serie verhalen. Wist je bijvoorbeeld dat er echt Tilburgs bier is, dat we veel stadsgroen hebben en dat Tilburg vroeger veel mooier was? Vandaag de derde aflevering: waarom is Tilburg zo lelijk?

“Tilburg? Wat een lelijke stad!” Deze opmerking gaat meestal vergezeld van een fnuikend lachje: ‘Je zult er maar wonen!’ Tilburg heeft geen historisch stadshart zoals Breda of Den Bosch en delft vaak het onderspit in een (oneerlijke) vergelijking met deze steden. Tilburg moet het hebben van gefragmenteerde schoonheid of ‘archipunctuur’: verspreid door de stad liggen mooie plekjes en gebouwen, maar de brede ringbanen en betonnen kolossen vormen de meerderheid. Tilburg mist historisch karakter.

Hoe komt dat? De beschuldigende vinger wijst al snel richting burgemeester Becht alias Cees de Sloper. Becht was burgemeester van 1957 tot 1975. Hij was verantwoordelijk voor het ‘het plan van 72 miljoen’: omgerekend een kleine 220 miljoen in de euro’s van 2013. Volgens Becht was de bereikbaarheid van Tilburg slecht en moest er geïnvesteerd worden om de stad ‘een grote regionale uitstraling’ te geven. Een ambitieus plan, waarbij grote delen van het historische stadshart gesaneerd werden om plaats te maken voor wegen en nieuwbouw.

Becht zegt in een toespraak na zijn aantreden: “Een stad, in wier centrum het verkeer dreigt vast te lopen en waar ruime parkeerplaatsen ontbreken, dreigt door verkeer gemeden te worden. Een stad die het centrum is van een wijde omtrek en die geen goede schouwburg bezit, mist iets wezenlijks.”

De plannen van Becht moesten Tilburg aantrekkelijker maken voor bedrijven om zo de naderende werkloosheid het hoofd te bieden. De textielindustrie, de economische motor van Tilburg, lag op zijn gat. De Nederlandse textielindustrie kon de concurrentie met goedkopere producten uit het buitenland niet aan en ging massaal failliet, of vertrok naar het buitenland. Dit had ingrijpende gevolgen voor de werkgelegenheid: tussen 1955 en 1971 ging ruim de helft van de 11.000 banen in de Tilburgse textielindustrie verloren. Kinderen van de naoorlogse geboortegolf kwamen in deze jaren ook op de arbeidsmarkt: deze toename in het aantal arbeidskrachten leidde tot hoge werkloosheid, die Becht op wilde lossen. Ook wilde hij een einde maken aan de monocultuur in de industrie: Tilburg moest niet langer afhankelijk zijn van de textielindustrie.

Twee jaar na zijn aantreden, startte Becht met het 72-miljoen plan. Hoewel het plan breed gedragen werd door architecten en andere planologen – die het vooruitstrevend noemden, en met jaloezie keken naar de plannen en het gemak waarmee ze uitgevoerd werden -, leverde het de burgemeester toch zijn geuzennaam op.

Het plan van 72 miljoen
De nieuwe cityring en het aanleggen van de Oost-West boulevard moeten de bereikbaarheid van Tilburg vergroten, zo leest het plan van Becht. De volksbuurt Koningswei, een ‘koncentratie van zwak-socialen’ met verkrotte huizen, moest gesaneerd worden om plaats te maken voor een knooppunt van de cityring. Langs de nieuwe cityring verrijst ‘fraaie randstedelijke bebouwing’. Ook buiten het stadshart werd geïnvesteerd in scholen, zwembaden, musea en andere voorzieningen. De plannen waren niet helemaal nieuw, maar borduren voort op plannen van voor de oorlog, zoals Johan Rückerts ‘Algemeen Uitbreidingsplan’ uit 1917.

Deze nieuwe ‘fraaie randstedelijke bebouwing’ viel echter niet in de smaak bij een groep kritische Tilburgers, die na het aftreden van Becht hun gal spuien in een zwartboek met de ondubbelzinnige titel ‘Van de fouten moeten we leren’. De ‘fraai’ bedoelde bebouwing, zoals het nieuwe gemeentehuis, het kantongerecht en de bibliotheek waren volgens de schrijvers eerder ‘doodse betonnen gebouwen’.

Tijdens zijn burgemeesterschap kreeg Becht ook veel kritiek, maar die deed hij van de hand: “De plastisch-chirurgische behandeling, die de stad ondergaat, doet natuurlijk als elke andere operatie wel eens pijn. Die wordt blijmoedig op de koop toe genomen, omdat iedereen weet dat het gezicht van de stad schoner onder het mes vandaan zal komen en omdat de stad dan haar verschillende functies beter zal kunnen vervullen.”

Deze uitspraak was karakteriserend voor Becht. De stroom van kritiek op zijn plannen had ook te maken met de persoonlijkheid van Becht, zegt Henk van Doremalen, historicus: “Becht was nogal afstandelijk, praatte geaffecteerd en was een echte regent. Hij dacht te bepalen wat goed was voor de stad en kreeg daarvoor de grote meerderheid van de raad gewoon mee. Het kwam niet in hem op dat er ook mensen waren die de verkeersdoorbraken en de sloop van de oude wijken niet omarmden.”

Ommekeer
Een PR-actie in 1971 werd de Tilburgers te veel. Tilburgers ontvingen een “’liefdesverklaring’ die in Tilburg huis aan huis werd verspreid, waarin stond, hoe en waarom een rechtgeaarde Tilburger van zijn stad moest houden.” De gemeente stelde 900.000 gulden beschikbaar voor deze actie. Dat schoot de inwoners in het verkeerde keelgat: het geld kon beter ingezet kunnen worden om de échte problemen aan te pakken. Andere zaken speelden ook mee: het opleidingsniveau nam in die jaren toe en de gestegen welvaart en mobiliteit gaf burgers meer mogelijkheden om zich met gemeentebestuur te bemoeien, zo schrijft Leon Sebregts in zijn masterthesis over de Tilburgse architectuur.

De gemeente wijzigt haar beleid in 1975. Het plannen van de stad vindt steeds meer plaats met inspraak van burgers. Nieuwe gebouwen worden niet langer lukraak neergezet, maar dienen te passen bij de bestaande bebouwing. Continuïteit moest gewaarborgd worden om verdere sloop in de toekomst te voorkomen. Nieuwbouwprojecten moesten – vooral in het centrum – voor meerdere activiteiten en andere bestemmingen geschikt zijn. Tilburg was het slopen zat.

Eindstand
In 1975 daalden de stofwolken van het 72-miljoenenplan neer. De eindstand: een derde van alle panden in de binnenstad was afgebroken en het aantal inwoners in de binnenstad daalde van 7572 naar 3800. Er werd gewaarschuwd voor de ‘racebaansfeer’ op de ringbanen door de uitbundige verkeersverlichting en ‘veel witte verfstrepen’.

Het zwartboek uit 1975 staat vol met kritiek: “Aan daadkracht heeft het niet ontbroken, wel was er een tekort aan inzicht.” En de randbebouwing, met het gewraakte kantongerecht, schouwburg, gemeentehuis en bibliotheek waren ‘dekors die niet in staat blijken te zijn om het uitzicht op de leegte en het verval weg te nemen.’ De werkloosheid was ook niet overwonnen: in 1974 bedroeg de werkloosheid in Tilburg 7,3 procent: ruim twee procent boven het landelijke gemiddelde.

Jaren later wordt duidelijk dat de Tilburgse plannen hun tijd ver vooruit waren. Sebregts concludeert dan ook: “De architectuurgeschiedenis van met name de twintigste eeuw heeft hierdoor de kans gekregen haar producten in Tilburg op een meer nadrukkelijke manier achter te laten dan in andere steden. Niet alleen hebben de modernen er voet aan de grond gekregen, Tilburg is ook de eerste Nederlandse stad met een monumentenverordening. De afgelopen twintig jaar heeft Tilburg haar nadelen weten om te buigen in voordelen en heeft de stad zich ontwikkeld tot een voorbeeld voor de zogeheten ‘archipunctuur’. Van een gefragmenteerde stedenbouwkundige lappendeken heeft Tilburg zich kunnen ontwikkelen tot een voorbeeld op architectonisch en stedenbouwkundig gebied.”

“De komende periode gaan we uitblinken”
Waar het de komende periode heen? “Tilburg gaat de komende periode uitblinken”, triomfeert een woordvoerder van de gemeente Tilburg. De naoorlogse monumenten uit de periode Becht gaan binnenkort meer gewaardeerd worden en dat is nu te merken. Eerder dit jaar plaatste minister Bussemaker vier Tilburgse monumenten op een shortlist van potentiële rijksmonumenten: het Cobbenhagen gebouw op de campus, de kapel ’Onze Lieve Vrouw ter Nood’, de stadsschouwburg en het Centraal Station. En dat terwijl de stadsschouwburg veertig jaar geleden nog een grijze betonnen kolos genoemd werd.

De minister sprak tijdens de aankondiging de volgende woorden: “Monumenten zijn niet alleen in bouwkundig of artistiek opzicht van grote waarde, ze zijn ook verbonden met periodes uit onze geschiedenis en met onze persoonlijke herinnering en verhalen daarover. Als stille getuigen houden ze de herinneringen daaraan levend en zorgen ze ervoor dat die verhalen worden doorverteld en herverteld door vele generaties na ons.” Een goed punt van de minister.

Er kan eindeloos gediscussieerd worden of Tilburg mooi of lelijk is, want over smaak valt nu eenmaal te twisten. Maar dat de architectuur van Tilburg karakteristiek is voor deze stad staat buiten kijf. Of het nu mooi is of niet.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.