Bussemaker: “Studenten moeten uit hun comfortzone”

“Wat mij stoort is dat iedereen altijd maar hogerop wil.” Dat is één van de opvallende uitspraken die Jet Bussemaker doet in een groot Volkskrant-interview. De minister van OCW vindt dat de universiteiten overbevolkt zijn. Dit komt omdat geslaagden na hun eindexamen te vanzelfsprekend kiezen voor de hoogste vorm van vervolgonderwijs.Door de afschaffing van de basisbeurs houdt de minister budget over. Dat geld moet onmiddellijk terugvloeien naar het hoger onderwijs, waarbij wordt ingezet op kwaliteitsverbetering. Zo is er een streven naar kleinere groepen en meer contactmomenten student/docent. Hoe de plannen er precies uitzien, blijft vaag. Dat komt allemaal in een Strategische Agenda te staan, die later dit jaar verschijnt. In het interview maakt Bussemaker alvast helder waar haar prioriteiten liggen. Hieronder een paar quotes.

Over de kritiek op het rendementsdenken en de ‘opstand’ in de academische wereld.
“Ik herken het gevoel van ongenoegen, dat het te veel over efficiency gaat, over rendement. We worstelen met het enorme aantal studenten. Op zichzelf is dat een enorme winst, maar het brengt ook problemen met zich mee. We moeten constateren dat er op universiteiten meer aandacht voor onderwijs kan zijn.”

“Ik vind het idee van rendement niet helemaal raar. In de tijd dat ik studeerde, was er nog helemaal geen sprake van rendement. Toen had je de eeuwige student. Studieprogramma’s zaten vaak slecht in elkaar. Het ging vaak om hobby’s van individuele docenten.”

Over prikkels die mogelijk ‘niveauverlagend’ werken: universiteiten krijgen bonussen voor studenten die afstuderen.
“Dat vind ik niet zo raar, want universiteiten moeten een prikkel hebben om studenten binnen een normale tijd te laten afstuderen. Je kunt heel lang over bekostiging praten, maar perfecte bekostiging bestaat niet. Als je alleen maar een Excelsheet hebt met een scorebord erop en het niet gaat om kwaliteit maar om punten scoren, dan zal elk instrument dat je bedenkt perverse effecten met zich meebrengen. Het komt eropaan een visie te ontwikkelen. Het gaat om leiderschap.”

Over hoe het hoger onderwijs kwalitatief op peil blijft, ondanks een massale toestroom.
“Er moet veel meer differentatie komen [tussen hogeschool en universiteit, red.]. Daarom wil ik dat het associate degree een zelfstandige opleiding wordt. Daarmee kunnen mbo’ers een tweejarige hbo-opleiding volgen waarmee ze de arbeidsmarkt op kunnen.”

“Wat mij stoort, is dat iedereen alleen maar hogerop wil. Met een vwo-diploma wil iedereen naar de universiteit. Een mbo-diploma zou niet goed genoeg zijn, terwijl dat ook een prima diploma is. Het is belangrijker om de juiste student op de juiste plek te krijgen.”

“Ik wil dat het mogelijk wordt een combinatie van een hbo- en wo-opleiding te doen. Een hbo-modeopleiding met een business school aan de universiteit. Of een sportopleiding aan het hbo met gezondheidswetenschappen op academisch niveau. Een simpele manier van combineren is dat hbo-studenten een minor volgen aan de universiteit. Een vergaande variant is om aparte opleidingen met een eigen diploma te maken. Ik sta ervoor open om daarover na te denken.”

“Dat [iedereen automatisch naar de universiteit wil] kan veranderen als er meer driejarige hbo-opleidingen komen. Een opleiding voor de beroepspraktijk kan ook voor sommige vwo’ers aantrekkelijk zijn, zeker als ze worden uitgedaagd in een versneld programma. Voor hen kan een gedeeltelijke opleiding aan de universiteit geschikt zijn. Dit is overigens geen pleidooi om alle vakken maar open te stellen voor iedereen.”

“Je kunt heel lang over bekostiging praten, maar perfecte bekostiging bestaat niet”

Over haar eigen, ideale uni.
“De ideale universiteit is een plek waar mensen komen om kennis op te doen, maar vooral ook kennis te delen met elkaar. Mijn kritiek is dat de universiteit nu te veel gericht is op kennisoverdracht. De uiteindelijke consequentie daarvan is heel grote collegezalen, waar één docent aan honderden studenten hetzelfde staat te vertellen. Een universiteit is volgens mij veel meer: een plek waar de persoon ontwikkeld moet worden, de socialisatiefunctie- leren met elkaar op te trekken. Dat is van groot belang, omdat we in het hoger onderwijs de leiders van de toekomst opleiden. Niet zozeer de managers die met spreadsheets kunnen omgaan, maar de waardendragers van de toekomst.”

“Ik vind dat studenten af en toe uit hun comfortzone moeten komen. Dus als je commerciële economie studeert, dan kan het helemaal geen kwaad om eens mee te lopen met een deurwaarder en te analyseren wat je daar ziet. Bij de University Colleges, maar ook in Amerika, heb je heel intensief onderwijs. Vervolgens is er een tijd waarin studenten andere dingen gaan doen. Je moet af en toe geconfronteerd worden met iets wat buiten jouw eigen wereld ligt.”

Over maatschappelijke gerichtheid van onderzoekers.
“Ik vind dat wetenschappers zich best meer mogen mengen in het publieke debat. Het gaat er niet alleen maar om zo veel mogelijk te publiceren. Nu zijn er perverse prikkels die wetenschappers aanzetten tot heel veel publicaties. Daaraan moet een einde komen. Het is net zo belangrijk om deel te nemen aan het publieke debat, les te geven aan een middelbare school of je kennis door te geven aan een milieu-organisatie.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.