Recensie: Goed werk voor academici

De rijksoverheid spreekt graag van ‘een wetenschappelijke hoogvlakte’ vol prachtige ‘pieken’ in Nederland. Maar wie de Tilburgse publicatie Goed werk voor academici leest, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat die heerlijke alpenweide een jungle verbergt.

Sla de oppervlakkige statistieken erop na en ons kleine koude kikkerlandje doet het lang zo slecht nog niet. De wetenschappelijke output kan zich meten met landen die vele malen groter zijn. Omdat we zo efficiënt zijn, heet het dan. De recente Nobelprijs lijkt het succesverhaal eens te meer te onderschrijven. Maar het lijkt er toch sterk op dat nu zo’n beetje de uiterste grens is bereikt met het stimuleren van efficiency en competitie. Die onheilspellende boodschap krijg je toch mee uit de recente essay- en interviewbundel Goed werk voor academici. Het boek is samengesteld en deels geschreven door Thijs Jansen (Law School, Tilburg University), Gabriël van den Brink (bestuurskundige en filosoof, tot vorig jaar aan Tilburg University) en Wout Scholten, die als onderzoeker van het Rathenau Instituut onderzoek deed naar academische professionals in Tilburg.

Goede wetenschap

De onderzoekers presenteren een totaalvisie van wat een ‘goede’ wetenschapspraktijk kan heten, gebaseerd op kwantitatief en kwalitatief onderzoek, gesprekken met vakgenoten en lezingen van beleidsstukken en meer filosofische bespiegelingen. Het behandelt thema’s als ‘ambachtelijke kwaliteit’, de ‘persoonlijke betekenis’ voor de wetenschapper en de ‘publieke en morele waarden’ (de ethiek) die aan de wetenschapspraktijk gehecht zijn. De toon die de onderzoekers aanslaan, is nergens polemisch of pamflettistisch, maar eerder beschrijvend en beschouwend van aard. Maar ze laten er ook geen misverstand over bestaan dat ze pleiten voor een ‘evenwichtiger’ beleid voor de wetenschap. Dat efficiency en competitiviteit werden gestimuleerd, heeft veel goeds gebracht, zo erkennen ze wel, maar die waarden beginnen de wetenschap zo langzamerhand te overwoekeren. Met als gevolg dat de pilaren van ambachtelijkheid, persoonlijke betekenis en ethiek dreigen te verstikken in het woud der wetenschap.

Bedenkelijke praktijken

We zien het voor onze ogen gebeuren. En dan gaat het niet eens om aberraties zoals Diederik Stapel: interessant is het in Goed werk voor academici aangehaalde empirische onderzoek dat leert dat er eigenlijk geen verband is waar te nemen tussen competitiviteit en frauduleus gedrag in de wetenschap. Veel meer gaat het de auteurs om praktijken die zo ongeveer gemeengoed zijn geworden en geaccepteerd zijn geraakt, maar bij nader inzien als ronduit bedenkelijk zijn te kwalificeren. Neem de ‘salamitactiek’ (of ‘slicing’): één en dezelfde dataset volledig uitmelken om een grote kwantiteit aan artikelen te publiceren, die kwalitatief gezien weinig nieuws brengen. Is zo’n handige wetenschapper dan echt zoveel beter dan een Albert Einstein, die slechts vier artikelen publiceerde tijdens z’n werkzame leven? Het lijkt allemaal ambachtelijk en productief, maar heeft met het ware ambacht van de wetenschapper weinig te maken.

Academisch proletariaat

Tegelijkertijd is de competitie voor onderzoeksgeld bij NWO zo hevig geworden, dat grote aantallen goede en heel goede onderzoekers op een zeker moment teleurgesteld aftaaien, omdat ze toevallig niet als excellent worden gezien. Het is puur omdat promovendi en postdocs zoveel van de wetenschap houden, dat ze de uitdaging aangaan en tijdelijke functies aaneenrijgen, maar een beetje econoom zou ze meteen kunnen zeggen: een redelijke kans om verder te kunnen, is er eigenlijk niet. De effecten zijn navenant. Rond hun veertigste stromen veel goede mensen uit en vormen ze een ‘academisch proletariaat’: een groep van getalenteerde mensen wier vaardigheden niet op waarde wordt geschat door het bedrijfsleven en die dus weer volledig vanaf nul moeten beginnen.

Een al te romantische gedachte

Behoor je daarentegen wel tot de gelukkigen die verder kunnen binnen de academische beroepspraktijk, bijvoorbeeld als universitair docent, dan betekent dat vaak dat je je moet voegen in het competitieve ‘Systeem’: publiceren, managen, onderwijs geven. De schijn van excellentie hooghouden – produceren zonder écht iets te produceren.

Waar gaat het nog meer mis? En wat valt er te veranderen? Dat lezen we in Goed werk voor academici. Echte veranderingen lijken echter pas te verwachten als juist degenen met succes in het huidige systeem aansturen op fundamentele herzieningen. Daarom is het zeer te prijzen dat de recente Nobelprijswinnaar Ben Feringa zo overduidelijk te kennen gaf dat de prijs het resultaat was van een brede basis aan de Groningse universiteit en daarbuiten, en niet van individuele klasse en excellentie, dat behoort tot een al te romantische gedachte.

Gabriël van den Brink, Wout Scholten & Thijs Jansen (red.), Goed werk voor academici. Stichting Beroepseer / Tilburg University. Paperback: €24,95.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.