Oorlog in de stiltecoupé

Pepsi of Coca Cola, Lays of Doritos, páprika of papríka, sommige meningsverschillen zijn nou eenmaal onverenigbaar, ze verdelen onze samenleving in twee groepen waartussen slechts een instabiele vrede kan heersen. Ieder gesprek wordt op gespannen toon gevoerd, want zodra het woord cola, chips of páprika (papríka) valt, worden alle bonden van vriendschap verbroken en breekt de oorlog uit.

Een dergelijke tweesplitsing is op de universiteit ook aanwezig. De vraag die hier onuitgesproken al meteen in ieder gesprek aanwezig is, is de vraag: Ben je een treinstudent of een kamerstudent? Tussen deze twee groepen heerst een fundamenteel onbegrip: treinstudenten vinden dat kamerstudenten onnodig geld uitgeven aan een studentenleven dat niks meer met studeren te maken heeft. Kamerstudenten vinden dat treinstudenten lui en onzelfstandig zijn en hun studententijd verspillen door thuis te blijven wonen.

Hoewel de verschillen tussen kamerstudenten en treinstudenten onoverkoombaar zijn, heerst er meestal een vrede tussen deze twee groepen en wordt niet ieder moment aangegrepen om ‘geldverspiller’ en ‘moederskindje’ over en weer door de collegezaal de roepen naar het andere kamp. De oorlog tussen deze studenten, als hij uit breekt, is vooral een stille oorlog: deze oorlog wordt namelijk gevoerd in de stiltecoupé.

De trein, en bijkomstige stiltecoupé, zijn doordeweeks territorium van de treinstudent. Op maandagen en vrijdagen moet de treinstudent echter lijdzaam aanzien hoe zijn territorium wordt binnengedrongen door hordes aan kamerstudenten. Met argusogen kijkt de treinstudent hoe een groepje vrienden plaats neemt in een vierzits en de koffers breed uitstalt in het gangpad. Wanneer de kamerstudenten zich van geen kwaad bewust vervolgens beginnen te praten over hun weekendplannen, slaat de stop bij de treinstudent door: “Het is hier een stiltecoupé hoor.” Zegt hij met de zelfingenomen flair van iemand die iedere dag twee keer in de trein zit, en die toch zeker beter kent dan een aantal kamerstudenten die slechts twee keer per week de trein terroriseren.

De kamerstudenten, niet bekend met de wekenlange opgebouwde frustratie van de treinstudent, reageren begripvol en gaan over op een fluistertoon. Dit tot grote irritatie van de treinstudent, die als een gefrustreerde bibliothecaresse de neiging om ‘sttttt’ door de coupé te sissen, onderdrukt. Hier betreft het immers een cultuurverschil tussen de kamerstudent en de treinstudent: voor de treinstudent betekent het woord ‘stilte’ het onthouden van het maken van enig geluid. Voor de kamerstudent wordt aan de richtlijn stilte voldaan wanneer er op gedempte, doch hoorbare toon wordt geconverseerd.

Zelf behoor ik tot de bovengenoemde groep treinstudenten die probeert haar eigen culturele opvatting van het woord ‘stiltecoupé’ af te dwingen door sissen en boze blikken.  Deze column was ook bedoeld als een klaagrede tegen het onbegrip van de ongelikte kamerstudenten en hun gebrek aan treinetiquette. Maar halverwege het schrijven hiervan herinnerde ik me de woorden van de profeten van mijn jeugd: “Zou het niet beter zijn als wij voortaan verdraagzaam zijn?” Tsja. Mijn strijd in de stiltecoupe heeft mij ook eigenlijk nooit gelukkig gemaakt, dus ik heb besloten om deze stille oorlog op te geven. Of het in ieder geval te proberen.

Nu de rest van de wereld nog. Afgesproken?

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.