Master’s Thesis Award voor Suzanne Hendricksen

Suzanne Hendricksen kreeg gisteren de Tilburg University Master’s Thesis Award. Univers sprak haar eerder dit jaar over haar masteronderzoek naar hersenscans in het strafrecht. Die worden steeds vaker gebruikt, terwijl het onduidelijk is of dat wel altijd mag. Dat onderzocht ze in haar masterscriptie, die werd beoordeeld met een 9,5.

‘De wetenschap moet snel in actie komen’, schrijft Suzanne in haar inleiding. Hersenscans worden gebruikt om afwijkingen in het brein te vinden, of bijvoorbeeld om aan te tonen dat iemand een moordwapen eerder heeft gezien. Rechters gebruiken scans al regelmatig.

Maar een verdachte mag in de regel niet zomaar worden gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat bepaalt het nemo tenetur beginsel. Suzanne ging na welke grenzen dit beginsel stelt aan het gebruik van hersenscans bij het beoordelen van ontoerekeningsvatbaarheid en recidive-risico.

Zij dook in de literatuur en Europese jurisprudentie. Artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens geeft invulling aan het nemo tenetur beginsel. Er is sprake van een schending als 1) sprake is van ongeoorloofde dwang bij het vergaren van 2) wilsafhankelijk materieel van een verdachte, dat 3) in een strafrechtelijke procedure tegen die verdachte wordt of zou kunnen worden gebruikt. Is aan de drie voorwaarden voldaan, dan zijn de grenzen van het recht overschreden en mogen scans volgens Suzanne niet gebruikt worden in de rechtszaal.Van ongeoorloofde dwang (eerste vereiste) is bijvoorbeeld sprake als iemand een substantiële straf krijgt omdat hij niet meewerkt aan de opsporing. Wilsafhankelijk materiaal (tweede vereiste) houdt in dat het materiaal niet zonder de wil van de verdachte vergaard kan worden. Is die wil nodig, dan werkt de verdachte immers mee aan zijn eigen veroordeling. Daar maakt Suzanne een belangrijk onderscheid tussen twee soorten hersenscans: de structurele en de functionele. Structurele scans brengen de structuur van de hersenen in kaart. Functionele scans de functies van het brein.

Bij beide scans is tot op zekere hoogte medewerking nodig: als de verdachte niet stil ligt, lukt het niet. Maar structurele scans worden volgens Suzanne net als ‘dulden’ van het afnemen van wangslijm of urine niet beschermd door artikel 6. Bij functionele scans moeten verdachten echter actief meewerken aan verschillende taken. Het derde vereiste: het materiaal moet gebruikt worden.

Wanneer precies sprake is van een schending, moet per geval worden beoordeeld. Zolang iemand verdachte is, wordt hij in ieder geval beschermd door dat artikel 6. Wordt bijvoorbeeld het recidive-risico ná een veroordeling getoetst? Dan dus niet.

Er moest iets gebeuren. Heb je daar met je scriptie voor kunnen zorgen?

“Het probleem van een scriptie is dat het wetenschappelijk geen waarde heeft. Dan zou ik er een proefschrift over moeten schrijven. Dat wilde ik eigenlijk doen. Maar zelfs dan: met alleen schrijven gebeurt er niks. Dat vind ik jammer aan wetenschap, het staat vaak ver af van de praktijk.”

Je wilde promoveren?

“Daar dacht ik al langer over. De vakgroep waar ik als student-assistent werk wilde me daarbij ondersteunen. Dan ben je natuurlijk gek om het niet te doen, dacht ik. In het begin was ik vooral dáár mee bezig. Maar ik verloor de lol er in. Drie maanden heb ik full-time aan deze scriptie gewerkt. Ik was er continu mee bezig. Denken, beoordelen wat goed is en wat niet. Dat gaf veel stress, dus besloot ik eerst te gaan werken in de praktijk. Concrete zaken zijn beter te overzien dan een boek dat je in vier jaar tijd schrijft.”

Toen je begon aan je scriptie had je ongetwijfeld sterke ideeën. Zijn die overeind gebleven?

“Ik begon met het idee dat het niet moet kunnen, dat je mensen in een scanner schuift. Nu denk ik dat je het recht niet moet gebruiken om ontwikkelingen tegen te houden. Dit is niet alleen slecht. Deze technieken kunnen ook gunstig zijn voor verdachten. Overigens zag ik pas de avond voor mijn verdediging wat ik had geschreven, wat het betekent. Daar is afstand voor nodig.”

Heb je nog iets anders geleerd?

“Deze scriptie zegt heel veel over heel weinig. Ik zie nu dat je niet alles kunt oplossen met één wetsartikel. Dat hoeft ook niet. Als een verdachte niet wordt beschermd door 6 EVRM, zijn er nog zoveel andere artikelen om je op te beroepen.”

Uit Univers 13, jaargang 53 (30 juni 2016).Omdat de jury geen keuze kon maken voor dé beste masterscriptie, is de award ook uitgereikt aan Frederique Hafkamp voor haar scriptie ‘Predictive Genetic Screening and Anxiety in Adults with High Risk of Sudden Cardiac Death. Moderating Role of Perceived Social Support and Type D Personality’.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.