Een kijkje in jouw browsergeschiedenis. Mag dat?

Britse overheidsinstanties kunnen door een nieuwe wet precies zien welke websites de Britse burger bezoekt. Gaan we in Nederland ook toe naar totale surveillance? Universitair hoofddocent recht en technologie Colette Cuijpers is kritisch. “Het is geen geheim dat ongeveer elke overheid in de wereld toegang probeert te krijgen tot zoveel mogelijk gegevens van burgers.”

Door de Investigative Powers Act moeten Britse internetproviders een jaar lang het surfgedrag van hun gebruikers bijhouden. Cuijpers is geen voorstander van de wet, maar merkt op dat deze volgens democratische procedures tot stand is gekomen. Al houdt het daar niet op: “Voor zo’n wet moeten duidelijke garanties en voorwaarden gesteld worden. Inzage in de web-geschiedenis mag alleen onder bepaalde voorwaarden.” Wordt daar niet aan voldaan, maar wordt er toch gebruik gemaakt van de inzagemogelijkheid, dan moeten daar volgens Cuijpers sancties op staan. “De vraag is natuurlijk: wie ziet daar op toe? Bij een normale gang van zaken in een rechtsstaat is dat de rechter.”

Ook in Nederland passeert het onderwerp privacy regelmatig de revue. Zo loopt er al geruime tijd een zaak van een groep burgers en organisaties tegen minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk. Als verantwoordelijke voor de AIVD heeft Plasterk volgens deze groep buiten de wet om gegevens verzameld van Nederlanders. “Daar gaat het eigenlijk nog een stap verder dan deze wet in Groot-Brittannië,” zegt Cuijpers. “Hoewel de gegevens in Europa waarschijnlijk niet verzameld mochten worden oordeelt de rechter dat deze gegevens via uitwisseling met buitenlandse veiligheidsdiensten wel verkregen mochten worden omdat nationale veiligheid de doorslag geeft. Zo’n uitspraak baart mij wel zorgen.”

”Op de korte termijn zijn de implicaties van een terroristische aanslag veel beter zichtbaar dan de implicaties van jarenlang de overheid laten spitten in onze gegevens.”

Cuijpers denkt dat de nationale veiligheid te makkelijk wordt gebruikt als excuus. “Mensen zeggen: ik doe niets verkeerd, dus als de overheid zo criminelen op kan pakken, laat ze dat dan maar doen.” Tijdens een discussiemiddag over vingerafdrukscanners in de universiteitsbibliotheek ziet ze haar vermoeden bevestigd. “Bijna alle studenten zijn ervoor. Het boeit ze niet. Het doel heiligt de middelen: als ik met het afgeven van mijn vingerafdruk wél een plekje heb in de bibliotheek wat maakt mij die vingerafdruk dan uit?” Zorgwekkend, vindt Cuijpers: “Ik kan het niet mooier maken dan het is, dat is hoe het er voor staat.”

De technische mogelijkheden laten zich niet meer wegdenken. Er is een middenweg nodig, denkt Cuijpers. “Er kleven niet alleen nadelen aan de technieken, ze kunnen ook veel goeds doen. Het is goed om er aandacht voor te vragen en mensen er meer bewust van te maken.” Maar het debat zou anders gevoerd kunnen worden: “Het blijft moeilijk wanneer de politiek het op de agenda zet als veiligheid tegenover privacy. Op de korte termijn zijn de implicaties van bijvoorbeeld een terroristische aanslag veel beter zichtbaar dan de implicaties van jarenlang de overheid laten spitten in onze gegevens.”

Voorspellingen

Eén van de hoofddoelen van het bespioneren van de bevolking is het voorkomen van criminele activiteiten. Alle beschikbare gegevens van alle burgers worden gebruikt om patronen en gedachtegangen te herkennen. Aan de hand van deze voorspellingen kunnen risicogevallen in de gaten gehouden worden. In de praktijk werkt dat ongeveer zo: door het signaleringsysteem worden burgers gemarkeerd als potentieel gevaarlijk. Dan kunnen de autoriteiten er voor kiezen die persoon (en zijn/haar omgeving) beter en meer in de gaten te houden. Cuijpers: “Dan kan het zijn dat je op Schiphol ineens staande gehouden wordt terwijl je nooit wat hebt misdaan Als dat te vaak verkeerd gaat, zou er misschien meer aandacht voor komen.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.