Onderwijs in tijden van digitalisering

Wat is goed onderwijs in tijden van digitalisering? Verschillende filosofen en publicisten van naam pogen een antwoord op deze vraag te geven in een onlangs verschenen essaybundel. Een bespreking.

‘Vroeger zat kennis in je hersenen en je boeken, nu is dat de computer.’ Die uitspraak werd gedaan door socioloog en universiteitshoogleraar Paul Schnabel ter toelichting van het in 2015 uitgebrachte eindadvies van het Platform Onderwijs2032. Dit platform, met Schnabel als voorzitter, legde het oor te luister bij schoolleiders, docenten, wetenschappers, bedrijven, leerlingen en ouders en kwam tot de conclusie dat het onderwijs moet vernieuwen.

Onder meer de digitaliseringsrevolutie maakt volgens het platform dat studenten en scholieren 21st Century Skills aangeleerd moeten krijgen om in de pas te lopen met de tijd – iets wat overgenomen is in het Tilburgse Onderwijs Profiel. Leerlingen moeten vroegtijdig in aanraking komen met Engels (de taal van het web!) en behalve rekenen en taal ook basiskennis ontwikkelen op het gebied van ICT en ‘computational thinking’. Het aanleren van informatievaardigheden en mediawijsheid strekt eveneens tot de aanbeveling.

De recent verschenen essaybundel Onderwijs in tijden van digitalisering (Boom 2017) wil reflecteren op de onderwijsvernieuwing die welhaast onvermijdelijk lijkt. Moeten we alles overhoop gooien en zo ja: is dit wel de juiste manier? Voor vrijwel elke auteur blijken Paul Schabel en Maurice de Hond (van de iPad- scholen) de kop van Jut en is het antwoord luid en duidelijk: neen! Het merendeel van de essays komt met een filosofische onderbouwing om ons te behoeden voor de capitulatie voor de computer. Zonder kennis in je hersenen is het immers onmogelijk om de brij aan ‘informatie’ op het web om te zetten in daadwerkelijke ‘kennis’, wat iets fundamenteel anders is. En door alles in de vorm van een ‘game’ aan te bieden en het ‘leuk’ te maken (‘chocolate covered broccoli’) worden scholieren en studenten behandeld als consumenten en vergeten ze dat moeite doen op de lange termijn loont. Liever ‘Bildung’ dan ‘beeldscherm’!

De auteurs formuleren wat mij betreft een aantal terechte reserves bij de huidige digitaliseringsimperatief. Wel moet ik toegeven dat ik gaandeweg vermoeid en verveeld raakte van het zoveelste betoog dat al dan niet met McLuhan (‘the medium is the message’), Sartre (‘de hel dat zijn de anderen’), Orwell (‘Big Brother’), Foucault (‘discipline en straf’), Oswald Spengler of Aldous Huxley beargumenteert dat we ‘een pad naar permanente oppervlakkigheid’ zijn ingeslagen. Hier wreekte zich wellicht dat de conservatieve filosoof Ad Verbruggen lid was van de redactie en graag zijn these van de grote ontworteling bevestigd zag. De essays van Theodore Dalrymple, Aleid Truijens, Sebastien Valkenberg, Diederik Boomsma, Jelle van Baardewijk en Hans Schnitzler passen vrijwel geheel in zijn straatje en wat meer interne tegenspraak en (zelf)onderzoek was wenselijk geweest. Natuurlijk hebben ze allemaal ergens de disclaimer staan dat ze heus niet tegen computers en vernieuwing zijn, maar dat kan hun gedeelde cultuurpessimisme niet verhullen. Ze pleiten allemaal voor de terugkeer van de klassieke opleiding die de fragmentatie en de ‘impressionistische en emotieve tendens’ van tegenwicht voorziet. Deels legitiem, maar de vele herhalingen doet je afvragen of de redactie zelf wel zo kundig was om het zo gewenste ‘overzicht’ te bewaren. Soms is de herhaling niet alleen thematisch maar zelfs woordelijk: ‘[…] dat iemand in staat is zaken te schiften, onderscheidingen te maken en verschillende mogelijkheden af te wegen’.

Opvallend aan deze essays is dat ze in wezen ook maar heel weinig over digitalisering gaan, maar veel meer over de commercialisering, efficiency en het marktdenken die digitalisering nemen als het belangrijkste argument om het onderwijs op de schop te nemen en uit te hollen. Gelukkig zijn er ook enkele artikelen te vinden die wel degelijk een indruk geven van wat we wél met computers kunnen doen in de plaats van ons alleen maar schrap zetten. Leerzaam vond ik bijvoorbeeld Jurjen van der Helden, Inge Molenaar en Harold Bekkering over neurocognitieve perspectieven voor ICT in de klas en René Glas over serious games. Zij laten zien dat nieuwe media een ondersteuning kunnen zijn om de hersenen te verrijken met kennis.

Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk (redactie), Onderwijs in tijden van digitalisering. Boom: Amsterdam 2017.

onderwijs-in-tijden-van-digitalisering

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.