Er moeten koppen rollen

Wetenschappers die bij peer review stiekem hun eigen werk aanraden, mag dat of is het fraude? En wat beweegt iemand tot zo’n daad? Een kort verhaal over een jonge wetenschapper die een stap waagt op grijs gebied.

Uitgeput van eindeloze collegeblokken oude koek voorschotelen aan ongeïnteresseerde studenten ploft ze neer. Moe van het Nederlands. Moe van het Engels. De computermonitor hangt net iets te laag. Toetsenbord en muis slingeren over het bureau. Goed voor evenveel hoofd- en rugpijn als de eeuwige stapels papers, dozen tentamens en bergen ongelezen wetenschappelijke publicaties.

Het is kwart voor zeven. Buiten houdt de zon het voor gezien. Ze heeft honger en hoofdpijn. De krankzinnig belangrijke en feitelijk hopeloze subsidieaanvraag die er volgende maand uit moet spookt door haar hoofd. E-mails stromen de hele dag al gestaag binnen. Daarin hoopt ze een reactie te vinden op haar laatste publicatie maar ze verdrinkt in spam van louche tijdschriften en studenten die haar naam verkeerd spellen.

De verweerde liniaal die ze gebruikt sinds 1 VWO kraakt tussen haar handen. Het hout is nog steeds hard, maar buigzaam. Ze kan zich nog vaag herinneren hoe ze als meisje had gedroomd over het idyllische leven van een wetenschapper.

“De roep van de wetenschap negeer je niet”

Ze wil hier weg. Naar huis. Man, kinderen, hond, lichaam en geest. Allemaal hebben ze haar hard nodig, maar de roep van de wetenschap negeer je niet. Zonder haar bijdrage staat het wetenschappelijk bedrijf stil als een windmolen in een museum. Ze neemt het werk van een verre collega ter hand. Het is tijd voor peer review.

Onder tl-licht dat straks uitspringt omdat ze niet heeft bewogen, werpt ze een strenge blik op het document. In de kantlijn plaatst ze kritische opmerkingen. P-waarde lijkt de eerste conclusie niet te rechtvaardigen. Deze argumentatie is mager. U gaat te kort door de bocht en de abstract is nog niet echt helder. Hier ziet u overigens een belangrijk werk van X over het hoofd. En…

En ze hoort zichzelf denken. Ze is enigszins bevooroordeeld, maar haar eigen publicatie lijkt relevant. Zal ze het suggereren of dringend voorstellen? Veel aandacht heeft het nog niet gekregen. Een vermelding is goed voor haar citatiescore: die sukkelt al jaren voort op een laf drafje. Wie geeft haar een arbeidscontract als ook het huidige afloopt, hoe klimt ze ooit hoger in de boom van de wetenschap? Waar gaat ze in dit gestreste leven naartoe behalve de vriesvakken met Ben & Jerry’s en de wachtkamer van de plaatselijke psychologenpraktijk?

“Waar gaat ze in dit gestreste leven naartoe?”

Ze twijfelt, het voelt niet helemaal goed. Misschien weerhoudt ze zichzelf er deze keer van. Misschien ook niet. Hoe lang kan een mens op achterste benen staan en een ballenbak op kleur gesorteerd hooghouden terwijl bazen, collega’s en studenten van alle kanten roepen en krijsen?

Zou het verboden zijn? Kijken kan geen kwaad. Behoedzaam scrollt ze door de richtlijnen van de VSNU. Nee, dit is geen wetenschapsfraude. Tellen later is het document bijgewerkt en verstuurd. Maanden later stijgt haar citatiescore. Genoeg om het niet nog eens te doen of genoeg om het juist nog eens te doen.

Met een geruster hart komt ze de maanden daarna door. Er wordt gezinspeeld op een vaste positie aan de faculteit. Haar man haalt weer opdrachten binnen voor zijn meubelzaak, over de kinderen geen klachten. De subsidie is het niet geworden maar ze werkt met veel vertrouwen aan een volgende publicatie. 

Op een mooie maandagmorgen valt het bericht haar rauw op het lijf. In Wageningen, leest ze in de Volkskrant, heeft de universiteit een heus citatiekartel opgespoord. Wetenschappers die artikelen moesten peer reviewen bevolen stiekem elkaars publicaties aan. Eén van die wetenschappers was verbonden aan de Wageningse universiteit, die vindt dat dit veroordeeld moet worden als wetenschapsfraude.

Haar hart klopt in haar keel. Ze herleest de richtlijnen van de VSNU. Er staat echt niets in over spelregels voor wetenschappelijk nakijkwerk. Dat klopt, leest ze weer in de Volkskrant. Die regels komen volgend jaar. Trillend sluit ze de deur van het kantoor. Op de gangen mijdt ze de blikken van collega’s. Als zij eens wisten wat ze had gedaan. Onderweg kan ze nergens anders aan denken. Thuis stort ze in. ‘Hé, wat is er nou?’ vraagt haar man.

“Een citatiekartel is duidelijk foute boel.”

‘Joh,’ zegt hij in het nieuwe tweepersoonsbed, alvast aangeschaft met oog op werkzekerheid. ‘Je hebt niets verkeerd gedaan. Komt wel goed, schatje.’ Hij kust haar en draait zich om. Zij niet kan niet slapen. Morgen is haar leven voorbij, en anders overmorgen wel. Het licht van haar iPhone 5 schijnt over haar bleke gezicht. Tientallen keren leest ze het krantenartikel.

‘Het is een grijs gebied,’ had haar man tijdens het avondeten gezegd. ‘Kijk maar, daar staat het.’ Ze fluistert het keer op keer na: ‘Het is een grijs gebied.’ Natuurlijk, het ging in Wageningen om een heus citatiekartel en dat is duidelijk foute boel. Maar misschien wil de universiteit van Wageningen vooral een signaal afgeven? Een reviewer die belangrijke citaties voorstelt, verricht in principe goed werk. Ook eigen werk kan dan belangrijk zijn.

De Wageningse universiteit reageert zoals gebruikelijk is geworden in de academische wereld, denkt ze. Men schiet in de kramp, een beetje zoals The Red Queen uit Alice in Wonderland. Te pas en te onpas roept zij dat er koppen moeten rollen, als iets haar niet zint in de harde wereld die ze bestiert.red-queen2Er komen meer regels, meer maatregelen. Het is, mijmert ze, de zoveelste vorm van symptoombestrijding. Kromme takken worden gesnoeid terwijl de rot in de wortels welig tiert. De werkdruk op universiteiten is abnormaal en er wordt niets aan gedaan. Hoeveel avonden en weekenden heeft ze niet al onbetaald zitten werken? Heeft ze ooit waardering gekregen voor het anonieme en eveneens onbetaalde beoordelingswerk?

Misschien is het verstandig om nooit meer een eigen artikel voor te stellen bij een peer review, je hebt dan toch de schijn tegen. Misschien is het een absurde regel, ingegeven uit angst. Ze weet het niet. Op dit moment, de tranen kruipend uit haar vermoeide oogkassen, weet ze maar één ding.

Wetenschappers worden gesneden uit hardhout. Het probleem is dat ze ook mensen zijn, die vroeg of laat kunnen knakken.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.