Prestatiecultuur in wetenschap op z’n retour

De wetenschap is ten prooi gevallen aan het neoliberalisme. Doelen, prikkels en prestaties bepalen alles. Het liefst hard gekwantificeerd. Arjen van Witteloostuijn ziet dat het anders moet en voorspelt hoe de verandering zich zal voltrekken.

Aantallen gepubliceerde artikelen, binnengehaalde onderzoeksgelden, afgeleverde promovendi. Daar draait het om in de wetenschap vandaag. Uitgevers, ministeries, financiers, universiteitsbestuurders en wetenschappers houden elkaar gevangen in een systeem van meetbare prestatieafspraken. 

In dit zuurstofarme klimaat wordt de wetenschap zelf aangetast, zei Arjen van Witteloostuijn onlangs in Trouw. Onderzoekers en bladen willen alleen baanbrekend onderzoek publiceren, geen herhalingen van eerdere studies of studies waar niets is gevonden. Het brengt wetenschappers ertoe dat ze bochten gaan afsnijden, zegt de hoogleraar bedrijfskunde, bestuurskunde en economie aan Tilburg University. Door data te masseren of ronduit te frauderen. Het evolutionaire selectieproces van de wetenschap, waar alleen de beste ideeën overleven, werkt op deze manier verre van optimaal: ‘De wetenschappelijke literatuur is hierdoor vergeven van de vals positieve resultaten; uitkomsten die heel duidelijk en zeker lijken, maar dat niet zijn.’

En toch is Arjen van Witteloostuijn voorzichtig maar overtuigd optimistisch. Hij heeft tal van voorstellen voor een hernieuwde wetenschapsbeoefening. Hij wil dat promovendi voortaan het eerste hoofdstuk van hun proefschrift bestaand onderzoek herhalen (zodat ook die belangrijke studies weer worden verricht). Ook kunnen wetenschappers zelf hun onderzoek presenteren en vragen of een ander het wil herhalen, met als beloning een vermelding als co-auteur. En hij werkt met het two-lab design: een Britse collega doet onderzoek, Van Witteloostuijn doet het hier en vice versa. Zo zijn er meteen twee onafhankelijke replicatiestudies uitgevoerd. De wetenschap hoeft zich alleen nog te ontworstelen aan de greep van het neoliberalisme. Een schijnbaar onmogelijke taak maar Van Witteloostuijn voorziet niets minder dan het einde van het neoliberalisme. Univers sprak hem over zijn toekomstbeeld.

U zegt dat het neoliberale denken op z’n retour is. Op welke termijn brengt dit verandering teweeg in de wetenschap?

“Er zijn in Nederland, behalve misschien D66 of de VVD, nog maar weinig partijen openlijk neoliberaal. Ik zeg niet dat ik er altijd even gelukkig ben met wat de tegenbeweging doet of teweeg brengt, zeker niet, maar wat in Engeland gebeurt, is duidelijk een tegenreactie en Trump is een ander voorbeeld. Wat we nog wel moeten zien is hoe deze macrobewegingen zich vertalen in beleid en in de aansturing van (semi)publieke organisaties. Dat gaat langzamer. Er is nog steeds een overdaad aan bureaucratie die de intrinsieke motivatie van werknemers verdrukt.”

Hoe kan er iets gaan veranderen?

“Ik kan morgen veranderen hoe ik leiding geef binnen de Tilburg School of Governance. Deze discussies worden gevoerd. Er is momentum. Eigenlijk zegt bijna iedereen: ‘Wij willen dit, maar hoe krijgen we het voor elkaar in een wereld die zich niet zomaar laat veranderen?’ Het is een uphill battle, maar hij wordt gevoerd. Veelzeggend is dat het Journal of International Business Studies een editorial van mij en twee collega’s heeft geplaatst, waarin we tien voorstellen doen voor een andere manier om het wetenschapsbedrijf te organiseren. Maar we moeten wel prikkels uit het huidige systeem slopen, die enorm afrekenen op kwantitatieve prestaties. Als je alleen hoogleraar kan worden als je in een heel klein gezelschap van vier toptijdschriften publiceert, blijven we hierin vastzitten.”

Falsificeren, het weerleggen van bestaande theorieën, is volgens u het hart van de wetenschap maar verdraagt zich slecht met de menselijke natuur. Kunnen intrinsiek gemotiveerde wetenschappers zichzelf overwinnen?

“Dat kunnen ze, door op het niveau van de gemeenschap afspraken te maken over hoe je hiermee om moet gaan.”

Een vorm van Wikipedia voor wetenschappers is nog een voorstel wat u doet. Wat bedoelt u hiermee?

“De manier waarop we publiceren is ouderwets. Nu werken we met impactfactoren, die tellen pas na een lange aanloopperiode en maken het systeem rigide. Het is een manier om toetreding van nieuwkomers moeilijk te maken. Ik stel een Wikipedia of Science voor waar een redactie kijkt of je inzending van voldoende kwaliteit is, waarna het gewoon gepubliceerd wordt. Dan vraag je niet om eerst honderdtachtig dingen te veranderen. Je vraagt mensen om in openbaarheid te reageren en dat telt dan weer mee op het cv. Daar kan de auteur vervolgens weer op reageren. Intussen kan je zien wie het stuk downloadt en kun je reacties posten. Zo zie je hoe een onderzoek op reis is en wordt aangepast. Ik denk dat dat de toekomst is.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.