Moet Facebook zich wel met vermissingen bemoeien?

De vermissing van de 25-jarige Anne Faber heeft het land al meer dan een week in de greep. Agenten, ME’ers, speurhonden: in de zoektocht naar de jonge vrouw worden alle middelen ingezet. Ook op sociale media denken mensen massaal met de politie mee. De betrokkenheid van Facebookers en Twitteraars is overweldigend, maar schieten we met al die goedbedoelde shares en comments wel iets op? Onderzoeker Tjerk Timan legt uit waarom hij daar zijn twijfels over heeft.

Anderhalve week geleden plaatst Nathanael Fidder een bericht op zijn Facebook-pagina, waarin hij schrijft dat zijn vriendin vermist is. Ze is vrijdagavond niet teruggekeerd van een urenlange fietstocht in de omgeving van Utrecht. ‘Ze heet Anne Faber. Blond. 1.70. 25 jaar.’ Op een van de foto’s bij het bericht staat Anne pruilend in de regen, terwijl ze met twee opgestoken vingers een ‘peace’-teken maakt. Het is een selfie die Anne tijdens de fietstocht naar haar vriend stuurde, vlak voordat ze verdween.  

“Al die comments en shares kunnen juist leiden tot nieuwe ruis in een lopend onderzoek”

Speurwerk

Het Facebook-bericht is meer dan honderddertigduizend keer gedeeld. De meeste van de ruim zeventienduizend comments onder het bericht zijn steunbetuigingen: wat verschrikkelijk, sterkte, hopelijk wordt ze snel gevonden. Tussen de reacties zitten ook veel vragen, tips en suggesties. Zo schrijft iemand: ‘Het lijkt me sterk dat ze is meegenomen met fiets en al, dan moet er net een auto met fietsendrager/bus langsgekomen zijn.’ En: ‘Hoe gedroeg ze zich de laatste dagen, was ze veel afwezig op haar mobiel?’ Een andere vrouw merkt over de selfie van Anne op dat ze het buiten ‘nog erg licht vindt om die tijd’. Weer iemand anders oppert dat de verdwijning mogelijk verband houdt met een overval in Zeist. En verschillende mensen menen in de selfie van Anne een ‘angstige blik’ te herkennen; misschien werd ze wel door iemand gedwongen om de foto te maken, om de politie op een dwaalspoor te zetten.Zo lijkt het opsporingsteam dat naar de vermiste Anne Faber zoekt niet alleen te bestaan uit getrainde politieagenten en rechercheurs, maar uit een leger van Facebookers die graag hun steentje bijdragen aan het speurwerk. Mooi, zou je denken, die enorme bereidwilligheid om te helpen. Maar volgens onderzoeker Tjerk Timan, die tot voor kort als postdoc verbonden was aan de Tilburg Law School, heeft de inzet van sociale media bij vermissingen ook een zorgelijke kant.

Valse informatie

Afgelopen vrijdag werd op Facebook door de familie van Anne Faber nog een keer opgeroepen om haar laatstgenomen foto’s zoveel mogelijk te delen. Bij vermissingszaken is de tijdsdruk hoog. Over het algemeen geldt dat de kans op een goede afloop afneemt naarmate meer tijd verstrijkt. Als het bericht zo veel mogelijk mensen bereikt, komt Anne Faber misschien eerder terecht. “Op het eerste gezicht kún je bijna niet tegen zijn, want bij een zaak als deze heiligt het doel alle middelen. De gedachte is: laten we alles inzetten”, legt Timan uit. “En op zich is daar natuurlijks niks mee.”Maar, zo waarschuwt Timan: “Tegelijkertijd moet je je afvragen of de inzet van sociale media relevante informatie oplevert. Al die comments en shares kunnen ook juist leiden tot nieuwe ruis in een lopend onderzoek.” Facebook is een bron van informatie, maar ook een bron van valse informatie. De talloze ‘aanwijzingen’ van meezoekende sociale media-gebruikers leiden meestal tot niets. Zonde van de tijd, juist omdat tijd in vermissingszaken zo kostbaar is. “Social media analysis, waar de politie ook gebruikt van maakt, is gebaseerd op kwantiteit. Als een tip op sociale media vaak wordt gedeeld of veel likes krijgt, dan wordt dat door de politie serieus genomen. Maar als iets vaak voorkomt of vaak gedeeld wordt, wil dat helaas niet zeggen dat het ook een hoog waarheidsgehalte heeft.”

Bovendien is het zeer de vraag of je op Facebook ook de júíste mensen bereikt. “Mensen die mogelijk iets gezien hebben omdat ze in de buurt waren, kennissen van Anne Faber, dat zijn mensen die mogelijk relevante informatie hebben. Als zomaar iemand in Zuid-Limburg van de vermissing afweet, is de kans heel klein dat dat iets oplevert.”

Google-ambulances

Volgens Timan is er bovendien nog een ander belangrijk gevaar: “De politie vestigt veel hoop op het gebruik van social media en digitale data. Maar om die data te verzamelen, zijn overheidsinstanties afhankelijk van commerciële bedrijven. Bedrijven als Google, Twitter en Facebook krijgen zo een steeds grotere rol bij het uitvoeren van publieke taken, zoals politietaken”, legt hij uit. “Dat is zorgelijk. Die bedrijven hebben een commercieel belang, ze willen winst maken.”

“Straks bellen we een WhatsApp-lijn in plaats van 112 en rijden er Google-ambulances rond”

In Nederland speelt Silicon Valley een groeiende rol in publieke taken, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, zorg en welzijn. “Op dit moment krijgen overheden vrij gemakkelijk via ‘backdoors’ toegang tot gegevens van bedrijven als Facebook en Google. Het gevaar is dat je afhankelijk wordt. Die partijen willen nu wel meewerken, maar misschien over vijf jaar niet”, zegt Timan. En dan is er nog een ander, misschien wel veel schrikbarender toekomstscenario: “Het zou ook kunnen dat we straks een WhatsApp-lijn bellen in plaats van 112, dat er Google-ambulances rondrijden en Uber-politie. Je moet je afvragen of dat wenselijk is.”

Vakantiekiekjes en vermissingen

De zoektocht naar Anne Faber gaat onverminderd door. De politie heeft vandaag de hulp van het leger ingeroepen. Ondertussen blijven mensen ook op social media massaal meedenken. Overigens niet alleen over het lot van Anne Faber. Zo toonde Facebook zich vorige week ook betrokken bij een bericht dat Omroep Brabant plaatste, over de vermissing van de 17-jarige Batuhan Oymaci uit Eindhoven.

Dat bericht ging niet viraal, wat volgens sommige reageerders vooral te wijten is aan de gebrekkige informatievoorziening. Zo schrijft iemand: ‘Waarom is het bericht zo kort? Ikzelf en wellicht met mij vele, worden bij een vermissing “gegrepen” door de menselijkheid ervan! Neem die jonge vrouw in Utrecht. Alles staat erbij. Dat ze graag lange fietstochten maakte, dat ze niet op de hoogte was van het noodweer, haar oom en rest van familie in beeld, kortom van alles om het menselijk te maken en dat je dusdanig mee gaat leven dat je mee wil gaan zoeken. Hier totaal niets?!? Al stond er maar zijn kleine zusje of moeder (ik weet niet of hij die heeft) missen hem heel erg!’ En iemand anders: ‘Zwart haar donkere ogen ja dat zien we ook wel maar hoe groot is hij? Wat droeg hij? Heeft hij iets uniek als een tattoo of wat dan ook… daar zouden we meer mee kunnen.’

Het internet doet grenzen vervagen. Zo ook de grenzen tussen staat en markt, tussen publieke instanties en commerciële bedrijven, tussen rechercheur en reageerder. Op Facebook delen we allang niet alleen maar vakantiekiekjes, we delen ook vermissingen. Volgens Tjerk Timan moeten we de enorme online betrokkenheid bij vermissingszaken zoals die van Anne Faber niet kritiekloos toejuichen. “Sociale media kunnen een toevoeging zijn op bestaande middelen, maar het is echt een ander beestje. Er zijn nog veel grijze gebieden. En binnen die grijze gebieden is er nog veel onduidelijkheid over wat kan en wat mag.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.