Van feut tot sjaars

Hordes eerstejaars studenten melden zich jaarlijks aan voor een studentenvereniging. De meeste voegen zich ook bij een dispuut. Maar hoe vinden disputen de juiste leden en leden de juiste disputen? Univers vroeg het aan Max van der Meulen, bestuurslid van Vidar-dispuut ‘De Watergeuzen’.

Als Tilburgse student kan je kiezen uit vier studentenverenigingen: Olof, Plato, Vidar en I*ESN. Om lid te worden, doorloop je, behalve bij Plato en I*ESN, een ontgroening. Maar dan ben je er nog lang niet. Wil je écht zwemmen in het verenigingsleven, in plaats van pootjebadend toekijken, ga je bij een dispuut. Een keuze waarbij je niet over een nacht ijs gaat; het aanbod is groot en je brengt de rest van je studententijd intensief met je dispuut door. Daarom trekt Vidar zes weken uit voor disputen en nieuwe leden om elkaar te vinden: de pijler periode. Disputen doen hun best om nieuwe leden binnen te hengelen, nieuwe leden proberen zo leuk mogelijk voor de dag te komen, en de disputen in kaart te brengen.

“Heel intensief”, noemt Max (20) de pijler periode. Hij begon drie jaar geleden bij Vidar en vond onderdak bij De Watergeuzen. Sinds dit studiejaar zit hij in het dispuutsbestuur en houdt hij zich onder andere bezig met de wervingsperiode. Om een beeld te geven van de intensiteit: dinsdag en donderdag eten en zuipen op Vidar, maandag en woensdag zuipen en kennismaken met potentiële dispuutsleden. Verzaken is geen optie, want voor het voortbestaan van het dispuut is het van groot belang om ieder jaar nieuwe leden aan te nemen.

Op Vidar

Op dinsdag en donderdag wordt er dus gezopen op Vidar. Belangrijke dagen voor de disputen. Zo fietsen De Watergeuzen telkens met een flinke delegatie naar hun vereniging. Max: “Je wordt daar vrij snel dronken. Je leert die nieuwe gasten dus niet echt kennen, maar daar gaat het ook niet om tijdens deze avonden. Het doel is om ze te ontmoeten, en alvast te bedenken wie je eventueel wel bij je dispuut wil. We proberen die avonden dus nummertjes te regelen.” Het doel van die nummertjes regelen is om die gasten de volgende dag uit te nodigen in het dispuutshuis. Maar dat blijkt geen gemakkelijke opgave: op Vidar geldt namelijk de regel dat je binnen niet op je mobiel mag. Wil je een nummertje regelen, moet je met die gast naar buiten. Dan voltrekt zich een vermakelijk schouwspel: “Je praat dus met een gast en denkt: ‘Hij is wel lachen’,” zegt Max. “Dan zeg je bijvoorbeeld: ‘Zullen we effe naar buiten gaan? Peukie doen.’ Buiten vraag je zijn nummer en de volgende dag is het oogsten. Dan stuur je een berichtje of ze een keer een biertje komen doen thuis. Zo gaat dat.”

“Sjaarzen worden ‘per ongeluk’ omvergelopen en op die manier ‘gekaapt’ van andere disputen”

Maar vissen de disputen niet in elkaars vijver? Volgens Max komt het inderdaad voor dat een aantal disputen dezelfde sjaarzen (eerstejaars) willen inlijven: “We zijn dan als dispuut wel bezig om te laten zien dat we leuker dan andere disputen zijn. Ik zou de sfeer wel eerder grappig dan beladen noemen. Het gebeurt bijvoorbeeld dat iemand een sjaars ‘per ongeluk’ omverloopt terwijl hij met een dispuut staat te praten, om vervolgens zijn excuses aan te bieden en een gesprek aan te knopen. Ze ‘kapen’ zo’n sjaars dan als ware van een ander dispuut. Of ze kapen ‘m door er ineens met vier man op af te stappen, en hem subtiel in te sluiten.”

“Bij de vrouwendisputen is de sfeer wat grimmiger”, zegt Max met een lichte grijns. “Daar kwam steeds meer onderling gezeik en nu mogen ze alleen maar ‘kleppen’ (lees: werven) op Vidar.” Dat betekent dat ze geen eerstejaars mogen uitnodigen om een vorkje te prikken, een biertje te drinken of het huis te laten zien, zoals de mannen wel doen. “De onderlinge strijd is daar heel groot. Ze vertrouwen elkaar echt niet. Dat zie je bij mannendisputen echt veel minder. Wij nodigen ze uit voor een avondje in ons dispuutshuis, en vinden het geen probleem als ze een week later bij een ander dispuutshuis langsgaan,” zegt Max.

In het dispuutshuis

Als de lijntjes zijn uitgezet, komen de eerstejaars dus langs bij het dispuutshuis. Dat zou je kunnen omschrijven als fase 2: de eerste ontmoeting is geweest, de eerste indruk is goed, nu is het tijd om elkaar écht te leren kennen. De Watergeuzen hebben, net als veel andere disputen, de woensdagavond als vaste dispuutsavond. Ze proberen dan tijdens de pijler periode een mannetje of vijf uit te nodigen voor zo’n avond. Ze doen wat ze normaal ook doen: een spelletje, bier drinken, slap ouwehoeren. Soms gaan ze poolen of bowlen. “Het gaat erom dat je die gasten spreekt, ze leert kennen”, zegt Max. “We nodigen dus alleen gasten uit waarvan we tijdens de avonden op Vidar dachten: die zien we wel bij ons dispuut aansluiten.”

Aan het einde van de pijler periode organiseren disputen nog één grote, besloten activiteit. “Dan nodigen we dus alle gasten uit die we er graag bij willen hebben. Een meer kritische selectie dan tijdens de huisavondjes,” zegt Max. De Watergeuzen pakken het dan ook groots aan: eerst ijshockeyen, daarna borrelen en als afsluiter met de bus naar Utrecht om te stappen. “Daarmee willen we mensen definitief binnentikken. Je bent de hele dag met elkaar en als het dan goed klikt, komen ze meestal wel bij het dispuut.” De laatste maandag van de pijler periode wordt alles officieel afgerond. Dat noemen ze de ‘vraagdatum’; het dispuut vraagt dan officieel aan de leden die ze op het oog hebben of ze lid willen worden. Als ze dan ‘ja’ zeggen, zijn ze aspirant-lid.

Want voordat ze de slingers mogen ophangen, moeten ze de ontgroening nog overleven. “En die is zwaar”, waarschuwt Max.

 

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.