Verbon reageert op open brief #MeToo

De column van Harrie Verbon over #MeToo veroorzaakte veel boze reacties. Ter besluit van de discussie over zijn eerdere column (en om misverstanden te voorkomen: niet ter besluit van de discussie over misbruik in de academische wereld en in het algemeen), wil hij nog eenmaal de kans om uit te leggen wat hij bedoelde te zeggen.  

De open brief die ik via de redactie van Univers mocht ontvangen, heb ik met grote belangstelling gelezen. Ik reageer in het Nederlands; mijn Univers-column was ook in het Nederlands. Kennelijk kunnen dus alle ondertekenaars van de brief Nederlands lezen. Echter, zij hebben dingen gelezen in de column die er niet staan, namelijk dat ik op een of andere manier misbruik van macht zou goedkeuren of niet zou willen dat slachtoffers van seksueel misbruik aangifte kunnen doen.

Maar dat mijn column tot verwarring zou kunnen leiden, geef ik toe: misschien waren er door mij een paar draden te veel in de column geweven. Kennelijk zijn sommige lezers in al die draden verward geraakt. Waarom kwam ik, naast Weinstein, bijvoorbeeld met de notoire viespeuk Saville op de proppen? Ik haalde Saville als voorbeeld aan, alleen maar om aan te geven dat zelfs in zijn geval, waar het misbruik zo evident was, dat pas na zijn dood boven water kwam. Ook bij vele zaken die nu boven water komen, is het opvallend dat de gemelde praktijken zo lang hebben kunnen voortwoekeren. Blijkbaar ontbreken er voldoende checks and balances in deze sector.

Als een soort tegenreactie tegen de dominantie van mastodonten in de culturele wereld is de #metoo campagne losgebarsten. Mijn belangrijkste punt in de gewraakte column was dat wij in de academische wereld die kant niet op moeten gaan. Mensen (M/V) op de universiteit die zich het slachtoffer voelen van (seksuele) intimidatie moeten zich daarover kunnen uitspreken. Daar hebben we vertrouwenscommissies en vertrouwenspersonen voor, die ik ook heel nadrukkelijk noemde in mijn column. Voor de zuiverheid van procedures, voor de bescherming van slachtoffers, maar ook voor de bescherming van de vermeende daders zullen we daar op moeten bouwen. We moeten als universiteit geen #metoo-achtige publieke beschuldigingen willen die leiden tot een heksenjacht op vermeende daders.

De briefschrijvers suggereren dat seksuele intimidatie in de academische wereld en dus ook op onze universiteit wijdverbreid is. Dat zou schokkend zijn. Ik constateer echter dat het beroep dat gedaan wordt op de vertrouwenspersonen aan onze universiteit zeer beperkt is. Als de briefschrijvers gelijk hebben, zou dit kunnen betekenen dat de vertrouwenspersonen niet de veilige omgeving bieden die wordt beloofd, bijvoorbeeld omdat ze zich niet zo onafhankelijk opstellen als zou moeten. Dat zou ons eigen College van Bestuur zich dan kunnen aantrekken.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.