Burger ben je als je bijdraagt aan de gemeenschap

Om in een land te mogen werken, wonen en stemmen moet je er burger van zijn. Met haar promotieonderzoek laat Chiara Raucea zien dat het ook omgedraaid kan worden. Soms krijgen mensen rechten toegekend en worden ze daarmee eigenlijk burger. 

Binnen de Europese Unie kunnen burgers vrijelijk bewegen. Een Nederlander kan naar Italië verhuizen om daar te studeren of werken. Chiara Raucea nam in 2012 de omgekeerde route, van het Italiaanse Catania naar Tilburg. Ze had een scholarship om hier een jaar een onderzoeksopzet te schrijven en stroomde door naar een promotietraject bij Tilburg Law School. 

Raucea’s inmiddels afgeronde promotieonderzoek richt zich op burgerschap. Een land heeft een constitutie of grondwet, waarin bijvoorbeeld staat dat iedereen binnen de gemeenschap (de burger) recht heeft op onderwijs, werk of demonstratie. Dit betekent ook dat zij die niet bij de gemeenschap horen, daar geen recht op hebben, of maar tot op zekere hoogte. Maar hoe bepaal je wie erbij hoort en wie niet? “Burgerschap is vaak gebaseerd op nationaliteit,” zegt Raucea. Een Nederlander is Nederlander omdat hij of zij in Nederland is geboren en heeft daardoor allerlei rechten. Binnen de Europese Unie valt dit criterium van nationaliteit echter weg. Een burger van de EU, bijvoorbeeld een Italiaan, kan ook in Nederland rechten claimen. Want wie burger is van een EU-lidstaat, is ook EU-burger. “Er mag geen onderscheid gemaakt worden met Nederlanders.”

En soms hoeft iemand zelfs geen burger te zijn van een andere EU-lidstaat, om toch rechten toegekend te krijgen. Een belangrijke zaak waar aan het licht kwam dat er uitzonderingen mogelijk zijn, ging over in België geboren kinderen van Colombiaanse ouders. De ouders wilden, net als de kinderen, recht hebben om in België te kunnen verblijven, en daar te mogen werken. De Belgische rechter hield dat tegen: volgens de nationale immigratiewetten konden de ouders niet legaal in België verblijven. Het Europese Hof van Justitie zag dit anders, zegt Raucea. “Het hof wilde de rechten beschermen die de kinderen als Unieburgers hadden, namelijk het recht om in de EU te verblijven en zich daarbinnen vrij te bewegen. Dat kon alleen door de rechten van de ouders te erkennen. Die rechten waren zo met elkaar verbonden, dat ze niet van elkaar gescheiden konden worden.”

Dit is een nieuw inzicht, zegt Raucea. “Traditioneel ben je burger of niet. Of er wordt gekeken naar mensenrechten, waarbij je rechten hebt omdat je een mens bent. In dit geval worden de burgerschapsrechten van de ouders beschermd, om daarmee het recht op vrij verkeer van hun kinderen te kunnen garanderen.” Ook als je niet de juiste nationaliteit hebt, kan je dus burgerschapsrechten hebben. Al gaat het volgens Raucea lang niet altijd zo. In een vergelijkbare zaak waar een partner aanspraak wilde maken op burgerschap, ging het niet door. Het gaat vooralsnog om een verbinding die volgens het Europese Unierecht bescherming waard is, bijvoorbeeld die tussen ouder en kind.

“Wat je bijdraagt moet niet alleen in geld gemeten worden”

En het burgerschap dat wordt toegekend is niet volledig. De Colombiaanse ouders hebben het recht gekregen om in België te wonen en werken, ze kunnen naar de rechter en hebben recht op sociale zekerheid, maar stemrecht wordt ze onthouden, zegt Raucea. Zo blijven ze toch tweederangsburgers. Er wordt dus alsnog teveel gekeken naar nationaliteit. “We moeten nadenken over andere vormen van naturalisatie. Het moet er misschien ook toe doen waar je feitelijk woont, of wat je bijdraagt. En dat moet niet alleen in geld gemeten worden. Ouders die voor hun kinderen zorgen, mensen die voor ouderen zorgen, het zou allemaal mee moeten tellen. De criteria moeten flexibeler worden.”

Ze vertelt hoe ze de uitspraak van het Europese Hof over de Colombiaanse ouders interpreteert. “Stel je een gemeenschap van mensen voor, in West Point. Zij geven een feest. Wie mag er komen? Een comité kan ervoor kiezen de mensen van het gebouw uit te nodigen. Maar hoe bepaal je wie de mensen van het gebouw zijn? Je kan zeggen: dat zijn de mensen die huur betalen. Wat doe je met grijze gevallen? Er is een vrouw die inwoont bij een oude vrouw, die niet alleen kan leven. De oude dame kan niet naar het feest zonder haar hulp. Maar als de hulp niet wordt uitgenodigd, omdat zij geen huur betaalt, wordt de oude dame ook uitgesloten. Terwijl ik denk: de hulp helpt indirect ook de gemeenschap en deelt in het gemeenschapsleven. En heeft daarom recht om naar het feest te gaan.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.