‘De universiteit is geen safe space’

Zijn er binnen de universiteitsmuren grenzen aan de vrijheid van meningsuiting? Of mag alles gezegd, geschreven en gevonden worden? Tilburgse wetenschappers verschillen over die vraag van mening. Waar ze het wel over eens zijn: de academie moet geen ‘safe space’ worden naar Amerikaans model. “De universiteit is per definitie geen veilige ruimte.”

Op Amerikaanse en Britse campussen woedt de safe space-discussie al langer. Dat de discussie in de Verenigde Staten definitief is doorgedrongen tot de mainstream, blijkt wel uit het feit dat South Park er in 2015 een aflevering over maakte. In die aflevering zingt Eric Cartman met een dromerig stemmetje: ‘People don’t judge me and haters don’t hate / in my safe space.’

“Je wilt niet dat er racistische kreten over tafel vliegen”

Daarmee vat Cartman het heersende beeld van de safe space treffend samen: een omgeving die ‘veilig’ is omdat je je er kunt afsluiten van onaangename ideeën en kwetsende meningen. Een bubbel van gelijkgestemden. Of zoals de Britse schrijver en wetenschapper Joanna Williams het verwoordt: een omgeving waar geen freedom of speech heerst, maar freedom from speech.

No-platforming

In een interview dat begin februari werd gepubliceerd in Mare, de Leidse universiteitskrant, waarschuwde Williams dat op universiteiten in haar land de vrijheid van meningsuiting ernstig wordt bedreigd. Onder druk van studenten veranderen Britse campussen in safe spaces, waar geen ruimte is voor meningen die als ‘verderfelijk’ worden gezien en waar controversiële sprekers niet meer welkom zijn. “Wat veel voorkomt is het zogeheten no-platforming. Een spreker wordt uitgenodigd en studenten proberen dat vervolgens met een protest te verhinderen. Dat fenomeen ontstond zo’n veertig jaar geleden om gevaarlijke extreemrechtse types van campus te weren, maar nu gebeurt het heel vaak.”

Nederlandse opiniemakers vrezen dat dezelfde donkere wolken zich samenpakken boven de academische vrijheid in ons land, zo getuigen de koppen boven recente columns en opinies in de kranten. ‘Ook hier begint de mallotige term safe space wortel te schieten’ in de Volkskrant, ‘Paranoia op de campus’ in NRC, ‘Het vrije woord is niet langer heilig’ in Trouw, ‘Ten strijde tegen de safe space gekte!’ op de rechtse nieuwssite The Post Online.

Karikatuur

Volgens Michiel Bot, universitair docent aan Tilburg Law School, is er een karikaturaal beeld ontstaan van ‘safe-spacende’, ‘no-platforming’ studenten die menen dat ze een fundamenteel recht hebben om niet gekwetst te worden. “Ik vind de discussie enorm overtrokken”, aldus Bot. “Studenten hebben mij nog nooit om een safe space gevraagd.”

Dat studenten tegenwoordig ‘beschermd’ worden tegen onwelgevallige ideeën, is volgens Bot niet aan de orde. Hij vindt wel dat sommige onwelgevallige ideeën niet thuishoren op een universiteit. Niet zo zeer omdat ze onwelgevallig zijn, maar omdat ze leiden tot slechte wetenschap. Ook in klaslokalen vindt Bot het belangrijk dat studenten zich veilig voelen. “Anders kan er geen vrije discussie plaatsvinden. Als docent heb je daar een zekere verantwoordelijkheid in. Je wilt niet dat er racistische kreten over tafel vliegen.”

“Niemand beweert dat je studenten niet zou moeten confronteren met radicale, afwijkende perspectieven. Maar racistisch of seksistisch denken is niet radicaal”, aldus Bot. “In een florerende academische gemeenschap hoop je dat een voorstel om te onderzoeken of zwarte mensen genetisch sneller geneigd zijn tot criminaliteit geen weerklank vindt. Als je dat soort vooroordelen gaat doordenken, worden ze al snel gefalsificeerd.”

Marktplein

Betekent dat dan ook dat bepaalde sprekers niet op de universiteit thuishoren? Jan Blommaert, hoogleraar cultuurwetenschappen aan Tilburg University, vindt van wel. “Je zou kunnen zeggen dat het heel vanzelfsprekend is dat we Steve Bannon of de leider van de Ku Klux Klan hier niet laten spreken, dat we de universiteit niet gebruiken als platform om bepaalde visies op de werkelijkheid publiek te maken. Als meningen niet voldoen aan kwaliteitseisen, dan hebben ze hier geen ruimte”, zegt Blommaert.

De vrijheid van meningsuiting diende altijd als wapen tegen dictatuur en irrationele ideologieën, maar volgens Michiel Bot wordt die essentie vaak vergeten. “Sinds de jaren negentig zie je dat mensen extreme dingen roepen, zogenaamd om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Dat soort mensen probeert echter nooit om gemarginaliseerde stemmen ruimte te geven in het publieke debat. Integendeel: de vrijheid van meningsuiting wordt aangeroepen om bijvoorbeeld vrouwen, moslims of vluchtelingen op een ondergeschikte plaats te zetten.”

Jan Blommaert deelt die analyse. “De notie van vrije meningsuiting wordt tegenwoordig ingeroepen als een absoluut gegeven. Alles mag en alles moet mogen. Prima, gebruik daarvoor een marktplein, maar de universiteit is nu net de plaats waar dat níet kan.”

Nietzsche

Hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen denkt daar heel anders over. “Uitgerekend de universiteit moet een zo breed mogelijk platform bieden voor allerlei soorten ideeën. Wetenschap is gebaseerd op het vrije spel van gedachten, óók van gevaarlijke gedachten. Iemand als Nietzsche zou tegenwoordig niet meer mogen komen spreken aan de universiteit. Dat vind ik onbestaanbaar”, zegt hij.

[caption id=”attachment_115309″ align=”alignleft” width=”100%”> Ilustraties: Bas van der Schot

Zolang er geen wetten worden overtreden, vindt Frissen dat alles aan de universiteit gezegd, geschreven en onderzocht mag worden. “En als een idee je niet bevalt, dan moet je het bestrijden. Dat is nou juist het wezen van democratie, dat je elkaar niet de koppen inslaat maar verbaal het gevecht aangaat. Dat verbale domein, daar moet je niet te veel grenzen aan stellen.”

Unsafe space

Blommaert stelt dat het voor de democratie juist van belang is dat wetenschappers onderscheid maken tussen goede en slechte ideeën. “Een democratie moet aangedreven worden door burgers die de autonomie hebben om kwaliteitsoordelen te maken”, zegt hij. Hij wijst naar zijn mobiele telefoon. “Dit apparaatje is groter dan de bibliotheek van Alexandrië, we leven in een informatiewereld die zich voortdurend uitbreidt. Aan de universiteit moeten we constant selecties van informatie maken, bijvoorbeeld in colleges en op tentamens. Dat is ook de wezenlijke opdracht van de universiteit. Hier leiden we mensen op om kwaliteitsoordelen te vellen in die enorme jungle van informatie.”

Volgens Blommaert is wetenschap dan ook niet gebaseerd op het vrije spel van gedachten, zoals Paul Frissen stelt. Integendeel: “Je moet je gedachten onderwerpen aan wetenschappelijke methoden. De universiteit is in die zin juist een heel onvrije plaats.”

Dat is ook precies de reden waarom de universiteit onmogelijk als safe space kan fungeren, aldus Blommaert. Eigen gedachten en ideeën worden voortdurend aangevallen door de wetenschappelijke mores. De academie is een plek bij uitstek waar onvrijheid en onzekerheid heerst—en ook móét heersen. “Als onderzoeker moet je heel snel van gedachten kunnen veranderen. Wanneer er een betere analyse bestaat, moet je je eigen voorkeuren opgeven in het licht van die evidentie. De universiteit is per definitie een unsafe space.”

Domme meningen

Anne de Vries, promovenda aan Tilburg Law School, vindt het belangrijk dat studenten ook in aanraking komen met meningen die de wetenschappelijke toets der kritiek niet doorstaan. “Het maakt studenten weerbaar om in een vroeg stadium met diverse meningen in aanraking te komen. Ook met domme, onprettige, incorrecte meningen. Daar komen ze later ook mee in aanraking”, zegt ze. “Door te zien hoe wij daar open over discussiëren, leren ze op een goede manier met dat soort meningen om te gaan.”

“Ik vind het een teken van zwakte om de discussie uit de weg te gaan”

De Vries voelt er weinig voor om bepaalde sprekers van de campus te weren. “Zelf zou ik sommige sprekers niet uitnodigen”, zegt ze. “Ik negeer sommige mensen liever dan dat ik ze een podium geef. Maar ik zou organisatoren niet onder druk willen zetten om een spreker te annuleren. En soms kun je het beste aantonen dat een opvatting geen stand houdt door die opvatting juist wel te laten horen. Als je meningen wegdrukt, zijn ze er nog steeds. Alleen kun je dan niet reageren.” 

Harrie Verbon

Bovendien: ondoordachte, onprettige of incorrecte meningen zijn niet altijd afkomstig van buiten de academie. “Een hoop uitlatingen op social media kun je misschien maar beter negeren. Maar als iemand uit ons midden iets doms roept, zeker als het gaat om een hooggeplaatst iemand, dan denk ik dat het geen kwaad kan om dat publiek te maken. Alleen dán kun je ertegenin gaan.”

De Vries doelt op emeritus hoogleraar economie Harrie Verbon, die in november een column in Univers schreef waarin hij zich uitsprak tegen de MeToo-beweging. Daarbij haalde hij de pedofiele BBC-presentator Jimmy Savile aan, die net als Harvey Weinstein aantrekkingskracht zou hebben op ‘meisjes en vrouwen’ vanwege zijn macht en succes. Verbon vroeg zich in de column af ‘wie gebruik of misbruik maakte van wie’ in dergelijke gevallen; de ‘slachtoffers’ hadden vaak hun succes te danken aan machtige mannen als Weinstein.

“Aan een column worden heel andere eisen gesteld dan aan bijvoorbeeld een boek of een essay. Een column is plagen, pesten, zieken”

De column leidde tot veel boze reacties. Een promovenda schreef dat ze zich als vrouw niet veilig kan voelen op een universiteit waar collega’s rondlopen die seksuele intimidatie geoorloofd lijken te vinden. Studenten klopten bij de redactie aan met de vraag hoe Univers de column had kunnen plaatsen. Er ontstond discussie: droeg de column van Verbon bij aan een onveilig klimaat aan de universiteit? En had Univers de column wel moeten publiceren?

41 academici

Een groep van 41 academici van Tilburg University liet daar geen twijfel over bestaan. Ze schreven een open brief in reactie op Verbons column en vroegen Univers die te plaatsen op de website. De academici veroordeelden de column van Verbon scherp. Daarnaast werd Univers in de brief gevraagd om publiekelijk excuses te maken voor het plaatsen van de column, en om kritisch na te denken over de redactionele rol en het beleid van het universiteitsblad. Het College van Bestuur werd opgeroepen zich openlijk en nadrukkelijk van de column te distantiëren, om aan de gemeenschap het signaal af te geven dat de universiteit seksuele intimidatie serieus neemt en belang hecht aan het waarborgen van een ‘veilige leer- en werkomgeving’. Het CvB distantieerde zich vervolgens inderdaad van de inhoud en gaf de hoofdredacteur van Univers per brief te kennen dat een dergelijke column niet past binnen de ‘code of conduct’ die de universiteit hanteert. De column zou in strijd zijn met een ‘zwaarwegend belang’ van de universiteit om een veilige en gezonde werk- en studieomgeving te faciliteren.

Absurd, vindt Paul Frissen. “Aan een column worden heel andere eisen gesteld dan aan bijvoorbeeld een boek of een essay. Een column is plagen, pesten, zieken”, zegt hij. “Daarmee wil ik niet zeggen dat ik alles wat mensen schrijven acceptabel vind. Maar als ik iets onacceptabel vind, staan mij twee dingen te doen. Is er sprake is van een strafbaar feit, dan moet ik mij tot de politie wenden. En als ik een column onaanvaardbaar vind om andere redenen, dan moet ik reageren. Maar je vraagt niet om bestuurlijk ingrijpen. Hoe haal je het in je hoofd?”

‘Van de zotte’

Ook Jan Vranken, emeritus hoogleraar privaatrecht en tot voor kort voorzitter van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de universiteit, vindt de brief kwalijk. “Een universitaire gemeenschap kan alleen functioneren bij een nagenoeg absolute vrijheid tot kritiek. Wetenschap ís in wezen kritiek”, zegt hij. “Als je als groep van 41 academici bezwaar hebt, ga dan de discussie aan. Je kunt het ongelooflijk oneens zijn met iemands opvattingen, maar je bestrijdt die niet met uitsluitingen en verboden. Dat is van de zotte.”

“Wie bepaalt dan welke ideeën hier wel en niet thuishoren, wat wel en niet mag?”

Anne de Vries noemt de brief ‘goedbedoeld’, maar ze zette haar handtekening er niet onder. “Ik vond de brief ongelukkig, omdat die zich ook tot het College van Bestuur richtte. Daardoor kon de brief geïnterpreteerd worden als een oproep tot censuur. Je mag wat mij betreft best een medium aanspreken als het een kwalijke column plaatst. Maar daar houdt het wel op. Het bestuur mag niet ingrijpen. De gevolgen van bestuurlijke inmenging zijn denk ik veel kwalijker dan die van een domme column.”

Teken van zwakte

De Vries schreef een opiniestuk voor Univers in reactie op de column van Verbon. Daarin haalde ze hard naar hem uit. “Ik vond het een zeer onprettige column. Maar de geëigende weg om zo’n column te bestrijden is met een weerwoord”, zegt ze. “Ik vind het een teken van zwakte om de discussie uit de weg te gaan. Als jonge vrouw vond ik het belangrijk om te laten zien dat ik prima in staat ben om me op een inhoudelijke manier te verdedigen.”

“Het is niet zo dat je het debat uit de weg gaat als je zegt dat de uitspraken van de ander hier eigenlijk niet horen”

In haar opinie schreef De Vries dat Univers de column van Verbon niet had moeten plaatsen. Inmiddels denkt ze daar anders over. “Inhoudelijk sta ik nog steeds achter mijn reactie van destijds, Verbons column was kwalitatief slecht. Maar ik zag wel wat het losmaakte”, zegt ze. “Er werd opeens gepraat over lastige onderwerpen. Dat had tot iets goeds kunnen leiden: een discussie over seksuele intimidatie binnen de academie én het risico van een MeToo-heksenjacht. Achteraf moet ik toegeven dat de plaatsing van de column dus iets positiefs teweeg had kunnen brengen. Maar alle boosheid was gericht op Univers vanwege het plaatsen van de column. Een gemiste kans.”

Zinvolle discussie

Jan Blommaert stond wel achter de brief van de groep academici. Hij was een van de ondertekenaars. Blommaert beschouwt de brief wel degelijk als een inhoudelijke reactie, waarvoor de academici hetzelfde podium kozen als Verbon: de website van Univers. “Het is niet zo dat je het debat uit de weg gaat als je zegt dat de uitspraken van de ander hier eigenlijk niet horen”, vindt hij. Blommaert benadrukt dat hij niet uit was op bestuurlijk ingrijpen.

“Alles mag en alles moet mogen. Prima, gebruik daarvoor een marktplein”

Ook Michiel Bot stond achter de brief; hij was een van de initiatiefnemers. De kritiek dat de brief gelezen kan worden als een oproep tot censuur, wijst hij van de hand. “Onze brief vroeg er niet om dat Verbon zijn columns zou staken”, zegt hij. “We vroegen Univers om na te denken of het een goed idee is om zo’n column te publiceren. Het feit dat iemand iets roept, maakt niet dat die mening het verdient om een podium te krijgen. Het is de verantwoordelijkheid van een medium om te beoordelen of iets bijdraagt aan een zinvolle publieke discussie.”

Statement

Voor Bot diende de brief vooral als een collectief statement. “Verbon gaf in zijn column slachtoffers de schuld van misbruik. Ik zou studenten niet de indruk willen geven dat hun docenten dat normaal vinden”, legt hij uit. “En ik vind ook niet dat ik in debat hoef te gaan met iemand die zoiets verkondigt. Als je gaat deelnemen aan die discussie, dan doe je alsof het een legitiem debat is. We hoeven ook geen debat te voeren over de vraag of zwarten een lagere intelligentie hebben.”

Het is volgens Jan Vranken maar de vraag of zo’n benadering bijdraagt aan een veilig klimaat. “Hoe veilig is de academische gemeenschap als we mensen gaan uitsluiten en wegzetten? Ik zou me dan niet veilig voelen.” Vranken denkt dat een gezonde uitwisseling van ideeën niet kan plaatsvinden als onaangename of dubieuze standpunten worden gediskwalificeerd. “Het is hartstikke van belang dat mensen standpunten innemen die totaal tegen de heersende leer ingaan. Daar is een academie voor.”

Blommaert en Bot vinden dat academici in staat moeten zijn om kwaliteitsoordelen te vellen over meningen, op basis van objectiveerbare criteria. Academici moeten over bepaalde ideeën kunnen zeggen: dit hoort hier niet thuis. Maar volgens Vranken is dat gevaarlijk. “Wie bepaalt dan welke ideeën hier wel en niet thuishoren, wat wel en niet mag? Dat is ook mijn bezwaar tegen de safe space: wie bepaalt wat een safe space is? De moraliteit van degenen die de safe space hanteren wordt dan doorslaggevend.”

Angstcultuur

Volgens Vranken heeft een veilige omgeving bovendien op veel meer zaken betrekking dan op de ideeën die aan een universiteit worden uitgedragen. “Het heeft bijvoorbeeld ook betrekking op personeelsbeleid en de begeleiding van promovendi. Naar mijn idee worden die facetten van een veilige omgeving in de steek gelaten.”

Vranken stelt dat er belangrijkere bedreigingen zijn voor een gezond academisch klimaat, waar onvoldoende aandacht voor is. Zijn grootste zorgen: de angstcultuur die is ontstaan en de mate waarin onderzoekers afhankelijk zijn geworden van de onderzoeksagenda’s van financiers en het College van Bestuur. “Het valt me op dat mensen ontzettend bang zijn om openlijk hun mening te geven. Iemand die kritiek heeft, plaatst zichzelf buiten de orde”, legt hij uit. “Tegelijkertijd zie ik dat de vrijheid om onderzoek te doen wordt gehinderd door financiers en bestuurders. Het onderzoek aan onze universiteit is tegenwoordig ondergebracht in thema’s, waar je onderzoek in moet passen. Dat tast de vrijheid aan.”

Ook Bot vindt het zorgelijk dat onderzoek steeds vaker gefinancierd wordt door externe opdrachtgevers en direct toepasbaar moet zijn. “Daardoor is er steeds minder ruimte om in vrijheid daadwérkelijk radicale vragen te onderzoeken.”

‘Niet wat we willen’

De South Park-aflevering over safe spaces eindigt een tikkeltje onheilspellend. De inwoners van South Park hebben zich verzameld rond een galg op het dorpsplein, waar ze een slechterik genaamd Reality ophangen. Maar niet voordat Butters, die het vonnis voltrekt, nog aarzelend vraagt: ‘Are you sure this is a good idea?’

In het licht van de safe space-discussie die uit Amerika is overgewaaid naar Nederlandse campussen, werpt Anne de Vries een soortgelijke vraag op. “Ik vind het heel belangrijk dat de universiteit een veilige omgeving is, maar ik denk dat die veilige omgeving gecreëerd wordt door goede wetenschappers die een mening durven hebben en zich ook aan andere meningen en kritiek bloot durven stellen.” Huisregels, verboden en uitsluitingen maken volgens haar de universiteit niet veiliger. “De onveiligheid die we daarmee proberen tegen te gaan, zou zomaar kunnen leiden tot onveiligheid voor mensen met andere meningen. Dat kan toch niet zijn wat we willen?”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.