Fikry El Azzouzi: ‘Ik schrijf om jongens als Ayoub een stem te geven’

Fikry El Azzouzi: ‘Ik schrijf om jongens als Ayoub een stem te geven’

Fikry El Azzouzi is een literaire rebel. Hij gebruikt straattaal in zijn romans, scheldt zijn publiek uit en confronteert zijn lezers met maatschappelijke ongemakkelijkheden. De Vlaamse schrijver wil mensen in verwarring brengen. “Soms is verwarring nodig om tot begrip te komen”, aldus El Azzouzi. Deze week is hij als writer in residence te gast in Tilburg.

Hier is hij nog niet zo heel bekend, maar in België geldt hij als een literaire sensatie. Fikry El Azzouzi zou volgens Vlaamse literatuurcritici wel eens de nieuwe Reve kunnen zijn. Zijn roman Drarrie in de nacht werd vergeleken met De Avonden. Zelf ziet hij de gelijkenis tussen zijn roman en het beroemdste werk van de oude meester niet zo. “Drarrie is beter dan De Avonden.”

El Azzouzi wil helemaal niet lijken op de oude schrijverselite. “Soms hebben schrijvers met migrantenroots de neiging om de gevestigde, oudere literatuur te copy-pasten. Als je ook op die manier schrijft, dan hoor je erbij. Maar dat is niks voor mij.”

Deze week logeert Fikry El Azzouzi als gastschrijver in Tilburg, op uitnodiging van literair festival Tilt. Als we elkaar op dinsdagochtend ontmoeten in theater De Nieuwe Vorst is hij nog niet zo lang in Tilburg. Hij is maandag aangekomen, vertelt hij, toen heeft hij wat rondgefietst in de stad. De rest van de week heeft hij een volle agenda: hij geeft interviews, een schrijfcursus in de Kennismakerij en een gastcollege aan Tilburg University. Zondag kunnen Tilburgers met hem door de stad dwalen en leest hij voor uit eigen werk in boekwinkels Livius en Gianotten.

Veel tijd om Tilburg te verkennen heb je niet. Kende je de stad al een beetje?

“Nee, niet echt. Ik ben nooit eerder in Tilburg geweest. Ik kende Tilburg vooral als de stad van Ico Maly en Jan Blommaert. Zij zijn beroemde professoren in Vlaanderen.”

Donderdag geef je een gastcollege aan de universiteit van die beroemde wetenschappers. Waar ga je het over hebben?

“Over mijn theaterstuk Malcolm X, en de heisa die het heeft veroorzaakt. Volgend jaar komt de voorstelling pas naar Nederland, maar in de Vlaamse theaterwereld heeft het stuk een kleine revolutie teweeggebracht.”

Hoe komt het dat Malcolm X zo veel stof doet opwaaien?

“Er zit heel veel kleur in het stuk. En het heeft een andere stijl. Met dit stuk zeggen we rechtuit: wij maken theater op onze eigen manier, we volgen de bestaande codes niet. Voor het publiek is het ook vrij confronterend. Aan het begin van het stuk wordt het publiek uitgescholden. De kunst is dat alle mensen tegen het einde van de voorstelling enthousiast staan te springen, zelfs nadat ze zijn uitgescholden. De boodschap is: na een confrontatie moet je toch samen verder. Als we altijd met getrokken messen tegenover elkaar blijven staan, komen we niet tot oplossingen.”

Heb je zelf eigenlijk gestudeerd?

“Ik ben wel op de universiteit beland, maar ik heb het niet afgemaakt. Ik was niet zo’n goede leerling in mijn jonge jaren.”

“Ik verruilde mijn kantoorjob voor een baantje als nachtwaker, zodat ik meer tijd had om te schrijven”

Waar lag dat aan?

“Vroeger werden kinderen met migrantenroots op lagere scholen in Vlaanderen vaak naar het beroepsonderwijs gestuurd, ook al hadden ze goede cijfers. Dat ging bij mij ook zo. Ik had goede punten, maar ik werd toch geadviseerd om naar de vakschool te gaan. Zelf dacht ik in die tijd nog dat ik de wereld zou gaan veroveren als profvoetballer, maar op school zeiden ze: jij wordt vakman. Ik ben heel onhandig, dus op de vakschool raakte ik al snel heel gefrustreerd. Via veel omwegen ben ik uiteindelijk toch op de universiteit terechtgekomen. Op de universiteit ging het voor mij erg vlot. Ik had de capaciteiten wel, maar ik heb het niet volgehouden.”

Wanneer wist je dat je schrijver wilde worden?

“Dat ging eigenlijk heel natuurlijk. Ik voelde dat ik er talent voor had en op een dag besloot ik: ik word schrijver. Ik had toen een kantoorjob bij een bedrijf waar ’s avonds een bewaker werkte. Die deed niks, hij zat de hele nacht een beetje op zijn gitaar te tokkelen. Zijn belangrijkste taak was wakker blijven. Toen bedacht ik dat ik dat ook moest gaan doen. Een paar maanden later was ik bewakingsagent in een pand in de haven van Antwerpen. Ik had er alles wat ik nodig had: licht, een stoel, een tafel. En veel tijd om te werken.”

Schreef je daar in die havenloods Het Schapenfeest, je debuutroman?

“Ja. Ik heb er heel veel gelezen en geschreven. Het Schapenfeest, maar ook mijn tweede roman en een aantal theaterstukken.”

In je romans keert telkens hetzelfde personage terug: Ayoub. Waarom blijft Ayoub je zo boeien?

“Het verhaal van Ayoub is lichtjes gebaseerd op mijn eigen leven. In Het Schapenfeest is hij een elfjarige jongen die worstelt met zijn identiteit. Dat verhaal gaat verder in Drarrie in de nacht, mijn tweede roman, die veel donkerder is. Ayoub is dan vijftien, hij hangt rond op straat met zijn vrienden. Ze hebben geen doel in hun leven en voelen zich door iedereen verstoten. Dat is ook gebaseerd op mijn jeugd.”

“Ik zal altijd met mijn identiteit blijven worstelen, maar dat is goed”

In het slotstuk van de trilogie, Alleen zij, is Ayoub volwassen. Dat boek snijdt ook volwassen thema’s aan, zoals terrorisme in Europa en de westerse angst voor de islam.

Alleen zij is misschien het meest maatschappelijke boek dat ik heb geschreven. Dat was niet echt een bewuste keuze. In de eerste plaats wilde ik gewoon een mooi liefdesverhaal schrijven. Tegelijkertijd wilde ik ook tonen dat iets kleins, een liefdesverhaal, sterker kan zijn dan de verdeeldheid die politici zaaien met de dingen die ze uitkramen. Mensen zijn bang. Soms begrijp ik die angst niet. En soms begrijp ik niet waarom politici die angst zo misbruiken. Angst is een machtig wapen.” 

Je zegt dat het verhaal van Ayoub is gebaseerd op je eigen leven. Worstel jij als geboren Vlaming met Marokkaanse ouders ook met je dubbele identiteit?

“Zeker. Dat is denk ik levenslang, iets waar ik altijd over na zal blijven denken. Maar dat is juist goed.”

In welke zin?

“Het is goed om na te denken over wie je bent en waar je bij hoort. De mens heeft heel veel identiteiten, heel veel lagen. Dat is de verwarring van onze tijd: veel mensen weten niet goed wie ze zijn, ze horen nergens en toch overal een beetje bij. Dat is lastig, maar ik denk dat die verwarring ook constructief kan zijn. Kijk bijvoorbeeld naar de discussie rond Sinterklaas en Zwarte Piet. Voor de één is Zwarte Piet een traditie, de ander vindt het racisme. Daardoor ontstaat verwarring. Maar als we over die verwarring nadenken en erover praten, kunnen we nader tot elkaar komen. Het is een werkproces.”

Word je er nooit moe van dat je voor veel mensen zo nadrukkelijk een ‘Marokkaans-Vlaamse’ schrijver bent? Je Marokkaanse achtergrond staat vaak al in de kop vermeld boven interviews en recensies.

“Tegenwoordig word ik ook wel gewoon ‘schrijver’ genoemd, zonder dat er direct bij vermeld wordt dat ik een Marokkaanse Vlaming ben. Maar een paar jaar terug werd ik nog wel altijd op die manier geïntroduceerd. Daar werd ik heel moe van. Ik ben inderdaad Marokkaans en Vlaams. Maar ik ben ook man, hetero, onhandig, knap, slim. Dat hoeft toch ook niet in elke krantenkop?”

“Soms krijg ik kritiek op de straattaal in mijn romans. Het is authentiek, het is hoe die jongens praten”

Je hebt een keer gezegd dat je in het overwegend witte landschap van de literatuur- en theaterwereld vooral niet gezien wil worden als een ‘exotische’ schrijver.

“Klopt. Ik heb in Brussel ooit een theaterstuk gezien dat aan elkaar hing van tenenkrommend exotisme, het hele stuk door. Het publiek werd wild toen een zwarte speler opera begon te zingen – een zwarte die opera zingt! Ik dacht: dit is niet wat ik onder theater versta, vrolijk dansende allochtonen. Dat stuk was een belangrijke inspiratie voor Malcolm X. We wilden het op onze eigen manier doen, theater maken vanuit onze eigen kracht.”

Hoe doe je dat in je literaire werk?

“In Het Schapenfeest en Drarrie heb ik veel straattaal gebruikt. Daar kreeg ik soms kritiek op. Maar het is authentiek, het is hoe die jongens praten. In mijn werk probeer ik jongens als Ayoub een stem te geven. Die gasten worden vaak alleen maar gezien als vervelende hangjongeren, maar ik wil laten zien dat ze meer zijn dan dat. Dat zij ook worstelen en gevoelens hebben.”

Als writer in residence ga je over Tilburg schrijven. Zullen we Ayoub ook weer terugzien in dat boek?

“Ayoub in Tilburg? Daar had ik eigenlijk nog niet over nagedacht. Je brengt me op ideeën!”

Zou kunnen dus?

“Zou kunnen.”Fikry El Azzouzi (1978) debuteerde in 2010 met Het Schapenfeest. Zijn roman Drarrie in de nacht (2014) werd vertaald in verschillende talen en genomineerd voor de Gouden Uil. Zijn meest recente roman, Alleen zij, verscheen in 2016. Behalve romans schreef hij columns voor De Morgen en De Standaard en een tiental theatervoorstellingen. Zijn theaterteksten werden bekroond met de auteursprijs voor podiumkunsten (IJdele dagen) en de Arkprijs van het Vrije Woord (Reizen Jihad). Met zijn gezelschap JuniorcEsAr maakte hij het theaterstuk Malcolm X, dat lovend werd ontvangen. Malcolm X tourt op dit moment nog door België en zal in het voorjaar van 2019 in Utrecht te zien zijn. 

Deze week is Fikry El Azzouzi te gast in Tilburg. Literair festival Tilt nodigt ieder jaar een gastschrijver uit, die een week lang in de stad verblijft en daar een boek over schrijft. Als writer in residence treedt El Azzouzi in de voetsporen van schrijvers als Yves Petry, Maartje Wortel en Ilja Leonard Pfeiffer.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.