Echte verandering

Het is WOinactieweek. Overal in het land geven wetenschappers deze week colleges buiten de collegezalen, variërend van parken tot treinen en balkons. Een stadshistoricus van de UvA liep zelfs orerend van de Dam naar het Amsterdamse stadhuis. Academici voeren daarmee actie tegen de doelmatigheidskorting, een bezuiniging van 183 miljoen omdat de regering denkt dat het efficiënter kan.

Wat de week uniek maakt is dat voor het eerst in jaren universiteitsbesturen de acties steunen. Bestuurders van de UvA, de VU, de Erasmus Universiteit, allemaal gaven ze buiten colleges. Dat is uniek, maar ook wel logisch: niemand zegt nee tegen meer geld, zelfs bestuurders niet.

Grote hoop

Als het geld er komt gaat het namelijk niet direct naar extra docenten, het gaat gewoon op de grote berg met geld die universiteiten ieder jaar opgestuurd krijgen. En van die grote berg met geld gaat het grootste deel niet naar onderwijs. Het universiteitsbestuur mag beslissen wat ermee gebeurt en daarom is het niet gek dat wetenschappers als de Rotterdamse hoogleraar Willem Schinkel met argusogen kijken naar de acties.

Universiteitsbestuurders blijken immers niet altijd de meest verantwoorde keuzes te maken. De UvA en de VU investeerden miljoenen in een fusie van bètafaculteiten die niet doorging en de Rijksuniversiteit Groningen investeerde miljoenen aan onderwijsgeld aan een Chinees prestigeproject dat eveneens werd afgeblazen, zo ontdekte een student een paar weken geleden.

Over de balk

Ook in Tilburg kunnen we er wat van. De universiteit betaalde bijvoorbeeld via schimmige constructies een half miljoen euro aan voormalige hoogleraren om promoties te begeleiden, terwijl dat gewoon binnen de taakstelling (en dus het salaris) van gewone hoogleraren valt. In de jaarrekening laat Tilburg University bovendien doodleuk zien dat er maar liefst dertien hoogleraren zijn die boven de Balkenendenorm verdienen. Dat zijn er bijna even veel als aan de twee grootste universiteiten van Nederland samen: de UvA en de UU hebben er allebei zeven. Je kunt je afvragen of dat wel gepast is voor de op drie na kleinste universiteit van Nederland.

Kunnen wetenschappers dat hele WOinactie dan maar beter negeren, zoals Willem Schinkel schrijft, en maar gewoon weer aan het werk gaan? Ze hebben immers werk genoeg, als we ze mogen geloven. Dat is te gemakkelijk. WOinactie lijkt een achterban te hebben gemobiliseerd en daarmee een momentum te hebben gecreëerd dat sinds de Maagdenhuisbezetting niet meer is voorgekomen. Destijds is de hele protestbeweging moegestreden en kibbelend uiteengevallen, doordat de actievoerders het oneens waren over hun eisen. Dat is niet verrassend, want laten we eerlijk zijn: zet twee wetenschappers bij elkaar en je hebt drie meningen.

Voertuig voor verandering

Maar juist vanwege dat momentum verdient WOinactie steun. Wanneer de werkdruk op de universiteiten iets afneemt, wanneer meer wetenschappers een vast contract krijgen, wanneer minder promovendi zo hard werken dat ze een burn-out krijgen, zullen ze ook meer tijd hebben om na te denken over wat er beter kan aan de universiteit. Dan kunnen ook het gebrek aan vrouwelijke hoogleraren, de belachelijk lage NWO-toekenningspercentages en de totaal scheve machtsverhouding op de universiteit aangekaart worden. En wie weet kan WOinactie dan ook wel het voertuig voor echte verandering zijn.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.