Moord, doodslag en Descartes in Amsterdam

Sherlock Holmes kan wel inpakken. Voor het oplossen van al uw moordmysteries moet je niet in Bakerstreet in Londen zijn, maar in de Westermarktstraat in Amsterdam, ruim tweehonderd jaar eerder. Daar woonde enige jaren de 17e eeuwse Franse denker, wiskundige en wetenschapper René Descartes. De Tilburgse wetenschapsfilosoof Hans Dooremalen vond hem de ideale man om een serie mysterieuze moorden op te lossen in het Amsterdam van die tijd. Na een aantal non-fictie boeken is dit zijn eerste roman, Descartes in Amsterdam, een filosofische detective.

 

 Waarom wilde je een boek over Descartes schrijven?

“Descartes fascineert me. Zowel zijn filosofie als zijn leven. Dan kun je je afvragen: waarom spreekt zijn levensverhaal me meer aan dan dat van een ander? Misschien komt het wel omdat hij in Nederland heeft gewoond. Maar verder is het zo dat vanaf het moment dat ik op de middelbare school ‘ik denk, ik ben’ gehoord heb, ik hem heel interessant vond. Later kom je er dan wel achter dat hij ook in hele gekke dingen geloofde. Bijvoorbeeld in God.”

En waarom een roman?

“Ik wilde iets met Descartes doen wat nog niet gedaan was. Biografieën van hem zijn er al heel veel. Exegese van zijn werk ook. En ik geef een college waarin ik redeneerpatronen uitleg aan de hand van voorbeelden als CSI en Sherlock Holmes. De schrijver daarvan, Arthur Conan Doyle, noemde de methode van Holmes deductie. Maar dat klopt niet, het is abductie. Uiteindelijk bedacht ik: dat is het. Een detectiveroman met Descartes als Sherlock Holmes, dat is nog nooit gedaan.”

‘Later ontdekte ik dat hij ook in hele gekke dingen geloofde. Bijvoorbeeld in God’

Het boek is verschenen bij uitgeverij Boom, maar die is toch vooral van de non-fictie?

“Dat klopt. Dit is pas hun tweede fictieboek, het eerste was een erotische roman van Peter Sloterdijk. Ze hadden al verschillende non-fictie boeken van mij uitgeven en toen in 2015 Het Snapgevoel uitkwam, dat ik met Herman de Regt schreef, vroeg mijn uitgever: wat wil je nu doen? Ik had al het idee voor een roman over Descartes, dus vroeg ik of ze mij konden helpen zoeken naar een fictie-uitgever daarvoor. Toen bleek het een experiment dat ze zelf wel wilden aangaan.”

In het boek is veel aandacht voor het Amsterdam van de 17de eeuw, je hebt zo te zien veel huiswerk moeten doen.

“Het is heel veel werk geweest. Hard werk wil ik niet zeggen, want het was ook heel leuk om te doen. Toen ik aan het boek wilde beginnen moest ik eerst besluiten waar het zich zou afspelen. Dat lag voor de hand: Nederland, hij is hier lang geweest. Dan is de vraag: de vroege of de late Descartes? Dat werd de vroege, omdat ik zijn jonge methode wilde gebruiken. Bovendien wilde ik een love interest, zodat het verhaal een persoonlijk tintje krijgt. Want hij moest natuurlijk geen bordkartonnen figuur worden. We weten dat hij op 15 oktober 1634 met zijn huishoudster naar bed is geweest, dat had hij opgeschreven op de kaft van een boek. We weten ook dat er een kind van gekomen is. En het huis waar hij toen woonde, staat er nog nog steeds. In die tijd laat ik het verhaal zich afspelen.”

‘We weten dat hij op 15 oktober 1634 met zijn huishoudster naar bed is geweest’

Waarom is de verteller van het verhaal zijn assistent, niet Descartes zelf?

“Het was vanaf het begin duidelijk dat ik de Holmes-Watson structuur moest toepassen waarin de leraar uitleg geeft aan de leerling. Hoe hij met logisch redeneren tot de meest waarschijnlijke verklaring komt bij het onderzoeken van misdaden. Ik wilde er ook de politieke achtergronden van die tijd in verwerken. Zoals C.J. Sansom doet in zijn Shardlake boeken, ook historische detectives, wilde ik veel feiten in de fictie verwerken. Ik moest weten hoe het ook weer zat met de Tachtigjarige Oorlog. Dus ben ik geschiedenisboeken gaan herlezen. En telkens als ik tot 1634 kwam, ben ik gestopt. Eerst wilde ik de VOC niet in het boek hebben, maar dat bleek niet haalbaar. Het waren steeds dezelfde mensen die de politieke-, de handels- en de bestuursfuncties vervulden. Het Amsterdam van die tijd was één groot web van intriges. Zo werd steeds meer duidelijk dat er heel veel informatie in moest.”

Een filosoof die een moordmysterie schrijft met veel feiten en filosofische methodes, ben je eigenlijk niet gewoon de Tilburgse Umberto Eco?

“Ik maak me wat dat betreft geen illusies. Ik heb niet geprobeerd om het heel mooi op te schrijven. Mijn stijl is niet zo bloemrijk, ik wilde gewoon een detective schrijven. Al zat er wel een stuk in dat ik voor mezelf mijn Eco-hoofdstuk noemde, daarin heb ik veel moeten schrappen. Er is zoveel dat je kunt vertellen. Ik kwam bijvoorbeeld bij het lezen over het Amsterdam van 1634 steeds verschillende namen van burgemeesters tegen. Waarom moest de burgemeester in dat jaar zo vaak vervangen worden? En dan blijkt dat het anders zit, in die tijd was het zo geregeld dat de stad werd bestuurd door vier burgemeesters tegelijk. Na het werk aan dit boek snap ik dan ook veel beter waarom Eco in zijn boeken zo wijdlopig is.”

 ‘Ik snap nu veel beter waarom Umberto Eco in zijn boeken zo wijdlopig is’

Loop je na al die research nu ook met een andere bril door Amsterdam?

“Ik kende de stad al, ik heb een tijdje op de UvA gewerkt. Maar als ik er nu rondloop vallen je inderdaad andere dingen op. Bijvoorbeeld De Brakke Grond, dat was vroeger een katholieke kerk, maar na de beeldenstorm werd het gebouw voor van alles gebruikt. Je ziet daar nu nog een 17de eeuwse gevelsteen van een varken. Dat geeft aan dat het een vleeshal was. In het boek laat ik ook een brief posten in het Makelaers Comptoir. Dat was toen Descartes er was, in 1634, net gebouwd. En nu is het nog steeds in dezelfde staat, je kunt dus zien wat Descartes toen zag.”

Je kruipt met zo’n boek toch een beetje in de huid van Descartes, ben je hem nu ook beter gaan begrijpen?

“Ik heb het idee dat ik nu beter doorheb wat voor hem van belang was. Dat wat wij zien als zijn filosofische nalatenschap was voor hem wel belangrijk, maar zijn wetenschapsproject was voor hem veel belangrijker. Het is voor mij nu veel helderder dat hij in de traditie van Francis Bacon staat. Hij zocht bijvoorbeeld naar methoden om de medische wetenschap te verbeteren.”

Heb je nu de smaak te pakken, komt er een vervolg?

“Daar ben ik al mee bezig. Deze keer speelt het zich af in Egmond aan den Hoef, waar Descartes ook gewoond heeft. Deze keer is de vertelster prinses Elisabeth, waarmee hij een uitgebreide briefwisseling heeft gevoerd. Die brieven hebben uiteindelijk geleid tot zijn laatste boek. Deze keer wil ik ook veel aandacht geven aan vrouwelijke intellectuele denkers. Ook in die tijd waren die er wel, ook al hoor je er niet zoveel over.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.