Foute studiekeuzes: niet voorkomen maar genezen

Studenten kiezen vaak de verkeerde studie. Evelyne Meens onderzocht waarom dat gebeurt, en hoe ze wel op hun plek terechtkomen. “Studenten moeten eerst ervaring opdoen, om te weten wat ze leuk vinden.”

Aan het begin van het collegejaar zitten studenten geregeld op de trappen, omdat de zalen overvol zijn. Maanden later heeft dat probleem zichzelf opgelost. Velen zijn gestopt, omdat de studie niet bleek te zijn wat ze hadden verwacht. Sommigen blijven dan toch, en zetten door tot de diploma-uitreiking. Linksom of rechtsom gaat er veel tijd en geld verloren door verkeerde studiekeuzes. Dat weet Evelyne Meens uit eigen ervaring. Als achttienjarige overwoog ze sociologie en psychologie, maar koos voor de veilige optie van bedrijfseconomie. Hoewel de studie tegenviel, maakte ze die toch af.

Op haar eenendertigste zette Meens haar foute studiekeuze recht, door zich in te schrijven bij psychologie. “Ik vond het fantastisch en dacht meteen, dit had het moeten zijn.” Na haar studie werkte ze als docent op Fontys Hogescholen in Eindhoven, en aansluitend als beleidsadviseur en onderzoeker. Samen met collega’s ontwikkelde ze de Studiekeuzecheck voor aankomende studenten, die uit een vragenlijst en gesprek bestaat. “Ik mocht iets ontwikkelen waardoor studenten op de juiste plek zouden komen.”

Meens wilde al langer promotieonderzoek doen, en zag dat ze bovenop een berg van nuttige data zat. Fontys verwelkomt jaarlijks zo’n twaalfduizend nieuwe studenten, die allemaal de Studiekeuzecheck hebben doorlopen. De afgelopen vier jaar onderzocht ze als buitenpromovendus aan Tilburg University waarom studenten verkeerde studiekeuzes maken en wat daaraan te doen is.

Motivatie

732.804 studenten

Er wordt in Nederland volop gestudeerd. In 2017 kwamen er 52.572 eerstejaars studenten bij in het wetenschappelijk onderwijs. In het hoger beroepsonderwijs waren dat er zelfs ruim 95.300. Het CBS tekent op dat er in 2018 ruim 280.114 studenten studeren aan universiteiten en zelfs 452.690 studenten aan hogescholen, goed voor een totaal van 732.804 studenten in het hoger onderwijs.Er wordt dan ook veel aan gedaan om aankomende studenten de juiste keuze te laten maken. Op middelbare scholen is het verplicht om bijvoorbeeld open dagen te bezoeken, en ook de hoger onderwijsinstellingen proberen ervoor te zorgen dat student en oplossing bij elkaar passen. Aan Tilburg University worden daarvoor onder meer online tests ingezet, en matchingsdagen. Ook kan er op basis van een motivatiebrief, cijferlijst en CV geselecteerd worden.

Fontys gebruikt de Studiekeuzecheck, waar vooral wordt gevraagd naar motivatie. “Je vraagt logischerwijs waarom iemand voor een studie gekozen heeft.” Maar studenten kunnen voor aanvang van een studie nauwelijks inschatten wat die inhoudt, ontdekte Meens. En zelfs als ze intrinsiek gemotiveerd zijn, gaat het daardoor vaak mis.

Oriëntatie

Meens sprak met tweeëntwintig studenten van de Pabo. Negentig procent van die studenten gaf intrinsieke redenen op, om aan de studie te beginnen. “Ze vertelden bijvoorbeeld met kinderen te willen werken en het leuk te vinden om voor de klas te staan.” Studenten die stopten met de opleiding, deden dat omdat ze het niveau te hoog vonden of omdat de inhoud van de opleiding ze toch niet aansprak. Opvallend genoeg stopten ze vooral omdat het voor de klas staan tegenviel. “Ze waren voor de start van de studie gemotiveerd, maar wisten eigenlijk niet waarvoor.” De studenten die voor de klas staan wel leuk vonden, hadden volgens Meens vooral geluk. “De realiteit pakte dan goed uit.”

Vaak pakt de realiteit helemaal niet goed uit, blijkt ook uit een andere studie die Meens verrichtte. De motivatie van studenten blijft in de eerste tien weken na aanvang van de studie bij slechts 45 procent stabiel. Of de motivatie bij andere studenten stijgt of daalt, hangt er vanaf hoe tevreden ze zijn met de studiekeuze, hoeveel zelfvertrouwen ze hebben, of ze een plek kunnen vinden in de nieuwe sociale omgeving en een weg in de nieuwe manier van studeren. Gaat het goed, dan stijgt de motivatie. Gaat het niet goed, dan blijft er weinig over van de motivatie en haken studenten af.

“Je kunt voorkomen dat studenten tijd doorbrengen achter de kassa van de Albert Heijn”

Studenten die zich oriënteren, komen vaak bedrogen uit. Maar velen proberen niet eens de juiste studie te vinden. Goed, zegt Meens, op open dagen, proefstudeer- en meeloopdagen mag de inhoud van opleidingen wel beter op de kaart gezet worden. “Maar we zien ook dat veel leerlingen die naar ons toekomen met hun telefoon bezig zijn of met een vriendin kletsen. De drang tot verkenning is er op dat moment blijkbaar niet.” Met andere woorden: foute studiekeuzes kunnen voor de poort niet, of lang niet altijd, voorkomen worden. “Zo werkt dat niet in het brein van de jongere die net klaar is met het eindexamen en op vakantie wil. Je moet andere oplossingen bedenken.”

Begeleiding

Wat Meens voorstelt is om foute studiekeuzes niet alleen te voorkomen, waar dat gaat, maar ze juist ook te genezen. Het lijkt haar logisch om studenten te begeleiden, als ze net begonnen zijn. “Studenten moeten eerst ervaring opdoen, om te weten wat ze leuk vinden.”

“Het moet niet alleen gaan om cijfers, maar ook om persoonlijke ontwikkeling”

Het is dan wel al te laat. Soms kunnen studenten overstappen naar een andere studie, maar meestal moet er gewacht worden tot het volgende instroommoment. Toch is dat wellicht beter dan jaren verliezen aan de verkeerde studie, en er valt nog wat te winnen. Binnen Fontys bestaat al langer een intensief heroriëntatietraject, zegt Meens. Een nieuw initiatief is een doorstroomprogramma, waar uitgevallen studenten op elk moment kunnen instromen. “Er wordt dan gekeken wat bij ze past, om de volgende studiekeuze gefundeerder te maken. Zo kun je voorkomen dat studenten later niet meer in het hoger onderwijs terugkeren of de tijd doorbrengen achter de kassa van de Albert Heijn.”

Hoeveel winst er daadwerkelijk geboekt kan worden, moet nog blijken. Docenten op de Fontys hebben het nu al te druk, om met alle studenten in de eerste weken een gesprek aan te gaan. Studenten weten niet altijd wie hun studieloopbaanbegeleider is. “En er is veel prestatiedruk onder jongeren, ze zullen niet snel toegeven dat ze iets niet kunnen,” zegt Meens. Ze hoopt dat dit ooit omslaat. “Het zou niet alleen zou moeten gaan om de cijfers die studenten halen, maar ook de persoonlijke ontwikkeling die ze doormaken. Er mag ook een keer iets niet lukken.”Proefschrift: Motivation. Individual differences in students’ educational choices and study success

Promovenda: Evelyne Meens studeerde bedrijfseconomie aan de Universiteit Maastricht. Ze werkte van 2003 tot eind 2008 bij Ernst & Young, en nam daar als Teamleider Recruitment ontslag. Vervolgens deed ze de (pre)master Arbeids- en organisatiepsychologie en ging aan de slag bij de Fontys Hogescholen in Eindhoven. In januari 2014 begon ze met haar promotieonderzoek, dat ze vrijdag 12 oktober 2018 om 14.00u in de aula van Tilburg University verdedigt. Meens blijft onderzoek doen en zal zich daarin meer gaan richten op interventies.

Promotores: Jaap Denissen & Anouke Bakx (Radboud Universiteit Nijmegen en Fontys Hogescholen)

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.