Experimenteren met de bijstand

Maatwerk in plaats van iedereen dezelfde strenge behandeling, dat zou wel eens de uitkomst kunnen zijn van een tweejarig experiment met duizenden bijstandsgerechtigden in Nederland. Het onderzoek is halverwege, dus definitieve resultaten zijn er nog niet. Toch laat onderzoeksleider Ruud Muffels, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid, ons al een glimp van de toekomst zien.

Mensen zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen, desnoods met harde hand, dat is (kort door de bocht) het uitgangspunt van ons huidige bijstandsbeleid. Met als onderliggend mensbeeld dat wij als economische wezens van nature liever lui dan moe zijn en alleen onder dwang van regels en verplichtingen in beweging worden gebracht. Toch ondervonden veel gemeentes dat dit harde beleid niet het gewenste resultaat oplevert, zeker niet in de afgelopen crisisjaren.

Kan dat ook anders, vroegen zij zich af? Een bijstand met minder regels, meer begeleiding en keuzevrijheid? Gemeentes en wetenschappers sloegen de handen ineen om precies dat te onderzoeken, het Vertouwensexperiment werd geboren. Een onderzoek dat antwoord moet geven op de vraag: wat werkt beter, een systeem dat gebaseerd is op wantrouwen of op vertrouwen?Het Tilburgse vertrouwensexperiment in het kort

Aan het experiment doen alleen al in Tilburg 800 bijstandsgerechtigden mee, die door middel van loting zijn verdeeld over 4 groepen. Elke groep krijgt een andere behandeling, In de ene groep gelden minder regels, mensen hoeven bijvoorbeeld niet langer verplicht te solliciteren, en in de andere groep krijgen mensen meer begeleiding. In sommige groepen mogen deelnemers een extra deel van hun bijverdiensten houden of krijgen een bonus als ze een baan vinden. Ook is er de controlegroep, waarbij niets verandert. Niemand gaat er financieel op achteruit. Het doel is uitvinden welke aanpak het beste werkt. Het kabinet zal vervolgens op basis van de onderzoeksresultaten besluiten of het huidige bijstandssysteem moet worden aangepast.

Een kast vol trajecten

Het experiment wordt in verschillende Nederlandse gemeentes uitgevoerd met in totaal meer dan 5000 deelnemers, Tilburg is een jaar geleden gestart. “Uitgangspunt is om mensen in de bijstand op andere manieren te begeleiden en te bejegen dan nu gebruikelijk is”, vertelt Ruud Muffels. “Het huidige beleid is meer de ‘stok met wortel-methode’ waarin men hoopt door middel van allerlei verplichtingen mensen weer aan het werk te krijgen. Werken ze onvoldoende mee, dan worden ze gekort op hun uitkering.

Het gevolg is dat mensen misschien wel een baan aannemen, maar dat die niet bij hen past waardoor ze al snel weer in dezelfde situatie zitten. Het beleid is gebaseerd op de zeer kleine groep die echt niet wil. De overgrote meerderheid wil wel gewoon meedoen en er alles aan doen om weer aan het werk te komen. Zij willen een leven als ieder ander, met een huis, een partner een hond en zinvolle bezigheden.”

“Zij willen een leven als ieder ander, met een huis, een partner een hond en zinvolle bezigheden.”

De realiteit is ook dat circa de helft van de mensen die langere tijd in de bijstand zit, gezondheidsklachten heeft of worstelt met psychische problemen. Zij missen de vaardigheden om aan werk te komen en het te behouden. Dwang is dan niet de beste methode. “We onderzoeken nu wat de effecten zijn van meer maatwerk; cliënten intensief begeleiden, beter luisteren, vraaggericht werken en vertrouwen geven.

Bijvoorbeeld door te vragen wat zij graag zouden willen bereiken in het leven, waar ze goed in zijn, waar hun talenten liggen. Dat zijn vragen die eigenlijk nooit gesteld worden”, aldus Muffels. “Wie in de bijstand komt wordt geconfronteerd met een kast vol trajecten waar er eentje uit wordt uitgetrokken. Levert dat onvoldoende op, dan proberen ze gewoon de volgende.

Wanneer je niet echt gemotiveerd bent en niet hebt nagedacht over wat je zelf zou willen, dan werkt dat niet. Het huidige systeem kenmerkt zich door eenrichtingsverkeer, in het vertrouwensexperiment werken we met behandelmethodes waarin er een dialoog ontstaat.”

Werk vs. levenskwaliteit

Doel van de nieuwe benadering is, in tegenstelling tot het huidige systeem, niet dat mensen zo snel mogelijk een nieuwe baan vinden. Ook het bevorderen van hun welbevinden is een belangrijk streven. Door mensen alternatieve mogelijkheden te bieden om te participeren in de samenleving, kunnen zij hun zelfvertrouwen en zelfredzaamheid verhogen. Dat kan zijn door vrijwilligerswerk te doen, een cursus te volgen of weer terug naar school te gaan.

“Het einddoel is nog steeds dat ze uiteindelijk weer aan de slag gaan in een betaalde baan, alleen niet het eerste beste baantje dat voorbij komt, maar iets dat goed bij hen past. Dat kan bijvoorbeeld ook speciaal op hen toegesneden werk zijn.”

Toekomstbeelden

Hoewel Muffels nog weinig mag vertellen over de eerste resultaten van het daadwerkelijke onderzoek, om beïnvloeding van de rest van het traject te voorkomen, kan hij wel vertellen wat de ervaringen van de deelnemers zijn. “Aanvankelijk heerst er bij de cliënten veel wantrouwen. Mensen zijn totaal niet gewend dat hen vragen worden gesteld en dat er daadwerkelijk wordt geluisterd. Er zitten regelmatig huilende cliënten aan het bureau, die eigenlijk niet kunnen geloven wat hen nu overkomt. Zij waren gewend dat het mes hen op de keel wordt gezet en vragen zich af of deze nieuwe behandeling wel echt is.”

De gemeentemedewerkers die met de nieuwe methodes werken, ook wel coaches genoemd, zijn zeer enthousiast. Zij hebben meer tijd om echt het gesprek aan te gaan, te luisteren en mee te denken met de persoon die zij tegenover zich hebben Waar een medewerker normaal tussen de 100 en 125 cliënten in zijn caseload heeft zitten, hebben de coaches er tussen de 50 en 75.

“Zeer veel deelnemers zijn al uitgestroomd naar werk.”

Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar rijzen de kosten straks niet de pan uit? “Natuurlijk moet het uiteindelijk wel iets opleveren. Eerder onderzoek laat zien dat intensieve begeleiding meer perspectief op duurzame uitstroom uit de bijstand biedt.”

“Erg opvallend is dat er al zeer veel experimentdeelnemers zijn uitgestroomd naar werk”, vertelt Muffels. “We moeten nog onderzoeken of dat door de nieuwe behandeling komt of doordat de economische situatie is verbeterd. Daar hebben we aan het einde van volgend jaar meer zicht op.”

Het experiment brengt in ieder geval wat teweeg. Veel gemeenten nemen nu al onderdelen over in hun reguliere werkwijze. “Daar zijn wij alleen minder blij mee, vertelt Muffels lachend, “want dan veranderen de bestaande treatments en dat maakt het onderzoek minder zuiver. Maar dit onderzoek heeft duidelijk veel impact!”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.