Suicïde in Noord-Brabant: “Er is hier in de provincie echt iets aan de hand”

Suicïde in Noord-Brabant: “Er is hier in de provincie echt iets aan de hand”

Al jaren neemt het aantal zelfdodingen toe in ons land. Een schrijnend probleem dat de overheid een halt wil toeroepen met de Landelijke agenda suïcidepreventie. Dit beleid lijkt voorzichtig zijn vruchten af te werpen. Maar in Noord-Brabant stijgt het aantal zelfdodingen onverminderd door.

Een op de vier jongeren die zelfmoord pleegde kwam uit Brabant, kopte het Brabants Dagblad, nadat bekend was geworden dat in 2017 het aantal suïcides onder jongeren was verdubbeld, van 48 in 2016 naar 81. Wat maakt dat Brabant er zo uitspringt en wat zijn mogelijke oplossingen? Univers sprak met Emma Hofstra, zij is als promovenda van Tilburg University nauw betrokken bij het Regionaal project suïcidepreventie Noord-Brabant van GGz (geestelijke gezondheidszorg) Breburg.

Beeld: Maaike Verwijs

Beeld: Maaike Verwijs

Ongemakkelijke cijfers

Elke dag overlijden er vijf mensen door zelfdoding in Nederland. In 2017 maakten 1.917 mensen een einde aan hun leven. 1.304 mannen en 613 vrouwen. Het zijn ongemakkelijke cijfers waar je liever niet te lang bij stilstaat. Toch is het juist belangrijk dat het taboe op zelfdoding of het denken aan zelfdoding verdwijnt, vertelt Emma Hofstra. “Vaak durven mensen die kampen met suïcidale gedachtes daar niet over te praten. Ze schamen zich of voelen zich schuldig. Het stigma is groot. Daardoor kunnen ze het gevoel krijgen dat er geen andere uitweg meer is, maar die is er wel, ook daarvan zijn genoeg voorbeelden.”

Door het thema bespreekbaar te maken en te laten zien dat ook anderen met deze problematiek te maken hebben, wordt de drempel om hulp te zoeken hopelijk lager. En dat is hard nodig vertelt Hofstra: “Veel mensen die met suïcidaliteit kampen en daar ook aan overlijden, zouden gebaat zijn bij goede zorg vanuit de GGz, maar krijgen dat niet. Slechts 40 procent van de overledenen door suicide was in beeld bij een GGz-instelling.” Dat blijkt ook uit de feiten rondom de 81 jongeren die een einde maakten aan hun leven. Want hoewel er terecht zorgen zijn over de kinderen die suïcide pleegden in gesloten jeugdinstellingen, speelt de meerderheid van de suïcides zich af buiten de jeugdhulpverlening, blijkt uit een analyse van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Stijgende lijn

Jarenlang daalde het aantal suïcides in Nederland, maar vanaf 2007 is er een opvallende stijgende lijn. Van 1.353 gevallen in 2007 naar 1.917 tien jaar later. Over de oorzaken van de toename is weinig bekend, al lijkt het ontstaan van de financiële crisis een rol te spelen. “Meer mensen zijn in die tijd werkeloos geraakt of hebben financiële problemen gekregen. Ook in de zorg kreeg men te maken met bezuinigingen en personeelskrapte. De gedachtes gaan dus wel in die richting, maar het is nooit een op een in Nederland onderzocht”.

“In Nederland zijn gemiddeld vijf suïcides per dag. Één op de vijf is in Noord-Brabant.”

Bovendien wordt suïcide vrijwel nooit door één ding veroorzaakt, benadrukt Hofstra. Het is een complex proces waarbij veel verschillende factoren meespelen. Zoals psychiatrische problematiek, genetische aanleg, negatieve levenservaringen, relationele problemen, werkeloosheid, schulden en trauma. “Er zijn zoveel zaken die er toe kunnen bijdragen dat iemand in zo’n situatie terechtkomt. Het is dus lastig om het alleen aan de crisis toe te wijzen.”

Landelijke agenda suïcidepreventie

“Er is in ons land heel veel aandacht voor suicïdepreventie” vertelt Hofstra. “Zoals de Landelijke agenda suicïdepreventie, waarin organisaties uit verschillende hoeken van de maatschappij zich inzetten om het aantal zelfdodingen te voorkomen. Het zou kunnen dat dit landelijk al een plafond teweeg heeft gebracht. Sinds 2013 is het suïcidecijfer namelijk stabiel. Het aantal groeit nog een beetje, maar als je rekening houdt met de bevolkingsgroei is het stabiel. Helaas zien we nog geen daling.”

Voorzichtig optimistische cijfers dus. Voor Nederland als geheel, want wie inzoomt op Brabant ziet een donkerder beeld. “Er is hier in de provincie wel echt iets aan de hand”, aldus Hofstra. “Wij zitten elk jaar – al jarenlang – systematisch boven het landelijk gemiddelde. En we zijn nog steeds aan het stijgen. In 2017 waren er hier 365 suïcides, dat is gemiddeld één per dag. In Nederland zijn gemiddeld vijf suïcides per dag. Één op de vijf is dus in Noord-Brabant. Dat is heel veel. Ook als je kijkt naar de jeugd, van die groep vindt een op de vier hier plaats.” Waarom juist Brabant er zo uitspringt, is vooralsnog onduidelijk, “dat zouden wij ook graag willen begrijpen”, zegt Hofstra. “We weten dat rurale gebieden vaak hoger scoren, zoals Drenthe, Friesland en Zeeland. Dat is een wereldwijde trend. Maar Noord-Brabant past niet helemaal in dat plaatje. Bij de jeugd zou copycat-gedrag mee kunnen spelen, doordat jongeren gevoeliger zijn voor sociale beïnvloeding.”

Onderzoek en preventie

Om het suïcideprobleem een halt toe te roepen is meer kennis nodig over de oorzaken. Daar wordt nu op ingezet. Overal in het land lopen wetenschappelijke onderzoeken. Zo doet een team van 113 zelfmoordpreventie onderzoek naar de 81 overleden jongeren, door diepte-interviews met naasten te houden. Ze hopen meer inzicht te krijgen in de factoren die van invloed waren op de ontwikkeling van suïcidaliteit van die jongeren. “Uit een eerder rapport – gebaseerd op CBS-cijfers – bleek dat zij vaker hoog opgeleid waren en opvallend vaak een Wajong uitkering hadden. Hopelijk kunnen de gesprekken inzicht geven in wat er mogelijk speelt bij die doelgroep.”

Emma Hofstra

Emma Hofstra

In Brabant wordt gewerkt aan het creëren van een fijnmazig vangnet voor mensen – van alle leeftijden – die te maken hebben met ernstige suïcidale klachten. Hofstra staat aan de wieg van dit vierjarige project, ook wel SUPREMOCOL genaamd, wat staat voor Suïcidepreventie door Monitoring en Collaborative Care. Het project wordt gefinancierd door ZonMw. “Wij werken aan een verbeterde ketenzorg in de hele provincie. We benaderen daarvoor alle partijen die iets kunnen betekenen bij het signaleren van mensen die een hoog risico lopen. Niet alleen de GGz, maar ook huis- en bedrijfsartsen, de spoedeisende hulp of psychiatrische afdelingen in een ziekenhuis. En partijen waar je in eerste instantie niet meteen aan denkt, zoals zorgcoördinators op scholen, studentpsychologen,  deurwaarders, en woningconsulenten”.

“Wij vragen hen of ze te maken krijgen met mensen die mogelijk suïcidaal zijn en of ze gebruik willen maken van ons monitoringsysteem. Daarin kunnen ze personen aanmelden, mits hij of zij daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.”

Een vangnet in Brabant

Na aanmelding treedt er een volgsysteem in werking. Eén contactpersoon volgt hem of haar een jaar lang. En dat is nieuw. Normaliter was het namelijk zo dat wanneer je bijvoorbeeld op de spoedeisende hulp terecht kwam na een suïcidepoging, je na behandeling weer naar huis ging met het advies om contact op te nemen met de huisarts. De huisarts kreeg vaak wel een briefje, maar niemand controleerde of er wel echt een ontmoeting plaatsvond. “En daar gaat het vaak mis”, vertelt Hofstra. “Je kunt je voorstellen dat als je heel erg verward en emotioneel naar huis gaat, het maar de vraag is of je wel alles goed gehoord en onthouden hebt van wat die psychiater tegen je heeft gezegd. Dan is het heel erg zonde als er niemand is die nog even contact met je opneemt om te vragen of je al bij de huisarts bent geweest. Of even komt kijken hoe het met je gaat.”

“Voorheen kon iemand gemakkelijk uit beeld verdwijnen. Nu worden ze opgevangen in het vangnet.”

“Het is niet ons doel om al die mensen bij de specialistische GGz te plaatsen, maar om passende hulp te bieden. Iemand kan suïcidaal zijn, maar geen psychiatrische problemen hebben. Bijvoorbeeld door hele heftige schuldenproblematiek, die is beter af bij schuldhulpverlening.” Maar die ene contactpersoon blijft het hele jaar meekijken. “Zo’n eerste jaar is heel kwetsbaar. Er zijn veel transities waarin iemand verschillende hulpverleners ziet en verschillende trajecten doormaakt. Bij al die transities tussen zorg kon iemand voorheen gemakkelijk uit beeld verdwijnen. Nu worden ze opgevangen in het vangnet.”

Positieve verhalen

Het is een heftig thema waar promovenda Hofstra zich dag in dag uit mee bezig houdt. Gelukkig zijn er ondertussen ook succesverhalen te vertellen. “Laatst hoorde ik over iemand die kampte met suïcidaliteit, maar zelf geen hulp zocht. Die persoon werd gesignaleerd, aangemeld en kreeg vervolgens gepaste zorg. En nu gaat het heel goed. Dat is ontzettend motiverend omdat ik echt in preventie geloof.”

Hofstra is al bezig met het moment waarop zijzelf afscheid neemt van het project: “Het is belangrijk dat het niet over vier jaar in een la belandt. Dat men zegt, ‘het is effectief, heel leuk’, en dat niemand er daarna nog iets mee doet. Daarom werken we er nu al aan dat de regio het straks zelf kan dragen. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als – bij gebleken effectiviteit – het een landelijke werkwijze wordt.”

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.