Salafismeproefschrift verwijtbaar onzorgvuldig

Veertien islamitische instellingen zijn onterecht gekwalificeerd als salafistisch, oordeelt de externe Commissie Wetenschappelijke Integriteit over het promotieonderzoek van Nazar Soroush. Ook schoot de begeleiding door promotoren tekort.

In zijn in opspraak geraakte proefschrift concludeert Soroush dat salafistische jongeren ondemocratisch zijn en niet loyaal aan de Nederlandse samenleving. Daarop kwam al snel kritiek: was hij wel overal daadwerkelijk op onderzoek uitgegaan? Veel instellingen betwistten dat ze salafistisch zijn, en bovendien beschreef Soroush interieurs verkeerd, of was hij gewoon niet gezien.

Nauwelijks onderbouwd

De integriteitscommissie onder leiding van Ton Hol heeft in opdracht van de universiteit het proefschrift onderzocht. Twee vragen waren leidend: voldoet het proefschrift aan de normen van wetenschappelijke integriteit, en hoe is het proefschrift tot stand gekomen, en hoe functioneerden de promotoren en commissies daarbij? Het oordeel is vernietigend: de onderzoeker is tekortgeschoten bij het kwalificeren van instellingen als salafistisch. De commissie noemt het een “verwijtbare onzorgvuldigheid”. De kwalificaties worden “nauwelijks onderbouwd” en in nog mindere mate “gedragen door het binnen het onderzoek gegenereerde empirisch materiaal.” Veel van de instellingen bezocht Soroush maar één of enkele keren, volgens de commissie is dat veel te weinig. Een algemene conclusie over hoe salafisme er in Nederland aan toe is, oordeelt de commissie, was al helemaal niet op z’n plek.

Ook promotor Ruben Gowricharn en co-promotor Jan Jaap de Ruiter treffen volgens de commissie blaam. Zij hadden de kritiek vanuit de maatschappij kunnen voorzien, en hadden Soroush moeten behoeden voor het opnemen van de vele niet-gelegitimeerde kwalificaties, of ze nader moeten inkaderen. Met name het optreden van co-promotor De Ruiter roept volgens de commissie vragen op. Als er actief naar buiten getreden wordt met onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld in de media, is het wel zaak dat “men niet meer inbrengt dan op grond van het wetenschappelijk onderzoek kan worden waargemaakt.” Bovendien hadden de mogelijk nadelige gevolgen voor maatschappelijke partijen en de onderzoeksinstellingen afgewogen moeten worden.

Maatregelen

Het College van Bestuur oordeelt dat de wetenschappelijke integriteit geschonden is en neemt maatregelen. De promotor krijgt niet langer het ius promovendi aan deze universiteit, en de copromotor krijgt een formele berisping. Aan Soroush wordt gevraagd rectificaties te plaatsen in tijdschriften en het proefschrift niet verder te verspreiden zonder toevoeging van het oordeel van de commissie, en de sancties die de universiteit heeft genomen. Zo is een doctoraaltraining wetenschappelijke integriteit bijvoorbeeld voortaan verplicht voor promovendi.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.