Borderliners kunnen meer dan ze denken

Er zijn veel vooroordelen over mensen met borderline. Ze zouden ongeleide projectielen zijn die vooral lastig zijn voor hun omgeving. Maar uit het promotieonderzoek van Mathell Peter blijkt dat borderliners meer kunnen dan gedacht.

Beeld Pixabay

Beeld Pixabay

Mensen met borderline leiden emotioneel instabiele levens. Ze hebben vaak heftige emoties, hebben die niet altijd onder controle en huilen vaker. Hulpeloos lijken ze, ongeleide projectielen. Maar uit het promotieonderzoek van Mathell Peter blijkt dat mensen met het borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) niet zo eenduidig weggezet kunnen worden.

Peter is therapeut en heeft vanuit GGZ Breburg onderzocht hoe mensen met BPS omgaan met hun emoties. Hij vergeleek ze met mensen zonder een stoornis en met patiënten met een Cluster C persoonlijkheidsstoornis (zij zijn vermijdend, afhankelijk of dwangmatig).

Terwijl mensen met borderline vaak naar buiten zijn gericht, zegt Peter, zijn mensen met deze andere stoornissen juist meer naar binnen gericht. Hij verwachtte dat borderliners, afgezet tegen deze twee andere groepen, zouden opvallen in de resultaten.

Emoties reguleren

In zijn eerste experiment legde hij ervaringen langs de lat van emotionele intelligentie. Peter verwachtte dat borderliners hun eigen emoties beter waar kunnen nemen, en dat ze die minder goed kunnen reguleren. Zulke verschillen vond hij echter niet. Emoties waarnemen, gebruiken of reguleren, het gaat mensen met borderline niet slechter af dan anderen.

Wel blijkt dat ze hun eigen emoties niet goed begrijpen. “Dat zie ik ook in de praktijk,” zegt Peter. Zodra emoties veranderen, raken deze mensen het spoor bijster. “Ze weten niet wat ze gedaan hebben waardoor hun emoties veranderen en wat ze precies voelen. Ze voelen zich misschien negatief, maar weten niet of het boosheid is of verdriet.”

“Ze kunnen veel meer dan ze denken”

Uit de tweede studie, ook naar emotionele intelligentie, blijkt dat mensen met borderline zichzelf onderschatten. In een zelfrapportage gaven ze aan wat ze wel en niet kunnen. Daaruit blijkt dat patiënten van zichzelf denken dat ze lastig zijn voor hun behandelaar, familie en vrienden en dat ze niet goed met hun stoornis kunnen omgaan in stressvolle situaties. Uit een tweede test, die dezelfde factoren indirect meet, blijkt juist dat ze wél kunnen omgaan met stress. Peter: “Ze kunnen veel meer dan ze denken.”

Emoties blokkeren

Opvallend genoeg lijkt het soms zelfs mee te vallen met de emoties. Voor een derde studie kregen patiënten heftige plaatjes te zien en werd emotionele hyperactiviteit gemeten. Weliswaar reageren ze heftiger dan mensen die geen stoornis hebben, maar niet heftiger dan mensen met een Cluster C persoonlijkheidsstoornis, die toch heel anders in elkaar steken.

Wie borderline heeft, lijkt op dit vlak dus geen uitschieter. Al vermoedt Peter dat de emoties er wel zijn, maar dat ze minder zichtbaar zijn omdat patiënten ze blokkeren.

Mathell Peter

Mathell Peter

Huilen

Emotionele instabiliteit is een centraal kenmerk van de borderline stoornis, weet Peter. Mogelijk huilen deze mensen daarom ook vaker. In zijn vierde en laatste studie onderzocht Peter huilgedrag, dat was nog niet eerder gedaan volgens hem en zijn promotor Ad Vingerhoets, de ‘huilprofessor’ van Tilburg University. De verwachting was dat deze groep patiënten een hogere huilfrequentie heeft en een hogere huilgeneigdheid. Dat ze vaker huilen dan anderen, én dat ze eerder huilen, in situaties waarin anderen dat niet doen.

Van het laatste is geen sprake. Borderliners zijn niet meer geneigd om te huilen. Ze hebben gewoon vaker heftige emoties dan mensen zonder stoornis, waardoor ze moeten huilen. Hierin verschillen ze overigens niet met degenen die een Cluster C-stoornis hebben. Wederom steken ze niet met kop en schouders boven iedereen uit.

“We hebben de neiging te focussen op wat niet goed gaat”

Wat wel opvalt, is dat ze niet weten wat hun huilen met anderen doet. Wat voor impact het heeft, waarom mensen daar afwijzend op kunnen reageren. “Er wordt wel eens gezegd dat cliënten huilen om aandacht te krijgen, of de focus op zichzelf te richten.” Zo ontstaan er over en weer misverstanden.

De patiënt kan hier lering uit trekken, maar de therapeut ook. “Ik zie veel collega’s opgebrand raken,” zegt Peter. Het kunnen moeilijke patiënten zijn, maar dat is dus niet het hele verhaal. “We hebben de neiging te focussen op wat niet goed gaat. Terwijl we ons meer zouden moeten richten op wat wel goed gaat.” Zodat patiënten het vertrouwen krijgen dat ze nodig hebben bij het verwerken van hun emoties.Proefschrift: Emotions and Borderline Personality Disorder

Promovendus: Mathell Peter (1973) studeerde psychologie aan de Katholieke Universiteit Brabant. Na zijn afstuderen in 1998 begon hij bij GGZ Midden-Brabant als basispsycholoog. Nadien heeft hij verschillende functies bekleed in de geestelijke gezondheidszorg en de opleiding gedaan tot klinisch psycholoog. Sinds 2017 werkt Peter voor GGz-E de Woenselse Poort. Hij promoveerde vrijdag 14 juni op zijn onderzoek.

Promotor: Ad Vingerhoets

Co-promotor: Theo Klimstra

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.