Literaire Tilburgse academici

Elke maand plaatst projectleider Academisch Erfgoed Pieter Siebers kenmerkende gebeurtenissen, personen, gebouwen of objecten in historisch perspectief. Deze keer: Tilburgse wetenschappers en universitaire medewerkers die literatuur schrijven.

Beeld Pexels / Nubia Navarro

Beeld Pexels / Nubia Navarro

Marc Swerts (1966) is hoogleraar aan de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences op het gebied van cognitie en communicatie, maar ook auteur van de ‘campusroman’ Dekker die net voor de zomer verscheen. De hoofdpersoon Dekker is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en blijkt in zijn ijdelheid een en ander over het hoofd te hebben gezien, in het zicht van een belangrijke prijs.

De universiteitsroman

Met zo’n onderwerp voegt de auteur zich in twee tradities. De eerste is die van de universiteitsroman, die in Nederland vooral vorm kreeg in Onder professoren van W.F. Hermans (1921-1995), die van 1952 tot begin jaren ‘70 verbonden was aan de Rijksuniversiteit Groningen, laatstelijk als lector Geografie.

De universiteit komt er in zijn klassieke, nogal hilarische roman weinig genadig vanaf met een keur aan incompetente wetenschappers, die in hun midden plotseling een Nobelprijswinnaar hebben. Van recenter datum – en minder vilein – is Bonita Avenue (2010), een roman rond de rector magnificus van de Twentse universiteit geschreven door Peter Buwalda (1971), lang redacteur van het Twents universiteitsblad.

Minder bekend in de reeks universiteitsromans is het satirische De profielschets die Joke Hermsen in 2004 publiceerde. Hermsen (1961) is filosofe en was tussen 1995 en 2000 aan de Tilburgse faculteit Wijsbegeerte verbonden. Na het verschijnen van het boek speculeerde deze krant dan ook over het Tilburgse aandeel in het boek, wat niet zo eenvoudig was daar Hermsen ook werkzaam was geweest aan de universiteiten van Amsterdam en Utrecht.

Maar ‘met hulp van diverse bronnen die anoniem wensten te blijven’, werd vastgesteld dat voor de ‘heethoofdige Hegeliaan’ Bob Lodder hoogleraar Paul Cobben model moest hebben gestaan. En de ‘sluwe vos en rasbestuurder’ Philip Vanderbroucke, het kon toch niet anders dan dat daar Gido Berns achter schuilging.

Proza en poëzie

Met Hermsen hebben we tevens een tweede traditie te pakken waarbinnen Swerts past, en wel die van ‘Tilburgse’ wetenschappers (of universitaire medewerkers) die proza of poëzie publiceren. Daarvan bestaat geen overzicht, maar het geheugen en enig zoekwerk levert toch een aardige oogst op. In 2018 publiceerde wetenschapsfilosoof Hans Dooremalen (ook TSHD) zijn debuutroman Descartes in Amsterdam, een ‘filosofische detective’ met Descartes als speurder in de Gouden Eeuw in Amsterdam.

Ook van recente datum (2019) is de roman De geboorte van schuld van Univers-hoofdredacteur Bart Smout, die tien jaar eerder debuteerde met Lege Lijnen. Ook schreef hij een dichtbundel, en dat deed ook Andrew Cartwright (1967), docent Engels bij het Language Center. Die was campusdichter in 2009, en had al in 1995 zijn eerste gedichtenbundel X24 het licht laten zien. In het Engels – zijn moedertaal.

Aan de universiteit zijn verder tenminste drie andere dichters verbonden geweest. In 2001 verscheen de bundel Mensenherfst van Afshin Ellian (1966), een Iraanse vluchteling die vanaf 1989 in Tilburg aan de rechtenfaculteit studeerde, om er daarna wetenschappelijk medewerker te worden.

Van wat ouder datum zijn de dichtbundels Dreunende kabouters (1967), Het kruidenboek (1969) en Op reis (1973) van psycholoog Karel Soudijn (1944), die ze schreef voordat hij begin jaren ’70 als docent werd benoemd in Tilburg. Twee van zijn gedichten zijn opgenomen in de befaamde bloemlezing van Gerrit Komrij.

Pseudoniem

De ‘oudste’ dichter die aan de universiteit – die in zijn tijd nog Katholieke Economische Hogeschool Tilburg heette – was hoogleraar Sociaal Recht Frans van de Ven (1907-1999). Hij debuteerde in 1938 onder zijn nom de plume Frank Valkenier als dichter (met niet minder dan drie bundels in één jaar). Zijn overwegend romantische werk had vaak betrekking op het emanciperende Brabant.

Wie zich ook van een pseudoniem bediende was hoogleraar Marketing en Sociologie van het Boek, Hugo Verdaasdonk (1945-2007). Als Paul Stather publiceerde hij twee thrillers: De man die Marilyn Monroe was (1995) en De Bank (1997). Dat laatste boek werd genomineerd voor De Gouden Strop, een literatuurprijs voor de beste Nederlandstalige spannende roman. Verdaasdonk had het schrijven overigens niet van een vreemde, als zoon van advocaat en dichter-schrijver Mattheus Verdaasdonk.

De lijst van romanciers en poëten is vast niet compleet, en zou al langer zijn als we ook alumni als Tymen Trolski (pseudoniem van Jasper Mikkers) zouden betrekken. Hij schreef meerdere werken, waaronder de roman Karl Marx Universiteit, gewijd aan niets minder dan de bezetting van de universiteit in 1969.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.