Studeren met een angststoornis: “In college heb ik het gevoel dat alle ogen op mij zijn gericht”

Studeren met een angststoornis: “In college heb ik het gevoel dat alle ogen op mij zijn gericht”

‘‘Naar colleges of werkgroepen gaan vergt mentaal veel meer energie dan ik ooit had verwacht voordat ik naar de universiteit ging,’’ vertelt Lara (23), masterstudente aan Tilburg University. ‘‘Zelfs als ik niet hoef te praten in de les, kom ik vaak doodmoe en gestrest thuis.’’ Lara kampt met een angststoornis die haar studentenleven vermoeilijkt. Ze is niet de enige: in de meeste collegezalen zit minstens één student met een angststoornis. Hoe ervaren deze studenten de universiteit of hogeschool?

Beeld Zep de Bruyn

Veel mensen in Nederland lijden aan een angststoornis. Volgens het bevolkingsonderzoek Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2, zie kader), dat de meest recente cijfers biedt, gaat het om ruim een miljoen Nederlanders. Het raakt veel studenten, jongeren zijn kwetsbaar. Tussen de leeftijden van 15 en 29 jaar loopt het aantal stoornissen flink op. Pas daarna nemen de aantallen geleidelijk af.

‘‘Angststoornissen manifesteren zich vaak rond de puberteit en jongvolwassenheid. Dit komt onder meer doordat je in deze periode zelfstandiger wordt en je verantwoordelijkheden toenemen,’’ zegt Laura Kunst, promovenda bij Medische en Klinische Psychologie aan Tilburg University, die zich in haar onderzoeken bezighoudt met (de behandeling van) angststoornissen.

‘‘Angststoornissen ontstaan door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren. Als je kwetsbaar bent voor angststoornissen, ben je in je kindertijd vaak nog enigszins ‘beschermd’ door je ouders. Vanaf je pubertijd en volwassenheid ondergaat je lichaam veranderingen, kun je steeds meer te maken krijgen met stressvolle levensgebeurtenissen en ben je meer op jezelf aangewezen.’’

Angststoornissen in Nederland

In 2011 hadden naar schatting bijna 1,1 miljoen mensen van 18 tot 65 jaar een angststoornis, van wie 655.100 vrouwen en 413.600 mannen. Dit blijkt uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Het komt neer op 125 van de 1.000 vrouwen en 78 van de 1.000 mannen. Het aantal personen met een angststoornis verschilt per leeftijdscategorie en is het hoogst onder jonge mensen.

Het verschil in de hoeveelheid gevallen tussen de leeftijdscategorieën 15-19 jaar en 20-24 jaar is het grootst: het aantal schiet omhoog van 28,5 naar 51,6 per 1.000 vrouwen en van 11,5 naar 22,1 per 1.000 mannen. Het aantal bereikt zijn hoogtepunt in de leeftijdscategorie 25-29 jaar met 55,6 per 1.000 vrouwen en 26,9 per 1.000 mannen, daarna nemen de aantallen heel geleidelijk af.

Zoals duidelijk wordt uit de cijfers hebben meer vrouwen dan mannen een angststoornis. Hier is niet simpelweg één verklaring voor te geven. ‘‘Ook dit sekseverschil komt voort uit een combinatie van factoren. Het komt niet puur door hormonen, bijvoorbeeld. De maatschappelijke positie van mannen en vrouwen speelt waarschijnlijk ook mee,’’ zegt Kunst.

Soorten angststoornissen

Iemand die geen angst kent kan in grote problemen komen omdat hij of zij levensgevaarlijke risico’s kan nemen. Angst heeft een functie en is cruciaal in het leven. Maar wanneer een persoon overweldigd wordt door angstgevoelens terwijl dit niet nodig is en in het dagelijks leven wordt belemmerd, is er sprake van een angststoornis.

Volgens NEMESIS-2 is de meest voorkomende angststoornis enkelvoudige fobie (angst voor een specifiek voorwerp, persoon, dier of situatie), gevolgd door sociale angststoornis (angst voor sociale situaties en reacties of kritiek van anderen), gegeneraliseerde angststoornis (constante angst of nervositeit, ook wel piekerstoornis), paniekstoornis (het krijgen van paniekaanvallen en het hebben van angst voor deze aanvallen) en agorafobie (angst voor openbare ruimtes en/of om in drukke, publieke plaatsen te zijn).

Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende angststoornissen ervaren personen vaak dezelfde angstsymptomen, zoals hartkloppingen, rusteloosheid en slaap- en concentratieproblemen. Bovendien komen angststoornissen vaak samen voor. Zo kan een persoon met een paniekstoornis agorafobie ontwikkelen wanneer hij of zij bijvoorbeeld in een supermarkt een paniekaanval heeft gehad.

Ongeveer de helft van de mensen met een angststoornis heeft gelijktijdig nog een andere angststoornis, zegt Kunst. En dat is vaak niet het enige: zo’n 80% van hen maakt ergens gedurende het leven ook nog een depressie mee. “Er lijkt een onderliggende kwetsbaarheidsfactor te zijn voor het ontwikkelen van angst- en stemmingsstoornissen.”

“Welke elementen het belangrijkst zijn is nog onduidelijk,” zegt Kunst. “Maar je kunt denken aan een trauma op jonge leeftijd, neuroticisme, een negatief zelfbeeld, moeite met het voelen en aangeven van je behoeften, introversie, en een neiging om te vermijden en te piekeren in plaats van assertief op te treden en problemen op te lossen.’’

Angst op de universiteit en hogeschool

‘‘Ik word angstig van hoorcollegelokalen en het wachten bij lokalen voordat de les begint. Ook als ik binnenkom op school moet ik eerst op de wc bijkomen voordat ik het lokaal in kan,’’ vertelt Roos (20), studente aan HAS Hogeschool. ‘‘Het aanwezig zijn bij een college is ook erg vermoeiend. Het kost me veel energie, waardoor ik me niet goed kan concentreren.’’

Iedere week krijgt Roos intensieve therapiesessies, maar het is voor haar therapeut nog niet helemaal duidelijk wat voor angststoornis ze heeft, ondanks dat ze er sinds haar twaalfde al mee in gevecht is. ‘‘Mijn therapeut is er wel zeker van dat ik een posttraumatische stressstoornis heb. Daarbij wordt er gedacht aan een paniekstoornis.’’ Eén keer heeft Roos een paniekaanval gehad tijdens de les, waarbij ze meerdere keren flauwviel en uiteindelijk naar de spoedeisende hulp werd gebracht.

Beeld Zep de Bruyn

‘‘Paniekaanvallen zijn heel verstikkend. Ik heb dan het gevoel dat ik er niet uit kan komen en dat maakt me wanhopig. Daarnaast kosten de aanvallen zoveel energie dat ik daarna alleen maar kan slapen. Ik voel me er vaak ook eenzaam door, omdat ik er niet over wil praten en omdat niet iedereen begrip heeft voor de situatie,’’ vertelt Roos.

Wanneer Roos te veel stress of druk voelt in een bepaalde situatie, heeft ze de neiging om te vluchten. ‘‘Dat zorgt soms voor een lastige samenwerking met medestudenten en staat het leren vaak in de weg,’’ zegt ze. Daarnaast zorgt haar angststoornis ervoor dat haar energie weggevreten wordt en ze zich op zijn hoogst voor vijftien minuten kan concentreren op haar schoolwerk.

TiU-masterstudente Lara is op haar achttiende gediagnosticeerd met een sociale- en een gegeneraliseerde angststoornis. Ze voelt zich vaak angstig op de universiteit, vooral wanneer ze het gevoel heeft dat ze op sociaal of academisch niveau moet presteren in een groep. ‘‘In een college heb ik vaak het gevoel dat alle ogen op mij gericht zijn en dat iedereen iets van mij verwacht. Wanneer ik mijn mond open moet doen, gaat mijn hart tekeer en hoor ik mezelf amper praten,’’ legt ze uit.

Lara noemt een angstaanval een ‘kortsluiting’: ‘‘Het is een chaotische storm in mijn hoofd die niet gaat liggen, waardoor ik me nergens meer op kan concentreren. Het voelt alsof ik geen controle heb over mijzelf, mijn eigen gedachtes. Het enige wat ik kan denken is dat mensen mij bekritiseren of dat ik iets niet goed doe. Het liefst wil ik dan zo snel mogelijk het lokaal uit vluchten. Bij thuiskomst heb ik hoofdpijn en kan ik vaak alleen maar slapen.’’

Wanneer ik mijn mond open moet doen, gaat mijn hart tekeer en hoor ik mezelf amper praten

Lara

Zowel Lara als Roos geven aan dat ze hooggevoelig zijn en dat hun angst deels voortkomt uit hun verleden. ‘‘Mijn vader is heel erg ziek geworden toen ik twaalf werd en daarna is er veel ruzie geweest in huis. Ook ben ik mentaal en fysiek mishandeld door mijn ex-vriend,’’ vertelt Roos.

Emily (23), een internationale masterstudente aan Tilburg University die begin dit jaar gediagnosticeerd is met een gegeneraliseerde angststoornis, vertelt dat haar angststoornis voortkomt uit haar pestverleden. ‘‘Ook heb ik altijd het gevoel dat ik moet uitblinken in de dingen waar ik goed in ben,’’ voegt ze toe.

Met opluchting vertelt Emily dat haar angststoornis voor weinig problemen zorgt op de universiteit. Haar belangrijkste houvast is timemanagement: ‘‘Ik hou niet van grote groepsbijeenkomsten of menigten. Daarom probeer ik soms wel 45 minuten voordat het college begint op de campus te zijn. Dit zorgt ervoor dat ik genoeg tijd heb om naar het toilet te gaan, een plek te vinden of een snack te eten. Het is angstaanjagend om een klas in te komen die vol zit met mensen.’’

Daarnaast ziet Emily af en toe haar therapeut en krijgt ze wekelijkse uitdagingen of activiteiten via een website die gemaakt is voor mensen die problemen hebben met hun mentale gezondheid. ‘‘De activiteiten variëren van het praten met een vriend of vriendin over hoe ik me voel tot iets doen in een sociale situatie wat ik normaal gesproken niet zou doen omdat het me angstig maakt.’’

De schoonheid van angst

Saskia Kalb (54) heeft sinds haar pubertijd een paniekstoornis waar zij tijdens haar studentenleven veel last van heeft gehad. Nadat ze bedrijfseconomie had gestudeerd in Maastricht, volgde ze in het begin van de jaren ’90 de studie tot registeraccountant in Tilburg. Vanwege een stressvolle periode was haar paniekstoornis toen op zijn hevigst.

‘‘Het was geen feest, zacht uitgedrukt,’’ begint Kalb. ‘‘Het meemaken van een paniekaanval is de hel op aarde, een nachtmerrie waaruit je niet kunt ontwaken, omdat je al wakker bent. Het is alsof het licht uitgaat, of alles donkerder is buiten je, maar vooral ook binnenin. Je gedachten zijn donker, je kunt alleen nog maar in doemscenario’s denken, dat je gek wordt of doodgaat. Je hart gaat tekeer als een razende, de adrenaline spuit door je aderen, je verstijft, krijgt het extreem koud, dan weer warm, begint te beven, en in een uiterst geval beland je op de spoedeisende hulp of val je flauw van ellende.’’

Kalb publiceerde vorig jaar De schoonheid van angst, een persoonlijk onderzoek naar de eigenschappen en de werking van angst. ‘‘Mijn angststoornis maakte het studeren er niet leuker of makkelijker op. Tijdens colleges zocht ik altijd een plek op dichtbij de deur, om eruit te kunnen, mocht een aanval op komen zetten. Dat deed ik dan vooral omdat ik me schaamde en omdat ik hoopte dat niemand zou zien dat ik vluchtte.”

Een paniekaanval is de hel op aarde, een nachtmerrie waaruit je niet kunt ontwaken. Je denkt dat je gek wordt, of doodgaat

Auteur Saskia Kalb

“Niemand wist dat ik een angststoornis had, zelfs mijn ouders en broer niet, die ook in Tilburg studeerde.’’ Kalb vocht niet alleen met haar angststoornis, maar ook vooral met haar schaamte. Hierdoor voelde ze zich vaak eenzaam en had ze maar weinig contacten met andere studenten.

Hoewel Kalb uiteindelijk heeft geleerd om met haar angst om te gaan, heeft die worsteling veel langer geduurd dan noodzakelijk was, omdat ze niet de juiste hulp kreeg of kennis had. Ze hoopt met haar boek andere mensen met een angststoornis te helpen en begrip te creëren voor de angstige medemens. Voor haar boek heeft ze wijsheden over angst en de verzachting daarvan gehaald uit de biologie, filosofie, psychiatrie, organisatiekunde, sociologie, maar ook uit het Boeddhisme en de Kabbala.

Beeld Zep de Bruyn

In haar boek benadrukt ze dat er ook positieve kanten zitten aan het hebben van een angstig karakter. ‘‘Het boek heet niet voor niets De schoonheid van angst,” zegt Kalb. ‘‘Zo correleert een angstige natuur vaak met een relatief hoog IQ en vooral ook een hoog EQ, een hoog probleemoplossend vermogen, en een goed oog voor het opsporen en monitoren van risico’s.”

“Bovendien hebben angstige mensen vaak een altruïstische aard,” zegt ze. “Zoals één van mijn favoriete schrijvers, Hermann Hesse, zo prachtig verwoordde: ‘Angstige mensen zijn het sterkst van karakter en het rijkst in gaven’.’’

Taboe en hulp van de universiteit

Met De schoonheid van angst probeert Kalb angststoornissen uit de taboesfeer te halen. Ook Roos, Lara en Emily hebben moeite om anderen over hun angststoornis te vertellen. ‘‘Mensen nemen mentale gezondheidsproblemen vaak niet serieus, dus hou ik het voor mezelf,’’ zegt Emily. ‘‘Als je uitlegt waarom je bepaalde gevoelens hebt, denkt men dat je teveel doordenkt of slachtoffer speelt. Dat laatste zit me vooral dwars, omdat iemand met een echte stoornis nooit slachtoffer zou spelen.’’

Desondanks geeft promovenda Laura Kunst het advies aan studenten om wel met anderen over hun angsten te praten. ‘‘Het bespreken ervan kan zorgen voor opluchting en steun. Mensen zullen je meestal niet ineens raar of stom vinden – integendeel. Vaak blijkt dat je introverte kant juist is wat mensen in je waarderen: dat je iemand bent die goed luistert, goed aanvoelt wat de ander nodig heeft en zich goed kan inleven in de ander, doordat je weet hoe het is om je angstig en onzeker te voelen.”

Over je angsten praten kan zorgen voor opluchting en steun

TiU-promovenda Laura Kunst

‘‘Eén keer ben ik tijdens een presentatie open geweest over dat ik onbekende mensen benaderen – wat ik moest doen voor dat vak – lastig en eng vind,’’ vertelt Lara. ‘‘Niemand keek daar raar van op en ik herinner me goed dat één studente naar me glimlachte. Het klinkt heel simpel, toch was dat heel bevrijdend. Ik zou willen dat er op de universiteit vaker ruimte gecreëerd wordt en aandacht is voor de ervaringen en gevoelens van studenten.’’

Studenten met mentale gezondheidsproblemen kunnen zich doorgaans aanmelden bij studentenpsychologen op de universiteit. Van alle aanmeldingen aan Tilburg University in 2019 ging het bij 27% van de gevallen om stress, bij 13% om angst en bij 10% om depressie. ‘‘Maar bij de aanmeldingen zien we vaak een verwevenheid van meerdere stemmingservaringen binnen het cluster onzekerheid, angst, depressie en stress,’’ vertelt Jos Haarbosch, studentenpsycholoog aan TiU.

‘‘Als de hulpvraag en klacht binnen de deskundigheid en werkwijze van de studentenpsychologen vallen, kan een counselingcyclus van gemiddeld drie gesprekken gestart worden of soms kan er deelgenomen worden aan een workshop of training,’’ legt Haarbosch uit.

“Bestaan de problemen al langere tijd, zijn ze ernstig belemmerend en niet direct gekoppeld aan de levensfase of aan de studie, dan wordt de student verwezen naar de huisarts en naar waar de benodigde hulp het best gegeven kan worden,” zegt de studentenpsycholoog. “Zo zijn er mensen in GGZ-teams die gespecialiseerd zijn in effectieve en gerichte hulpverlening bij angstklachten.’’

Op deze manier proberen de studentenpsychologen een heldere scheiding te houden tussen de eerstelijnshulp die binnen de universiteit aangeboden kan worden en de intensievere, langer durende tweede- en derdelijnshulp waarin hun collega’s binnen andere instellingen gespecialiseerd zijn.

We hebben het gevoel dat mentale gezondheid niet serieus genomen wordt op de universiteit

Emily

Volgens Emily is de mentale gezondheid van studenten echter geen prioriteit op de universiteit. ‘‘Mensen die ik ken en ikzelf zoeken liever hulp in het stadscentrum. We hebben het gevoel dat mentale gezondheid niet serieus genomen wordt op de universiteit,’’ zegt ze. ‘‘Er zijn maar weinig zichtbare punten voor mentale gezondheid op de campus en de studentkandidaten van de faculteiten die de zichtbaarheid willen verbeteren falen jammerlijk.’’

Auteur Saskia Kalb zou veel meer hulp voor studenten en medewerkers met mentale gezondheidsproblemen willen zien op universiteiten en scholen. En dat begint met het creëren van meer kennis en begrip. ‘‘Geef studenten in hun beginjaar een introductie over psychische stoornissen in het algemeen, laat ervaringsdeskundigen aan het woord, maak duidelijk dat het heel veel voorkomt, dat je je dus niet hoeft te schamen.”

“Zorg dat er een contactpunt is waar ze terechtkunnen bij huidige of oud-studenten,” vervolgt ze, “die een angststoornis, depressie, obsessieve compulsieve- of andere stoornis hebben doorleefd en er hun weg in kennen. Geef ze inspraak in hoe stress het beste vermeden kan worden op de universiteit en school. Misschien is een denktank een idee, waarin ideeën geopperd kunnen worden voor verbeterpunten.’’

Laura Kunst denkt ook dat de openheid over psychische klachten en de zichtbaarheid van hulppunten op de universiteit verbeterd kunnen worden. ‘‘Maar de verantwoordelijkheid voor een behandeling ligt wel ergens anders: als studenten een uitgebreidere behandeling willen, moeten zij uiteindelijk zelf de stap zetten om naar de huisarts te gaan voor een verwijzing naar een behandelcentrum.’’

De echte namen van Lara en Emily zijn bekend bij de redactie.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.