Overpeinzingen over peinzen

Ik denk, dus ik ben (moe). Ik ben moe van het eindeloze gepeins en gemaal, ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat. Ik las ergens dat het geheugen de grootste vloek van het menselijke ras is. Ik wil daar meteen even aan toevoegen dat het ook (één van?) onze grootste zegeningen is, om niet met een volledig pessimistisch beeld te beginnen.

En dat is het ook. Het niet hebben van een geheugen is namelijk ook allesbehalve houdbaar, dat zie ik bij mijn oma. Zij heeft dementie, maar ook zij piekert nog. Op haar eigen manier. Ook zij is (moe).  

Misschien staat het in ons mens-zijn geschreven, het bestaan van een onontkoombaar en genadeloos kronkelend brein, sinds de schepping van de mens of sinds de evolutionaire ontwikkeling van het mensenbrein (wat je wilt). Daar ga je al, we discussiëren ook al zo lang (hoe lang is dat?) over ons eigen bestaan en het tot stand komen daarvan.

We kúnnen niet anders. Ik pieker, jij piekert, wij piekeren. Op uitzonderingen na, want zo schreef Hannah Arendt in de jaren `60 over de banaliteit van het kwaad tijdens het proces van SS-functionaris Adolf Eichmann. Eichmann’s gebrek aan denken, ofwel zijn gedachteloosheid, was wat hem tot kwaad doen dreef.

Waarom vertel ik mijn familie en vrienden niet vaker dat ik van ze hou?

Los van Eichmann en eventueel nog andere gedachteloze figuren, is het wellicht ons noodlot om na te denken, onze manier om te overleven als menselijk geslacht. Wij zijn niet zo snel als luipaarden, hebben niet een zo ontwikkeld en gedetailleerd zicht als vogels en we kunnen geen verloren ledematen opnieuw doen groeien zoals octopussen. Nee, wij denken… over van alles en nog wat, zoals geen enkel ander dier dat doet (voor zover we weten).

Wanneer komt er een vaccin? Wacht, moet ik het vaccin wantrouwen? Wat eet ik morgenavond? Waarom vertel ik mijn familie en vrienden niet vaker dat ik van ze hou? Hé, wie liep daar nou net voorbij? Trump, zal hij snode plannen aan het beramen zijn? Hoe beleeft oma de wereld? Cees Nooteboom zou ooit geschreven hebben dat het lichaam zich ook pijn en verdriet kan herinneren. Is dat zo? Voelt ze dat?

Waarom gebruik ik niet meer indrukwekkende woorden in mijn column, zoals futiel, cultiveren, solistisch, navrant of teloorgaan? Snapt iedereen de referentie naar René Descartes aan het begin van deze column wel?

Terwijl ik deze column eindig, is het al laat. Tijd om te slapen. Zal ik dan minder malen om de dingen? Als ik slaap, denk ik toch niet? Descartes, vertel me, ben ik dan nog (moe)?

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.