Een tijd van helden

Na het ontwaken uit een absurde droom loop ik schichtig naar mijn bureau. Ze roepen me, de scriptie, de column, de papieren van werk. Ze liggen zo stil op mijn bureau en zijn toch zo luidruchtig en aanwezig. De kleine vliegjes in mijn kamer hebben zich benoemd tot mijn huisgenoten – ligt er weer één in mijn koffie te dobberen. De muren omhelzen me, of komen ze me tegemoet?

Mijn studentenkamer is alles in één geworden. De kamer is het kantoor, het is de kroeg, het restaurant, de bioscoop, soms de sportschool, de ontmoetingsplek, de plek waar toekomstplannen worden gesmeed, waar wordt gefantaseerd over verre reizen naar verre landen, over het onbekende en de ontmoetingen die nog moeten plaatsvinden.

Het is natuurlijk niet voor niks dat men – dat zijn deskundigen, denk ik – aanraadt om elke dag naar buiten te gaan. Zo voorkom je dat je gaat praten tegen de muren, of tegen koffiedrinkende vliegjes in mijn geval. De buitenlucht en het aanzicht van medemensen (ja, die zijn er ook nog) zet je met beide benen terug op de grond.

Een wandeling blijft zelden onbeloond, zeker gedurende de lente, het seizoen van langere dagen, gedeelde euforie en nieuw leven. De bomen krijgen knopjes, kleine puntjes van geluk die de lente voorzichtig inluiden, en een aantal vroegkomers staan zelfs al in volle bloei. Bomen met witte en roze bloesem, droomachtig tegen de helderblauwe lucht afstekend.

Al wandelend vallen me dingen op die nog niet eerder mijn volledige aandacht trokken. Ik hoor bij de generatie die lijkt te lijden aan de kwaal van een chronisch tijdtekort. Er is altijd wel wat te doen, altijd wel iets aan het broeien. Nu hou ik halt bij een standbeeld waar ik al vaker langs ben gekomen, maar waarvan ik in mijn haast nooit het opschrift heb gelezen.

De bronzen man met het boeket in zijn armen is een oud-burgemeester van Tilburg. Hij was een held voor de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. We bevinden ons niet in een wereldoorlog, maar toch vraag ik het me af: waar zijn onze helden anno 2021?

Eenmaal weer thuis, verheffen de objecten in de ruimte hun stemmen boven de mijne. De afwas die gedaan moet worden, een gitaar die bespeeld wil worden, planten die dorst hebben, boeken die gelezen willen worden. Zoals een boek over grote denkers, helden van een andere tijd.

Ik sla het open en begin erin te bladeren, in de hoop antwoorden te vinden bij die grootheden. Ik doe het boek weer dicht. Vergeet de grootse helden en heldinnen. In elk hoekje en gaatje is wel iets van hoop te vinden en het is de gewone mens die de wereld draagt, een held van middelmaat, die solidair is met elke glimlach en elke hand die wordt toegereikt.  

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.