Wij zijn geen wisselgeld

De avondklok moet nu echt worden afgeschaft, schrijft Daniel van Grinsven. De maatregel is te zwaar en heeft nauwelijks aantoonbaar effect. Bovendien worden studenten er het hardst door geraakt, terwijl zij al zoveel inleveren.

Beeld Shutterstock

Met het lenteweer van de vorige weken zagen veel studenten de kans schoon om te genieten van de buitenlucht in een van de stadsparken die Tilburg rijk is. Velen verzamelden zich in het Spoorpark waardoor de toegangspoorten voor nieuwkomers gesloten werden. Anderen kwamen samen rond de Piushaven waar verschillende boa’s de afstandsregels nog eens uitlegden.

De drukte tijdens het zonnige weer is geen vreemd fenomeen, ook studenten zitten immers al sinds maart 2020 thuis. Het leven van de student is sinds het begin van de coronacrisis drastisch veranderd. Sinds de studie is gaan lijken op een veredelde LOI-cursus en het sociale leven tot een minimum is beperkt lijken de redenen om in de stad te wonen te verdwijnen. Voor menig student was het dan ook een welkome afwisseling om de benauwde studentenkamer in te ruilen voor wat daglicht.

Uit onderzoek uitgevoerd voordat de avondklok zijn intrede deed, blijkt dat jongeren zich vaker vervelen, zich eenzaam voelen en vaker depressief zijn. Zo voelde 69% procent van de jongeren zich eenzamer sinds de aanvang van de crisis ten opzichte van 34% onder de groep van 25-plus. Dit komt mede omdat jongeren relatief veel vrijheden inleveren ondanks dat het risico ziek te worden voor hen het laagst is.

Hoewel mentale problemen ten gevolge van de coronamaatregelen bij jongeren relatief vaker voorkomen zal men de student niet snel horen klagen over de offers die gemaakt moeten worden in tijden van crisis. Ook de student is niet te beroerd het nodige op te geven, alleen samen krijgen wij corona immers onder controle.

‘Jongeren zijn het primaire doel geworden van de zwaarste beperking’

Als toevoeging op het pakket maatregelen is op 23 januari de avondklok ingevoerd met hierbij de opmerking van inmiddels demissionair premier Rutte dat het onding als eerste de prullenbak in zou moeten. Dat de avondklok als sluitstuk op de coronamaatregelen het aantal besmettingen beperkt lijkt mij evident. Natuurlijk wordt het aantal besmettingen minder, slechts over de hoeveelheid kan men twisten.

Maar dat de avondklok enig nut heeft is natuurlijk niet afdoende rechtvaardiging om zo’n vergaande maatregel in te stellen. Een maatregel zal in verhouding moeten staan tot zijn doel, ofwel: een maatregel moet proportioneel zijn. Het doel in dit proportionaliteitsvraagstuk werd gegeven door de staat ter zitting voor de voorzieningenrechter in Den Haag. De staat moest hier het besluit tot de avondklok, gebaseerd op advies van het OMT, verdedigen. Het verweer luidde als volgt:

(…) de avondklok contacten van – met name – jongeren van 18 tot 25 jaar zal verminderen;

een avondklok het gevoel van urgentie onder de bevolking kan verhogen;

een avondklok op dit moment er aan kan bijdragen dat de epidemie eerder onder controle is en er perspectief komt op blijvende versoepelingen.

Daniel van Grinsven

De staat brengt in haar verweer naar voren dat de avondklok primair gericht is op personen van 18 jaar tot 25 jaar. Doelgroep van de avondklok bevat dus ook vrijwel de voltallige studentenpopulatie. Aan de andere kant gaat de risicogroep intussen liever ‘s middag op de koffie of naar een verjaardagsfeestje en ligt men wanneer Chateau Meiland afgelopen is voor tien uur veilig in bed.

Hoewel ik overdrijf is het duidelijk dat de avondklok niet iedereen gelijk treft. Jongeren, die voor de avondklok al relatief de zwaarste mentale lasten ondervonden van de bestaande maatregelen, zijn het primaire doel geworden van de zwaarste beperking.

Het is met deze gedachte in het achterhoofd dat een recente opmerking van het RIVM bij mij tot onbegrip leidde. De avondklok zou namelijk als epidemiologisch wisselgeld ingezet kunnen worden. Dit betekent dat de besmetting remmende werking van de avondklok ingezet zou kunnen worden om andere versoepelingen mogelijk te maken. Hiermee zou het doel van de avondklok niet langer het direct drukken van het aantal coronabesmettingen zijn maar het ontlasten van andere sectoren.

Ik ben het dan ook volledig eens met de opmerking van minister De Jonge over de avondklok dat “we er inmiddels wel aan gewend zijn”. In ieder geval wanneer je we ziet als mensen die niet primair geraakt worden door de maatregel, wat mede het grote draagvlak en de gedachte “hé verrek, laten we dit maar even doen” zou verklaren. Ik kan me hier dan ook niet aan de indruk onttrekken dat het mentale welzijn van de student of de jongere niet meegerekend is bij de invoering van de avondklokmaatregel.

‘De avondklok zou als eerste in de prullenbak verdwijnen’

Ondertussen heeft het OMT de daadwerkelijke effecten van de avondklok niet weten te onderscheiden van de gelijktijdig ingevoerde éénpersoons-bezoekregeling waardoor de effecten van de avondklok niet zelfstandig te onderbouwen of los te zien zijn. Hierdoor is het onduidelijk wat het daadwerkelijke effect van de avondklok is.

Toch bleek het vrij gemakkelijk om de avondklok een uur te verlaten omwille van de zomertijd, wat het draagvlak zou verhogen maar de effectiviteit nog verder in het geding brengt. Intussen zijn ook de contactberoepen weer open, mag men met een ongelimiteerd aantal mensen zingen in de kerk, en zelfs winkelen op afspraak in eenieder zijn favoriete Action of Primark is weer mogelijk.

Toch blijft de maatregel, die als eerste in de prullenbak zou verdwijnen, tot minimaal 28 april staan waardoor de levensduur de drie maanden zal overschrijden. Het is dus aan de student zelf zich te bekommeren om de eigen toestand. Dus schroom de volgende keer dat de zon schijnt vooral niet om nog een extra speciaal bier op de bootborrel te openen, het is immers ontspanning in het belang van de eigen mentale gezondheid.

Daniel van Grinsven studeert rechten aan Tilburg University.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.