Hoe vorm je een coalitie? Sociaal psycholoog Ilja van Beest over eerlijkheid en eigenbelang

Hoe vorm je een coalitie? Sociaal psycholoog Ilja van Beest over eerlijkheid en eigenbelang

Welke partijen vormen straks de regering? Die vraag is maanden na de verkiezingen nog steeds onbeantwoord. Hoe krijg je de neuzen eigenlijk dezelfde kant op en wat is de wetenschap achter coalitievorming? Univers sprak erover met hoogleraar sociale psychologie Ilja van Beest.

DEN HAAG – Fractieleiders Mark Rutte (VVD) en Sigrid Kaag (D66) op het Binnenhof voor aanvang van een gesprek met informateur Mariette Hamer. ANP BART MAAT

Van Beest is geen politicoloog, maar weet als sociaal psycholoog als geen ander hoe mensen zaken proberen te verdelen. Hij geniet zichtbaar van de creatieve oplossingen die we verzinnen om dat op een eerlijke manier te doen. “Dat vinden we blijkbaar extreem belangrijk”, aldus de Tilburgse hoogleraar. En dat is bij het vormen van een nieuwe regering niet anders.

Wat is volgens u een coalitie?

“Soms stel ik me dat als volgt voor: er staat een pot snoep op de bovenste plank van een kast en je hebt drie kinderen. Eentje is lang, eentje is klein en eentje zit ertussenin. Geen van de kinderen kan bij de pot, maar als de een de ander optilt lukt het wel.

“Dat is een coalitie. Het ene kind kan het andere helpen maar zal wel de vraag stellen: wat krijg ik dan uit die pot? Een coalitie vorm je dus als je de macht niet alleen hebt, je hebt elkaar nodig én er is iets te verdelen.”

Bij die verdeling speelt naast eigenbelang dus ook eerlijkheid een belangrijke rol. Hoe zit dat?

“Na de Tweede Wereldoorlog werd er veel onderzoek gedaan naar coalitievorming op basis van de populaire speltheorie. Een theorie die het keuzegedrag van mensen bestudeert. Welke keuze maken we en wanneer?

“Al die theorieën zeiden eigenlijk hetzelfde: mensen vormen het liefst de coalitie die hun eigenbelang het beste vertegenwoordigt.

“Als je heel veel stemmen hebt, zoals nu bijvoorbeeld de VVD, dan zou je in onderhandeling met een andere partij zeggen: ik vertegenwoordig een groter stuk van Nederland, want twee keer zoveel burgers stemden op mij, dus ik vind dat ik twee keer zoveel ministerposten mag hebben.

“Wat mij daarin opviel, is dat mensen eerlijkheid inzetten om dat eigenbelang te verkopen. Ze zeggen niet: ik heb het dubbele aantal stemmen, dus ik mag drie keer zoveel ministerposten hebben als jij. Er zit een eerlijkheidsprincipe in: ik heb meer bijgedragen en proportioneel aan mijn bijdrage moet ik dat dus terugkrijgen. De theorieën over coalitievorming van destijds wezen allemaal op eigenbelang en zagen dit eerlijkheidsprincipe over het hoofd.”

En hoe zet je eerlijkheid in bij de verdeling van bijvoorbeeld een zak geld?

“Heel gechargeerd gezegd, een rechts iemand zal zeggen, degene die het hardste werkt heeft recht op een groter aandeel. Terwijl links zegt: we zijn allemaal mensen en doen ons best, dus we verdelen die pot gelijk. Beide spelers proberen het eigen belang te verkopen door te wijzen op eerlijkheid.”

Waar zien we die eerlijkheidsregel terug in het politieke onderhandelingsspel?

Een van de redenen waardoor ik op dit gedachtespoor kwam was de formatie van Paars II, door Wim Kok in 1998. Die formatie was ten tijde van mijn proefschrift en dus iets waar ik destijds veel over nadacht. PvdA en VVD behaalden winst met 45 en 38 zetels, maar D66, de derde partij uit Paars I, leed een behoorlijke nederlaag en hield 14 zetels over.

“Toch wilden de twee grootste partijen verder met D66. Er waren 14 ministersposten te verdelen, zowel PvdA als VVD wilden er zes, maar D66 nam geen genoegen met slechts 2 ministers.  En toen gebeurde er iets heel interessants, waarin ik duidelijk dat eerlijkheidsprincipe denk terug te zien.

“Want, hoe losten ze dat op? Door een extra ministerspost te creëren! De minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid. Ook wel gekscherend het ‘ministerie van silly walks’ genoemd, want het had geen budget. Ik kan dat alleen begrijpen door te constateren dat eerlijkheid belangrijk is, want waarom zou je het anders doen?”

En wat is dan de verklaring voor het inzetten van eerlijkheid bij politieke onderhandelingen?

Geen partij in Nederland is groot genoeg om het land alleen te besturen. Je moet aan tafel met je ‘vijand’ en kunt niet al je standpunten verwezenlijken. Aan het thuisfront moet je kunnen uitleggen dat je water bij de wijn hebt gedaan. Hoe leg je dat uit? Door te zeggen: maar dit was toch eerlijk?”

Heeft de partij met de meeste stemmen ook de beste onderhandelingspositie?

“Dat hangt er maar net vanaf. Het aantal stemmen is zeker een belangrijke machtsfactor, maar ook het aantal coalities dat je vervolgens kunt sluiten is van groot belang. Een uiterst rechtste partij kan bijvoorbeeld heel veel stemmen hebben, maar minder mogelijkheden qua coalitievorming. Veel partijen willen niet met die partij samenwerken.

“Een wat kleinere middenpartij staat dan misschien wel sterker. De macht die je aan die sterke onderhandelingspositie kunt ontlenen wordt meegewogen in het onderhandelingsproces, bleek uit verschillende van mijn experimenten.

“De grootste partij kan zich in een onderhandeling ook buitenspel plaatsen door te hard te roepen dat hij de sterkste is en daarom het meeste wil hebben. Als het niet hoeft, sluiten we liever geen coalitie met die partij. Dit noemen we ook wel het strength-is-weakness effect in de sociale psychologie.”

Ilja van Beest. Foto: Jaap Joris Vens

U ontdekte ook dat het bij onderhandelingen uitmaakt of er winst of verlies wordt verdeeld.

“Inderdaad, dit bleek onder andere bij een coalitiespel dat ik speelde met een aantal studenten. Drie mensen kunnen bijvoorbeeld een bedrag van zes euro verdelen door met elkaar te onderhandelen. Wat er meestal gebeurt is dat twee deelnemers zeggen: wij bepalen samen dat we ieder drie euro krijgen en ze houden hun mond over die derde. Op die manier is de winst maximaal.

“Maar vroeg ik me af, hoe zit het met zes euro verlies? Wat bleek, als je dat verdeelt worden we veel eerlijker. Bijna niemand zegt: zullen wij samen bepalen dat die derde alles gaat betalen? Blijkbaar vinden we het lastig om iemand op die manier te belazeren. Daaruit blijkt dat we de lusten wel durven opeisen maar de lasten liever eerlijker verdelen.”    

Hoe zouden we dat principe van winst en verlies bij de huidige onderhandelingen terug kunnen zien?

“We zitten nu als samenleving meer in een ‘winstframe’ dan in een ‘verliesframe’. We zijn bijna uit de coronacrisis, de terrassen zijn open, kortom het gaat super goed. Als mensen denken: er valt winst te verdelen, dan is de kans groter dat je meer eigenbelang gaat zien.

“Volgens die redenatie is het waarschijnlijker dat er een zo klein mogelijke coalitie tot stand komt. Eentje die net in staat is om het land te besturen qua meerderheid. Dan verzilveren de partijen maximaal hun eigenbelang en dat kunnen ze beter verkopen aan hun achterban.

“Maar als de huidige situatie meer als een crisissituatie wordt neergezet, ‘we moeten het land na corona weer helemaal opbouwen’, dan kan er een theoretisch onnodig grote coalitie gevormd worden. Partijen, die eigenlijk niet nodig zijn voor een meerderheid, kunnen ook meedoen. In het kader van: ‘das schaffen wir samen’.

“Eigenlijk doe je dan water bij de wijn. Je had meer macht kunnen hebben, maar dat doe je niet. Die keuze verkoop je volgens mijn onderzoek beter, wanneer je datgene wat je verdeelt als een verlies neerzet.”

We gaan dus letten op eerlijkheidargumenten en op het winst- en verliesframe. Waar moeten we nog meer in ons achterhoofd houden?

“Iets anders dat heel belangrijk is bij onderhandelen is je verplaatsen in een ander. Perspectief nemen. Het ultieme voorbeeld daarvan is het bekende verhaal van de twee zusjes die tien sinaasappels gaan verdelen. Hoe doen ze dat denk je?”

Ik zou denken, vijf voor de ene zus en vijf voor de ander?

“Dat zou kunnen, maar wat doet een slimme zus? Die vraagt: waarvoor heb jij die sinaasappels eigenlijk nodig? Dan blijkt dat de ene de schil nodig heeft om een taart te bakken, terwijl de ander wil persen. Aha! Nou dan is het tien-tien.

“Dat is perspectief nemen. Vragen wat de ander wil. Wat een goede onderhandelaar doet, en dit is een tip voor de formateur, is de pot vergroten en dan uitruilen op de dingen die voor jou belangrijk zijn.”

We hebben net een Haagse vertrouwenscrisis achter de rug. De roep om een einde te maken aan de achterkamertjespolitiek klinkt steeds luider, maar bij de Tafel van Martinus hoorde ik u een lans breken voor minder transparantie?

“Dat heeft alles te maken met mijn bovenstaande betoog. Om te vragen wat de ander wil heb je wel een zekere mate van geheimhouding nodig. Je diepste verlangens op tafel leggen moet veilig kunnen. Als je daarmee meteen naar buiten rent, dan gaat die achterban daar ook wat van vinden. Dat moet je vervolgens weer meenemen in je onderhandeling.

“Soms moet je met de benen op tafel kunnen overleggen. Als-dan-redenaties opbouwen met elkaar, waar geen consequenties aan vastzitten: ‘Hoe zie je dat voor je? Nou, zo en zo.’ Die vertrouwelijkheid is nodig. Transparantie is tot op zeker hoogte de dood in de pot bij een onderhandeling.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.