Twintig centimeter

‘Zoals u kunt zien, ben ik zelf vrij lang.’ Voor me staat een slungelige, schuchtere man van zo’n 65 jaar oud te zacht te praten. Enkele momenten geleden ontving hij een erepenning van de universiteit. De drie laureaten die hem voorgingen hadden allemaal keurig een toespraak voorbereid en opgelezen. En dus moest hij, zonder geprint A4’tje en schijnbaar minder voorbereid, ook.

Mensen moeten vooroverbuigen om hem te horen en alsof het nog niet duidelijk genoeg is, voegde hij er zojuist nog aan toe dat hij het prettig vindt om vanachter de coulissen te werken. Hij vervolgt zijn verhaal ‘En als ik dan ’s ochtends op weg naar de universiteit in een drukke tram of de metro stond, dan placht ik te denken hoe die andere passagiers, die twintig, of dertig centimeter kleiner zijn naar de wereld zouden kijken. Lange mensen denken daar vaak niet over na, maar het is een groot verschil.’

‘Het is een uitgangspunt van me geworden, bij mijn werk,’ gaat hij verder. ‘En het zou een uitgangspunt moeten zijn voor iedereen op de universiteit: wat betekent deze beslissing voor iemand die niet zo goed is als ik? Zou ik als ik aan de andere kant van de onderhandelingstafel zou zitten ook tevreden zijn met dit resultaat?’

Zijn toespraak is een pareltje tussen alle toespraken van pioniers en wonderwetenschappers die grenzen hebben verlegd en die de universiteit vooral prijzen voor de vrijheid die ze hebben gekregen. Even geen excellentie, maar mededogen. Niet op je tenen proberen te staan, maar door je knieën gaan om te kijken of iedereen wel mee kan doen.

Het is tekenend voor een verschuivend debat in het hoger onderwijs. Een wetenschapper is niet meer excellent als hij alleen veel publiceert, maar geen leiding kan geven en niet kan doceren. Het debat over inclusie of diversiteit op de universiteit, hoe omstreden en stekelig ook, gaat ook over de vraag hoe je ervoor kunt zorgen dat ook studenten die als eerste in hun familie gaan studeren zich thuis kunnen voelen op de universiteit. Of hoe een student die problemen krijgt tijdens zijn studie, niet gestraft wordt door een te rigide systeem.

Als er al iets is waar men minister Ingrid van Engelshoven in het hoger onderwijs over een jaar of tien nog voor zal bedanken, zal het waarschijnlijk zijn dat ze het rendementsdenken in ieder geval in woord heeft bestreden en heeft gepleit voor bijvoorbeeld een lager bindend studieadvies.

Het is dan ook opvallend dat ze in haar laatste maanden weigert om zich nog eens in te leven in docenten, die al bijna anderhalf jaar hun onderzoek en aanzienlijke delen van hun privéleven opofferen, om de universiteiten draaiend te houden. Hen pas op 15 augustus duidelijkheid geven over hoe ze dit najaar onderwijs mogen geven is een onnodige trap na.

Het is te hopen dat minister Van Engelshoven ook het andere advies ter harte neemt: denk eens na over of je ook tevreden zou zijn met een beslissing als je aan de andere kant van de tafel zit. Wie weet krijgt ze er ooit nog een erepenning voor.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.