‘What Are the Humanities For?’ Oud-decaan TSHD Wim Drees geeft antwoord in zijn nieuwe boek

‘What Are the Humanities For?’ Oud-decaan TSHD Wim Drees geeft antwoord in zijn nieuwe boek

Er zijn geen wetenschappelijke disciplines die zo regelmatig worden gevraagd naar hun maatschappelijk nut als de geesteswetenschappen. Het is een van de redenen dat emeritus hoogleraar filosofie Willem B. Drees besloot een boek te schrijven over deze tak van wetenschap. “Humanities hebben niet alleen publieke, maar vooral ook intrinsieke waarde.”

Willem B. Drees. Beeld Ton Toemen

Na omzwervingen via de natuurkunde en theologie werd Wim Drees, zelfbenoemd ‘academisch omnivoor’, in 2015 aangesteld als decaan van de Tilburg School of Humanities (later veranderd naar Tilburg School of Humanities and Digital Sciences, oftewel: TSHD). Hier trof hij een faculteit geesteswetenschappen die nogal verschilde van die van de Universiteit Leiden – zijn voormalig academisch thuis. Waar Leiden een grote en brede faculteit had met veel geschiedenis en talen, ontbrak het in Tilburg aan die specifieke opleidingen.

Dat twee zo sterk van elkaar afwijkende faculteiten beide als geesteswetenschappen worden aangemerkt, riep bij Drees de vraag op wat deze soort wetenschappen met elkaar verbindt. “Ik had behoefte alles even op een rijtje te zetten en na te denken over de samenhang in dit versnipperde domein. Wat zijn we nu eigenlijk als wetenschapsgebied?”

In zijn inaugurele rede aan TSHD deed Drees zijn eerste poging om het onderlinge verband tussen de verschillende wetenschapsdisciplines aan te tonen. Hiermee wilde hij zowel de gemeenschap binnen de faculteit bevorderen als aan de andere faculteiten in het land laten zien waarom de Tilburgse humanities bij de geesteswetenschappen horen.

Met zijn nieuwe boek What Are the Humanities For? borduurt Drees voort op zijn oratie door verder te vragen naar de essentie van de geesteswetenschappen. Echter gaat hij nu een stap verder. Hij onderzoekt niet alleen de aard van de humanities, maar ook de hedendaagse relevantie ervan; een onderwerp waarmee de geesteswetenschappen al een poos lijken te worstelen.

Human humanities

Om de publieke bijdrage van de humanities in kaart te brengen, heeft Drees eerst moeten scherpstellen welke studies hieronder vallen en wat ze onderling kenmerkt. “Globaal zijn het de studies die zich bezighouden met menselijke cultuur en identiteit. Ze bestuderen wat mensen beweegt door verder te kijken dan de mens als een radartje in een systeem.”

“Daarin schuilt deels het verschil met sociale wetenschappen als sociologie en (neuro)psychologie, waarin het gedrag van de mens vooral wordt benaderd vanuit een objectiverend perspectief, en er meer wordt geabstraheerd van de individuele motieven. In de geesteswetenschappen is men juist geïnteresseerd in die menselijke beweegredenen. Wetenschappers in de humanities willen weten wat mensen bezighoudt, wat ze vinden en hoe ze betekenis geven aan het leven.”

“Het idee is geboren uit een persoonlijke behoefte de aard van de humanities te doordenken, niet zozeer uit een bedreigd Calimero-gevoel”

Volgens Drees beschikt de mens over een soort intrinsieke nieuwsgierigheid naar zichzelf als soort. Hij noemt het daarom het liefst ‘human humanities’; het is een menselijke aangelegenheid waarin de mens de mens bestudeert. Aan de ene kant is er het willen begrijpen van de medemens, wat begint met de studie van taal en communicatie. En anderzijds is er de bezinning op onze eigen waarden en oordelen middels disciplines als filosofie en theologie.

Het maakt dat je als onderzoeker binnen de humanities erg dicht op je studieobject staat. Ten eerste omdat het object – anders dan in de exacte wetenschappen – kan terugpraten. Het heeft gevoelens en een mening en als wetenschapper heb je daar rekening mee te houden. Daarnaast ben je zelf ook een mens met persoonlijke voorkeuren en waarden. Hierdoor ontstaat een onontkoombare wisselwerking tussen wat je onderzoekt en wie of wat je zelf bent, hetgeen leidt tot een soort spiegeleffect.

Het hoge subjectieve gehalte doet de vraag rijzen in hoeverre dit ten koste gaat van objectieve kennisvergaring. “Natuurlijk moeten objectiviteit en een zekere mate van afstandelijkheid worden nagestreefd, maar tegelijkertijd is het binnen deze tak onvermijdelijk dat het dichterbij komt. Een onderzoeker hoeft zich daar niet bezwaard over te voelen, want dat hoort bij de aard van het vak. Het is zelfs onderdeel van het mens-zijn.”

Historische verschuiving

Op de vraag of het boek is geschreven vanuit een urgentie om de geesteswetenschappen te verdedigen, antwoord Drees ontkennend. “Het idee is geboren uit een persoonlijke behoefte de aard van de humanities te doordenken, niet zozeer uit een bedreigd Calimero-gevoel.”

Toch ontkomt Drees er in zijn boek niet aan om het voor de humanities op te nemen. Ook hij ziet dat de geesteswetenschappen de laatste jaren onder druk staan en dat academici worden gedwongen zich defensief op te stellen. “Dat is historisch wel veranderd,” legt Drees uit. “In het verleden hadden de humanities veel aanzien en waren theologie en klassieke talen – vakken die tegenwoordig minder populair zijn – juist belangrijk als toegang tot maatschappelijke posities.”

“Vanaf de negentiende eeuw begon dit te verschuiven doordat nieuwe disciplines zoals de natuurwetenschappen en levenswetenschappen het podium betraden. Deze verrichtten goed werk en boekten enorme successen binnen de wetenschap. Nederland sleepte destijds zelfs enkele Nobelprijzen binnen. Daarnaast heeft de economie – die nota bene haar wortels in de filosofie heeft – flink aan terrein gewonnen door de aandacht voor ondernemerschap.”

Willem B. Drees. Beeld Ton Toemen

Uiteindelijk is het een gebrek aan fundamentele theorieën en homogeniteit dat de geesteswetenschappen aan prestige hebben doen verliezen, vermoed Drees. “Er zijn binnen de humanities weinig baanbrekende ontdekkingen gedaan en er bestaat een grote diversiteit aan methoden en technieken. Hierdoor is het voor mensen niet helemaal duidelijk wat dit domein precies inhoudt. Daar hoeft overigens niemand zich schuldig over te voelen. Daar moeten we gewoon mee leven.”

‘Wat kun je daarmee worden?’

Dat de humanities aan populariteit hebben ingeboet, is ook binnen Tilburg University te zien. Zo vormen TSHD en de Tilburg School of Catholic Theology (TST) samen de twee kleinste faculteiten van de universiteit. Drees: “Studentenbelangstelling is een belangrijke factor binnen de organisatie van universiteiten, omdat het bepaalt welk stuk van de financiële taart een faculteit krijgt. Op dit moment is de realiteit dat studenten eerder kiezen voor een opleiding bedrijfskunde of rechten dan voor bijvoorbeeld een talenstudie.”

Hoe kan deze matige aanwas binnen de humanities verklaard worden? “Potentiële studenten hebben vaak niet goed voor ogen wat je later allemaal kunt worden met een humanities-diploma op zak. Ze denken dat je bij een specialistische studie altijd terecht komt in het verlengde van dat vak. Dus dat je met een diploma Chinees alleen maar docent Chinees kunt worden. Dit geldt slechts voor een klein aantal studenten.”

“De overige studenten eindigen op een veel bredere markt waar ze voor meer algemene functies concurreren met bijvoorbeeld rechten- of sociologiestudenten. Dit is mogelijk omdat ze via hun studie goede basisvaardigheden en -kennis hebben verworven. Dat de arbeidsmogelijkheden zo groot zijn, wordt nog weleens onderschat. Daar kan via goede marketing nog wat winst op worden behaald.”

Maatschappelijk nut

De meest gehoorde aanklacht jegens de geesteswetenschappen is dat zij niet voldoende zouden bijdragen aan de samenleving. Je kunt de complexiteiten van de maatschappij nog zo goed begrijpen, als je niet teruggeeft, is het waardeloos, zo is de gedachte. Het leidt er soms toe dat zowel academici als studenten zich moeten verantwoorden voor hun keuze voor de humanities.

Wat in de ogen van Drees ook niet meehelpt, is dat het voor sommige academici moeilijker is zich te onderscheiden als wetenschappelijk expert. Dit kan zijn doordat de grenzen van de discipline diffuus zijn. Zo overlapt het onderzoeksgebied van een filosoof veel meer met het algemeen publieke discours dan het meer technische en specialistische onderzoek van iemand die Egyptische hiërogliefen bestudeert.

“De waarde van de humanities schuilt wat mij betreft in de intrinsieke belangstelling die we als mensen voor elkaar hebben”

Desondanks denkt Drees dat de scepsis aan het adres van de geesteswetenschappen niet helemaal terecht is. “De humanities draaien om meer dan kennis produceren omwille van de kennis. Ze hebben wel degelijk maatschappelijk nut. Een voorbeeld hiervan is onze kennis over talen. Deze is onder meer gebruikt voor het ontwikkelen van de structuur van programmeertalen en is daarmee ongelooflijk waardevol gebleken.”

“Met dit boek wilde ik echter niet te veel meegaan in dit instrumentele nutsdenken. Niet alles moet vanuit die invalshoek worden benaderd. De waarde van de humanities schuilt wat mij betreft meer in de intrinsieke belangstelling die we als mensen voor elkaar hebben. Door ons te verdiepen in de ander – of die nou dichtbij, ver weg, in het heden of het verleden staat – doen we recht aan onze menselijke aard.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.