Een nieuw pensioenstelsel: hoe gaat dat eruitzien en blijft er nog wat over voor jongere generaties?

Een nieuw pensioenstelsel: hoe gaat dat eruitzien en blijft er nog wat over voor jongere generaties?

Save the date: vanaf 1 januari 2023 zeggen we tot ziens tegen ons oude pensioenstelsel en verwelkomen we een grondig hervormd pensioensysteem in Nederland. Voor wie nu denkt: ‘als ik ooit met pensioen mag, dan is die pot vast leeg’, er is hoop. Althans volgens TiU-econoom en pensioendeskundige Ed Westerhout. Univers vroeg hem wat deze belangrijke hervorming betekent voor onze toekomstige seniorenportemonnee.

Beeld Bas van der Schot

Is er straks nog wel pensioen voor mij? Dat vragen veel jongeren zich af. Gek is dat niet. Het pensioenstelsel komt de laatste tijd vooral negatief in het nieuws. Er wordt gesproken over ‘verdampende pensioenpotjes’ en ‘dalende dekkingsgraden’. Blijven de jongeren op hun oude dag met lege handen achter?

Volgens econoom Ed Westerhout, werkzaam bij het Fiscaal Instituut Tilburg, gaan er een paar belangrijke zaken veranderen die wel degelijk invloed kunnen hebben op de uiteindelijke hoogte van onze oudedagsvoorziening. Maar hij ziet ook positieve ontwikkelingen.

Uit recent onderzoek van het NIDI blijkt dat jongere generaties de discussies rond het nieuwe pensioenstelsel vrijwel niet volgen. Ze zijn bovendien slecht op de hoogte van hun eigen pensioenopbouw. Is dat een probleem?

“Het is natuurlijk niet onbelangrijk, maar ik ben zelf geen uitzondering. Ook ik hield me daar niet zo mee bezig in mijn jonge jaren. Zover kijk je niet vooruit, je leeft op dat moment. Ik denk dat deze houding juist aantoont waarom onze verplichte collectieve pensioenen in Nederland zo waardevol zijn. Ook voor diegene die zich er niet mee bezig houdt wordt het toch allemaal geregeld.

“Tenminste, wanneer je bij een werkgever aan de slag gaat, voor ZZP’ers en ook voor bepaalde types flexwerk is dat anders.”

Hoe kun je in Nederland pensioen opbouwen?

  1. Vanuit de overheid: de AOW (Algemene Ouderdomswet). Dit krijgt iedereen die in Nederland woont of werkt.
  2. Vanuit je werkgever: pensioen. Heb je een baan, dan bouw je vaak pensioen op bij een pensioenfonds, verzekeraar of PPI (premiepensioeninstelling).
  3. Pensioen dat je zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of een (bank)spaarproduct.

(bron: mijnpensioenoverzicht.nl)

Waarom was het nodig om ons pensioenstelsel te hervormen?

“Dat is vooral nodig vanwege de vergrijzende Nederlandse bevolking. Vroeger stonden tegenover elke gepensioneerde vier werkenden, straks zijn dat er nog maar twee.

“Door de vergrijzing komen er steeds minder premie-inkomsten binnen, terwijl de uitgaven voor de pensioenen blijven stijgen. Als er dan iets misgaat, de beleggingen doen het slecht, de rente is onverwacht laag, komen pensioenfondsen geld tekort.

“In het verleden konden ze de premie (het bedrag dat werkgever en werknemer afdragen voor pensioenopbouw) met een paar punten omhooggooien en dan kwam er weer meer geld binnen. Maar omdat het aantal premiebetalers achterblijft, zet dat nog maar weinig zoden aan de dijk.”

Wat zijn de opvallendste wijzingen in het nieuwe pensioenstelsel?

“De grootste verandering is dat we van pensioenaanspraak naar pensioenverwachting gaan. Nu zeggen pensioenfondsen: als je zoveel jaar hebt gewerkt en je hebt zoveel opgebouwd, dan kun je een pensioen van X procent van je jaarsalaris tegemoetzien. Helemaal garanderen kunnen ze het niet, maar het bedrag dat je na pensionering krijgt is toch behoorlijk zeker. Pensioenfondsen moeten verplicht buffers aanhouden waarmee ze het pensioen kunnen aanvullen in tijden van minder inkomsten.

“In het nieuwe stelsel streven ze weliswaar nog steeds naar een vergelijkbaar percentage van je jaarsalaris, maar het kan ook meer of minder worden. De kans dat het afwijkt van eerdere verwachtingen is veel groter. De garantie verdwijnt. En omdat er geen garanties zijn, hoeven de pensioenfondsen ook niet langer grote buffers aan te houden van hun toezichthouder, De Nederlandsche Bank. Daardoor komt er straks een stuk geld vrij voor de deelnemers.”

Wat gebeurt er met het geld dat vrijkomt?

“Dat kunnen pensioenfondsen meenemen om wat klappen op te vangen in de toekomst. Ze kunnen ook zeggen, we kennen wat sneller indexatie toe aan de deelnemers van dit moment. Die hebben al tien jaar heel weinig indexatie gehad voor prijsinflatie, hun pensioenen zijn op achterstand geraakt. Met deze systeemveranderingen komen er mogelijkheden om dat voor een deel te compenseren.”

Dus de mensen die nu met pensioen zijn of gaan krijgen meer geld?

“Die pensioenen zouden inderdaad iets hoger kunnen komen te liggen dan wanneer er niet zou worden hervormd.”

Dat klinkt als een extra cadeau aan een generatie die al veel schaapjes op het droge heeft.

“Dat is nooit de insteek geweest, dat geloof ik niet. De veranderingen zijn wenselijk omdat het stelsel bij de historisch lage rente van de laatste jaren onbetaalbaar is. Wel bleek uit een CPB-studie over de generationele effecten van het nieuwe stelsel, dat de gepensioneerden gemiddeld genomen in de plus zitten, doordat die buffers vrijvallen en fondsen eerder indexatie kunnen verlenen.

“De toekomstige generaties zijn wat slechter af omdat er minder buffers zijn om tegenvallers op te vangen. Die krijgen die financiële klappen meer voor hun kiezen.”

De tweede grote wijziging is dat we van een doorsneesystematiek overgaan op een systeem van degressieve opbouw. Wat houdt dat in?

“Op dit moment betaalt iedere werknemer een doorsneepremie: ongeacht je leeftijd betaal je dezelfde pensioenpremie en heb je dezelfde pensioenopbouw. Alleen is de premie van een jongere veel meer waard dan de premie van een oudere. Elke euro die een jongere inlegt kan nog heel lang renderen, voor de euro van een oudere is dat veel minder het geval.

“Een deel van hun premie betalen de allerjongsten dus niet voor zichzelf, maar voor de oudere werknemers. Toen de meeste mensen nog een leven lang bij dezelfde werkgever en hetzelfde pensioenfonds bleven was dat geen probleem. Dan werd jij immers vanzelf ook die oudere werknemer die meeprofiteert.”

Waarom is het nu wel een probleem?

“Tegenwoordig is het gebruikelijker dat mensen voor zichzelf beginnen of van baan wisselen. Daardoor kwam er een belangrijke ongelijkheid aan het licht. Als je bijvoorbeeld rond je 45e uit het systeem stapt, heb je veel meer ingelegd dan je ooit nog terugkrijgt. Het bedrag dat je hebt opgebouwd blijft staan, maar de waarde stijgt niet langer mee.

“Die doorsneepremie verdwijnt in het nieuwe systeem. De pensioenpremie blijft wel voor alle leeftijdsgroepen gelijk, maar de pensioenopbouw verschilt straks. Die wordt kleiner naarmate de werknemer ouder wordt. Dat noemen we degressieve pensioenopbouw. Hoe jonger de deelnemer is, hoe hoger in principe de pensioenopbouw. Zo spaar je voor later.”

Hoe zit het met de middengeneraties? Die hebben al een tijd meebetaald in het oude systeem, maar gaan nog (lang) niet met pensioen.

“Die mensen hebben inderdaad veel meer premie betaald dan ze aan rechten hebben opgebouwd. Als er geen compensatie plaatsvindt raken ze dat geld kwijt. Onlangs publiceerde ik samen met twee collega’s het Netspar- en CPB-rapport Completing Dutch pension reform, daarin duiden we dit als iets dat nog moet worden afgerond. Er liggen plannen voor een compensatieregeling, maar het is nog onduidelijk of die er komt en hoe dat er dan uitziet.”

Beeld Bas van der Schot

Pensioenopbouwers krijgen in het nieuwe stelsel ook meer eigen keuzevrijheid, op welke manier?

“Wie met pensioen gaat mag straks tot maximaal 10 procent van het opgebouwde pensioenvermogen in een keer opnemen. Ook wel de lumpsum-uitkering genoemd. Dat is een unicum in Nederland en maakt ons pensioensysteem een stukje flexibeler. Misschien wil je je hypotheek aflossen, je huis verbeteren, een grote reis maken?

“Er kunnen allerlei redenen zijn om in een keer een groter bedrag te willen ontvangen. In andere landen is dit al heel gebruikelijk en mag je soms wel tot 100 procent opnemen.”

Er is in Nederland een grote groep mensen die als zelfstandige werkt, zij moeten zelf pensioen opbouwen. Wat verandert er voor hen vanaf 2023?

“In het nieuwe pensioenakkoord is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen opgenomen. Op die manier zijn ook deze mensen tijdens hun werkzame leven bij ziekte of een ongeval verzekerd van een inkomen.

“Je zou nog veel verder kunnen gaan, door ook pensioenopbouw verplicht te stellen voor zelfstandigen. Uit onderzoek van de Sociaal Economische Raad (SER) blijkt dat een grote groep mensen die zelfstandig opereert geen pensioen opbouwt.”  

Het nieuwe pensioenstelsel is meer afhankelijk van beleggingsopbrengsten. Welke risico’s brengt dat met zich mee?

“Doordat de pensioenfondsen straks geen grote buffers meer hebben is er een grotere kans dat je pensioen hoger of lager uitvalt dan je dacht. Afhankelijk van hoe het met de beleggingen gaat. Daar staat wel tegenover dat ze een vorm van leeftijdsafhankelijk beleggen introduceren. Oftewel het pensioenfonds bedenkt: voor wie beleg ik? Zo kun je de scherpe randjes van de risico’s beperken.

“Beleg ik voor een jongere? Die heeft nog een hele toekomst voor zich en kan de klappen op de beurs op allerlei manieren opvangen. Dan kun je dus wat meer in aandelen beleggen en wat minder in obligaties. Bij aandelen heb je meer kans op een hogere winst, maar het risico op verlies is ook groter.

“Beleg je voor een oudere? Die zit al dichter tegen zijn pensionering aan. Dan wil je niet meer teveel risico’s nemen en vergroot je de rol van obligaties. Obligaties, bijvoorbeeld Zwitserse of Duitse staatsobligaties, zijn heel veilig. Tegelijkertijd leveren die ook minder op.”

Maar wat zijn de risico’s nou echt? Kan je pensioen veel lager uitvallen dan verwacht?

“Pensioenfondsen moeten nu verplicht de hogere risico’s die mensen lopen rapporteren. Op mijnpensioenoverzicht.nl staan daarom drie scenario’s, het verwachte pensioen en de bedragen in het geval de opbrengsten mee- of tegenvallen.

“Theoretisch is het altijd mogelijk dat je lager dan het laagste scenario uitkomt of hoger dan het hoogste.

“Omdat men de pensioengaranties straks loslaat is de kans dat er een korting plaatsvindt wel groter. Zit het qua pensioenopbrengsten tegen? Dan zeggen pensioenfondsen: wij geven gewoon wat minder. Elk jaar bekijkt het fonds dat opnieuw. Dus het kan twee jaar achter elkaar omlaaggaan, maar ook weer een aantal jaren omhoog. Net als bij de aandelenbeurzen.”

Een prangende vraag die bij veel jongeren speelt: is er straks überhaupt nog wel pensioen voor ons over?

“De AOW is in handen van de politiek en die kan op eerder gemaakte afspraken terugkomen. In theorie zou je de AOW kunnen afschaffen als daar een politieke meerderheid voor is.

“Aanvullend pensioen bouw je zelf op. Jouw rechten en plichten liggen vast bij een pensioenfonds die kan daar niet zomaar een streep door trekken. Het politieke risico is bij aanvullend pensioen kleiner, maar het financiële risico is een stuk groter. De AOW wordt opgebracht door de werkenden van dat moment, dus daar loop je weinig financiële risico’s.

Beeld Bas van der Schot

“Maar, om terug te komen op je vraag of er straks nog pensioen is voor de nieuwe generaties: de kans dat er geen AOW of aanvullend pensioen meer zou zijn over enkele decennia, acht ik uitgesloten.”

Sommige jongeren willen het liefst al jong van het Zwitserleven genieten en storten zich op de FIRE-beweging (Financial Independence and Retire Early) hoe kijkt u daarnaar?

“Een beetje met angst en beven. De gedachte lijkt simpel: door een aantal jaren flink verdienen en weinig uitgeven, kun je een dusdanig vermogen opbouwen waar je de rest van je leven op kunt teren. Als je echter een eerlijke berekening maakt komt de angel naar boven: want hoeveel vermogen heb je nodig om de rest van je leven vrij te kunnen rentenieren? Je krijgt geen rente meer op je spaargeld, dus alleen sparen is vrijwel nooit genoeg.”

Want je geld vermeerdert niet?

“Precies. Pas als de rente weer zo’n 5 procent is kun je leuke effecten bereiken. Met nul tot een half procent bereik je niks. Veel mensen denken vervolgens: ik ga niet sparen, ik ga beleggen.

“En dan kan ik wel die 5 of 6 procent rendement realiseren. Maar dat is alleen een gemiddelde. Het kan ook nul of zelfs flink negatief zijn, ook over een reeks van jaren. Dan loop je een hele grote kans dat je jezelf rijk rekent.”

Gewoon deelnemen aan een pensioenfonds is dus misschien wel zo veilig?

“De kans dat je op een houtje moet bijten en in de financiële problemen raakt is veel groter als je alles zelfstandig belegt. Pensioenfondsen zijn geen individuele beleggers, dat gebeurt allemaal collectief. Hun experts verspreiden de beleggingen over meerdere industrieën en over meerdere landen. En dan heb je ook nog toezicht van de Nederlandse Bank, dat is een extra garantie. De kans dat daar iets vreselijks misgaat is een stuk kleiner.”

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.