Politieke dogma’s veroorzaken hoge energierekening

De energieprijzen lopen hard op. Huishoudens met een korte termijncontract zien de rekening soms met wel een paar honderd euro stijgen. Vooral mensen met lage inkomens kunnen in de problemen komen. Kan dat ook anders? Univers sprak met energie-economen Bert Willems en Reyer Gerlagh over de huidige situatie op de energiemarkt.

Beeld: Shutterstock

“De snelle stijging van de energieprijzen verbaast me wel een beetje”, zegt universitair hoofddocent Bert Willems. “Let wel, dit is niet alleen in Europa aan de hand. Ook in China zijn de prijzen bijvoorbeeld hoog doordat het land geen kool meer importeert uit Australië. Daarnaast is er ook een tekort op de LNG-markt (Liquified Natural Gas, red.) dat via schepen wordt vervoerd.

“Voor Europa loopt de productie van aardgas vooral via Noorwegen, Rusland en in mindere mate Engeland. In Azië wordt gas vooral geïmporteerd door Japan. In Amerika hebben de VS en Canada een interne gasmarkt. Van een globale gasmarkt is daarom niet echt sprake, maar het feit dat veel Europese landen gas willen importeren stuwt de prijs wel omhoog.”

De vraag naar gas om te importeren ontstaat door een combinatie van omstandigheden, zo laat Willems weten. “De buffer die Europa normaal gesproken heeft, ontbreekt. Dat komt omdat Noorwegen problemen heeft gehad met gasproductie en omdat er een koude winter is geweest waardoor we meer gas hebben verbruikt. Er is minder winproductie geweest, waardoor onze reservoirs leger zijn dan normaal.”

Om voldoende gas te hebben voor de winterperiode, anticipeert de markt met hogere gasprijzen. Dat leidt tot een verschuiving van elektriciteitsproductie naar steenkool. Willems: “De extra CO2-uitstoot van steenkool wordt door het ETS-systeem (Emissions Trading System, red.) wel opgevangen door een vermindering van CO2-uitstoot in andere sectoren. Dit is een goed voorbeeld van de flexibiliteit van markten.”

Nieuwe situatie

En daarop hebben verschillende Europese landen, waaronder Nederland, onvoldoende geanticipeerd, zo meent Willems. “Momenteel is de vraag naar gas niet extreem hoog. Wat ons meer parten speelt is dat we meer moeten importeren dan contractueel is vastgelegd omdat de reserves ontbreken. Dat maakt het een dure onderneming.

“Daarbij moet Nederland ook wennen aan een nieuwe situatie. In het verleden waren we gasproducent en was een hoge prijs goed voor ons. Die productie wordt nu afgeschaald, waardoor we afhankelijk zijn van andere landen.”

Eén van die landen is Rusland. De relatie tussen Rusland en de EU is niet om over naar huis te schrijven maar dat levert voor de gastoevoer geen problemen op volgens Willems. “De Russen zullen nakomen wat ze beloofd hebben. Het is vooral de vraag wat de exportcapaciteit van Rusland is. Ik weet niet of de gasproductie van de Russen momenteel groot genoeg is om veel meer te kunnen exporteren dan was afgesproken.”

Risicomodel

Volgens Willems kunnen er wel lessen getrokken worden uit de huidige crisis. De econoom laat weten dat huishoudens zich maar beperkt kunnen indekken tegen hoge gasprijzen door het afsluiten van langetermijncontracten. “Op de markt zijn slechts contracten beschikbaar voor 1 tot 3 jaar, en als je contract net afloopt tijdens een prijshausse, heb je pech.”

Energiebedrijven zouden zich volgens Willems wel meer kunnen focussen op de lange termijn. “We zien dat bepaalde (kleine) elektriciteitsbedrijven een te agressief risicomodel hebben aangehouden bij het inkopen van gas. Als je weet dat je een bepaalde hoeveelheid gas moet verkopen aan je klanten tegen een vaste prijs, dan moet je dat gas voor de lange termijn aankopen.

“Langetermijnverplichtingen vragen om langetermijncontracten met je leveranciers. Als je alleen korte termijn afspraken maakt, terwijl je voor de lange termijn moet leveren tegen een vaste prijs, dan kunnen er dingen fout gaan.”

‘Kapitaalkrachtig genoeg’

Het feit dat de verantwoordelijke bedrijven te weinig langetermijnafspraken hebben gemaakt, is volgens Willems te wijten aan een economisch mechanisme. “Het probleem is dat er risicopremies betaald worden als elektriciteitsbedrijven langetermijnovereenkomsten tekenen met leveranciers. Dat maakt het aantrekkelijk voor die bedrijven om op korte termijn inkopen te doen.

“Dat is niet erg als die bedrijven kapitaalkrachtig genoeg zijn om in te blijven kopen op het moment dat de prijzen stijgen. Voor huishoudens geldt eigenlijk hetzelfde, met als enige verschil dat het daar in sommige gevallen juist ontbreekt aan die kapitaalkracht, waardoor ze nu in de problemen zitten”, zo besluit Willems.

Volgens hoogleraar Reyer Gerlagh zit er behalve de economische dimensie ook een politieke dimensie aan het probleem. De huishoudens die korte termijncontracten hebben afgesloten, zijn naar zijn idee óók onderdeel van het probleem.

“Het is niet per se ingewikkeld”, zegt Gerlagh. “Als huishouden kun je ook je prijzen voor langere termijn vastzetten, maar dat is meestal duurder. De vraag rijst dus of we vinden dat consumenten het recht moeten hebben om zelf die keuze te maken. Of vinden we dat de overheid consumenten moet beschermen tegen het maken van keuzes waar ze zelf de gevolgen niet van kunnen dragen?

“Onze liberale overheid vindt dat je burgers niet teveel moet beschermen, maar dat je wel moet roepen als het fout gaat”, aldus Gerlagh.

Niet voldoende economisch onderlegd

Volgens de econoom is het een slecht idee om burgers die afweging te laten maken. Er is behalve economische kennis ook kennis van de energiemarkt voor nodig, om af te wegen of een kort- of langetermijncontract het beste is.

“95 procent van de mensen is niet voldoende economisch onderlegd om volledig te begrijpen wat de voor- en nadelen zijn van het ene ten opzichte van het andere contract. En daar maken bedrijven, ook buiten de energiesector, structureel gebruik van, of misbruik – afhankelijk van hoe je het bekijkt.”

Doctrine

“De afgelopen jaren is het beleid altijd geweest dat mensen zelf moeten kiezen. Dat ze niet altijd in staat zijn te kiezen vindt de overheid niet zo interessant. De overheid hanteert het dogma dat vrije keuze belangrijk is, dus wil ze de mensen niet sturen.

“Mensen moeten in de supermarkt kunnen kiezen voor vlees dat is geproduceerd op een dieronwaardige manier en mensen moeten kunnen kiezen voor een energiecontract waarvan ze de gevolgen niet kunnen dragen op het moment dat de prijzen omhoog gaan. Dat is de liberale doctrine.”

De oplossing die Gerlagh voorstaat is tamelijk eenvoudig. “Mensen die ten opzichte van hun inkomen een hoge energierekening hebben, die zouden geen korte termijn energiecontracten moeten kunnen afsluiten. Die zouden standaard, verplicht, een lange termijn energieprijs moeten hebben. En dan gaat die markt er ook anders uit zien.”

Energietransitie

Voor de energietransitie betekent het energieprobleem niet veel goeds, vreest Gerlagh. “Het afgelopen jaar heeft de overheid gefeest met geld uitgeven. Opeens mocht het; ze hebben de smaak te pakken gekregen. Dus nu willen ze mensen ook ruimschoots compenseren. Het voorstel is om de energiebelasting voor huishoudens te verlagen.

“Dan komt die compensatie ook bij mij, terwijl ik het niet nodig heb. Het gevolg is dat over een paar jaar andere uitgaven omlaag moeten; dan worden de salarissen van onderwijzers en verpleegkundigen laag gehouden en is er geen geld beschikbaar voor de energietransitie.”

Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven, stelt de econoom. Goed nadenken over te nemen maatregelen is dus noodzakelijk, wil je als overheid later niet in de knel komen. Gerlagh: “Je zou ook alle lagere inkomens erop vooruit kunnen laten gaan, bijvoorbeeld door een hoger minimuminkomen.

“Een andere optie is om de huurbelasting die nu wordt geheven op de hele sociale woningbouw, te heffen op de huurwoningen met een slecht energielabel. Dat zorgt ervoor dat de energietransitie gaat versnellen. Het huidige pakket aan ingrepen helpt de energietransitie niet voldoende”.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.