Lof voor de waarde van een binnentuin

Elke maand plaatst projectleider Academisch Erfgoed Pieter Siebers kenmerkende gebeurtenissen, personen, gebouwen of objecten in historisch perspectief. Deze keer: de binnentuinen op de campus.

Beeld: Paulien Varkevisser

Deze maand werd de binnentuin in het Cobbenhagengebouw door het blad Tuin en Landschap bestempeld als de meest kenmerkende voor de jaren zestig van de vorige eeuw. De tuin is in 1959 en 1960 ontworpen door landschapsarchitect Pieter Buys (1923-2018), in samenspraak met architect Jos. Bedaux. Het tweetal legde de grondslag voor de huidige campus, door het gebouw te voorzien van twee patio’s en het te plaatsen in een natuurlijke omgeving die aansluit op het eeuwenoude, licht geaccidenteerde landschap van zandwallen.

Het gebouw werd voorzien van twee patio’s of binnentuinen waarvan er een volledig omsloten is door gangen en ruimtes zoals de foyer voor de aula en de portrettenzaal. Rondom die binnentuin zijn de dragende elementen – ranke, ronde betonkolommen – in het zicht gelaten. Het concept refereert aan de binnentuinen uit de Oudheid en aan middeleeuwse kloostertuinen. In beide gevallen gaat het om door zuilen omgeven plekken die werden gebruikt voor studie en reflectie.

Aan het klassieke Athene wordt het sinds de 4e eeuw voor Christus door Aristoteles verzorgde ‘peripatetische onderwijs’ toegeschreven. De wijsgeer zou al wandelend, en beschutting zoekend tegen de zon, colleges hebben verzorgd rondom een door zuilengalerijen omgeven buitenruimte; het peristilium. Kloostertuinen waren bronnen van medicinale kennis en eveneens plekken van studie en bezinning. Soms werden ze breviertuin genoemd omdat kloosterlingen er al wandelend hun getijdenboeken lazen.

Iets van die oude noties klinkt ook door in de tekst van de selectiecommissie van Tuin en Landschap die de binnentuin hoog prijst. ‘Begin jaren zestig werd Buys betrokken bij het ontwerp van de campus van de toenmalige Economische Hogeschool van Tilburg. De wereld van buiten wordt hecht verbonden met de binnenwereld. Geometrie en natuur zorgen voor een plek die rust en balans uitstraalt. Vijvers spiegelen de omgeving van buiten naar binnen. Hoogteverschillen zijn opgelost in subtiele terraselementen. Een perfecte plek voor studie en concentratie.

‘De schijnbare eenvoud en zakelijke eenheid van architectuur en openbare ruimte maakt het ontwerp tot een fenomeen van een optimistisch tijdgewricht. Het ontwerp oogt anno 2021 alsof het gisteren werd gemaakt. De wisselwerking tussen de tuininrichting van de binnenhoven en de architectuur van het faculteitsgebouw is eerder expressief dan sober en doelmatig, zoals werd beleden in de voorafgaande periode van de wederopbouw.’

In navolging van Bedaux – die het gebouw zag als een lange wandeling vol afwisselende ervaringen in kloosterlijke gangen en rondom patio’s – omschrijft de redactie het Cobbenhagengebouw als een moderne abdij: ‘met een vierkante open binnenplaats en een “kloostergang” eromheen waar je door de glazen gevels overal zicht hebt op de tuin. Rond een kloostertuin konden de monniken eindeloos wandelen, belangrijk voor rust, studie en bezinning. Waardes die goed passen bij een universiteit.’

Landschapsarchitect Pieter Buys zag volgens Tuin en Landschap de tuin als een intermediair tussen mens en natuur, tussen huis en landschap. ‘Het gaat om de balans tussen wat de ontwerper aan de omgeving toevoegt en dat wat hij aan de natuur overlaat.’

Zijn visie en nalatenschap spelen nog altijd een rol bij het Bossche bureau dat Buys in 1954 oprichtte. Dat heet intussen MTD Landschapsarchitecten en is nog regelmatig betrokken bij de ontwikkeling en uitbouw van de steeds groenere campus van Tilburg University. Met binnentuinen is de campus intussen vertrouwd geraakt; ze zijn ook te vinden in de gebouwen met de namen van de moderne tijd, zoals TIAS School for Business and Society en CUBE.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.