De hoogleraar met het bleke gezicht en de donkere ribbroek

De hoogleraar met het bleke gezicht en de donkere ribbroek

Met tegenzin stapte ik die donderdagochtend de trein in. Het was de eerste week van mijn master, en mijn tweede college in Tilburg.

Het eerste college was tegengevallen: ik was een van de enige Nederlandstalige studenten en had moeite om het Engels met Litouwse en Taiwanese accenten te ontwarren. De docent, die haar Engels combineerde met een Brabants accent, ook, waardoor het college waarin allerhande afkortingen als voorkennis werden verondersteld, al snel ontaardde in een babylonische spraakverwarring.

Het was inmiddels het voor iedere student herkenbare moment waarop je twijfelt of de docent nog gaat komen, zo tussen 5 en 10 minuten na de gecommuniceerde aanvangstijd. Er ontstaat meer geroezemoes, er worden vragende blikken uitgewisseld, in de hoop dat een student de leiding neemt en op zoek gaat naar informatie.

Op het moment dat dit gebrek aan leiderschap nijpend begon te worden, verscheen hij in de opening. Het was geen hoogleraar zoals ik die kende uit Nijmegen, waar professoren er met zwarte of donkerblauwe pakken en gouden mouwspelden uitzagen alsof ze zich binnen een uur als advocaat in de rechtbank moesten melden. Dit was een hoogleraar zoals die in een roman van Michel Houellebecq zou voorkomen: donkere ribbroek, vaal overhemd, bruin colbertje, bleek gezicht, warrig kapsel. Het enige wat ontbrak was een Gauloises-sigaret.

Hij had mijn jongere ik – zoekend naar wetenschap temidden van werkzoekenden – snel voor zich gewonnen. Niet alleen omdat ik het idee had dat hij nadacht over bepalingen en wetten in plaats van ze simpelweg slim toe te passen, ook omdat hij zijn standpunten en ideeën met een vurigheid overbracht die ik bij geen enkele universitair docent of hoogleraar meer zou tegenkomen.

In de jaren erna probeerde ik de opinieartikelen die hij schreef en de interviews die hij gaf steevast te lezen, omdat ze me steeds nieuwe inzichten gaven. Een paar weken geleden stuitte ik bij toeval – het bijlezen was er zoals zoveel goede voornemens na het afstuderen bij in geschoten – op een interview met hem op wat je tegenwoordig een wappiekanaal zou noemen. Hij stapt in bruine broek en bruin overhemd over een Andalusische onverharde weg, temidden van coronacriticasters Maurice de Hond en Lieven Annemans.

Met de angst die sommige mensen voelen om een discussie over de coronapandemie te beginnen met een familielid, twijfelde ik lang of ik moest kijken. Pas drie dagen later durfde ik het. Ik zag in alles de oude hoogleraar terug, extreem wantrouwig ten opzichte van machthebbers, hartstochtelijk foeterend over de Vlaamse coronacheck-app. Na een tiental minuten kon ik de zinnen over privacy die hij inzette zowat aanvullen.

Het was alsof je een oude liefde terugzag. Je herkent waarvoor je viel, maar je bent zelf verder. Je ziet tegen welke aannames best wat in te brengen is, welke onzekerheden later als bouwstenen van een argumentatie worden gebruikt, welke gaten er in zijn redenering zitten. Desalniettemin bleef ik kijken toen hij zei dat hij niet gevaccineerd was, of het Westen vergeleek met China.

In de laatste scène staat hij over een Andalusisch meer te turen en vertelt hij wat hij ook die eerste donderdagochtend vertelde. Privacy is niet alleen een recht, maar het is een plicht. ‘Het weggooien van je eigen privacy is helemaal niet eerbaar, het is moreel fout.’ En even was ik weer terug in Tilburg, zonder coronacrisis.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.