Promotieonderzoek bewijst: leren schrijven van een academische tekst is een hartstikke complex proces 

Promotieonderzoek bewijst: leren schrijven van een academische tekst is een hartstikke complex proces 

Een veelgehoorde klacht onder universitaire docenten: studenten zouden niet kunnen spellen en schrijven. Janneke van der Loo is docent Academisch Nederlands bij TSHD en promoveerde onlangs op een onderzoek naar het schrijven van wetenschappelijke teksten door studenten. Haar ervaring: de meesten brengen het er redelijk vanaf, maar er zijn wel een paar hardnekkige problemen.

Waarom wilde jij onderzoek doen naar het schrijven van academische teksten?

“Tot voor kort was ik een van de weinige niet-gepromoveerde docenten op mijn afdeling Communicatie en Cognitie. Toen ik vanuit het departement de kans kreeg om een promotieonderzoek te doen, wilde ik die grijpen. Als taal- en cultuurwetenschapper ben ik enorm geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met taal en met het leren van nieuwe vaardigheden. Ik zei wel meteen: ‘Ik wil een onderzoek doen waar mijn onderwijs beter van wordt.’

“Ik werk namelijk al een aantal jaar bij TSHD als docent Academisch Nederlands, en in mijn eerstejaarscolleges leer ik studenten Communicatie- en Informatiewetenschappen hoe ze een wetenschappelijk artikel moeten schrijven. Mijn vak gaat vooral over de omgang met bronnen, en hoe je een tekst structureert. Ik startte het onderzoek dus met een heel concrete vraag: wat kan ik doen om van deze studenten betere schrijvers te maken?”

Hoe heb je dat aangepakt?

“Schrijven is een supercomplex proces. Je moet veel tegelijkertijd doen: je verhouden tot je bronnen, abstracte ideeën omzetten in taal, letters op papier zetten en beslissingen nemen over de volgorde waarin je de argumenten presenteert. En dan moet je ook nog nadenken of een bepaald woord past in de context, en of je ‘bepaald’ dan met een d of t schrijft. Al die gelijktijdige denkprocessen belasten je werkgeheugen en daardoor is het moeilijk om op hetzelfde moment ook nog iets te leren.

“Om te toetsen of studenten kunnen leren schrijven door iemand te observeren die aan het schrijven is, heb ik ze filmpjes laten zien waarin studentenacteurs schrijftaken uitvoerden. Die acteurs dachten hardop en zeiden dingen als: ‘Ik heb hier drie samenvattingen van artikelen, die ga ik eerst lezen. Aha, ik zie dat deze bron hetzelfde zegt als deze, dus die zet ik bij elkaar. Hmm, de derde zegt heel iets anders, dat is gek.’

“Het idee hierachter is dat studenten door die filmpjes zien wat voor schrijfstrategieën andere schrijvers toepassen, en hoe succesvol die zijn. Doordat de studenten op dat moment niet zelf aan het schrijven zijn, zouden ze meer cognitieve ruimte overhouden om echt te leren.”

Foto: Bart van Overbeeke Fotografie

Staken de studenten iets op van zulke filmpjes?

“Er waren grote individuele verschillen. Het is goed mogelijk dat er allerlei andere factoren zijn die bepalen hoe goed iemand schrijft, of hoe goed een bepaalde manier van leren werkt. Een korte interventie met twee of drie filmpjes blijkt niet genoeg om hen betere teksten te laten schrijven. Het blijft een complex proces en voor sommige schrijvers werken bepaalde dingen beter dan voor anderen.

“Uit mijn onderzoek neem ik mee hoe belangrijk het is om te kijken naar dat proces. Mijn tip aan collega’s die studenten begeleiden bij het schrijven van artikelen en scripties is dan ook: maak bewuste schrijvers van ze. Geef aandacht aan het schrijfproces, en niet alleen aan het product. Zorg ervoor dat studenten weten dat ze een schrijfproces hebben, en dat er knoppen zijn waaraan ze kunnen draaien. Een perfectionistische student heeft wellicht baat bij experimenteren met freewriting. Een chaoot kan eens proberen een planning te maken voor de tekst.”

In je inleiding schrijf je dat universitaire docenten vaak klagen over hoe slecht hun studenten schrijven. Is het echt zo bar en boos?

“Dat wordt inderdaad vaak gezegd, maar volgens mij klagen docenten al sinds Plato. In mijn ervaring kunnen veel studenten best een redelijk stuk tekst schrijven, maar er zijn een paar veelvoorkomende problemen. Spelling noemde ik al, samenstellingen gaan ook vaak fout. In tegenstelling tot het Engels moeten in het Nederlands de meeste woorden aan elkaar. En er worden veel congruentiefouten gemaakt, dan past de persoonsvorm niet bij het onderwerp van de zin, zoals ‘de deelnemers gebruikte’.

“Daarnaast zie ik vaak onvolledige zinnen, die beginnen met ‘omdat’ en zijn dus eigenlijk bijzinnen. Of met komma’s aan elkaar geplakte zinnen, waar eigenlijk punten moeten staan. Volgens mij weten steeds minder studenten wat een goede zin is, dat is helaas een toenemend probleem. Bij colleges Academisch Schrijven aan de universiteit willen we daar eigenlijk niet meer bij hoeven stilstaan. Liever richten we ons op wat een goede academisch tekst is. Hoe integreer je verschillende bronnen, en hoe zet je een redenering op?” 

Hoe is het jou eigenlijk vergaan tijdens het schrijven van een proefschrift, de ultieme academische tekst?

“Ik was natuurlijk enorm zelfbewust, het is behoorlijk meta om te schrijven over schrijven. Als student had ik graag mijn eigen colleges gevolgd. Ik kon wel schrijven, maar was een slechte planner en had megastress voor de deadline. Tijdens het schrijven heb ik alle tips die ik mijn studenten doorgaans aanreik toegepast. Ik heb bijvoorbeeld meer gepland en nagedacht waar ik dingen neer zou zetten. Gelukkig kreeg ik van de promotiecommissie terug dat het proefschrift goed geschreven is, het zou ook wel gênant zijn als dat niet zo was.”

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.