Thuis op de universiteit?

‘Veel mensen die naar de universiteit gaan horen er helemaal niet thuis.’ Dat zei Tweede Kamerlid Hatte van der Woude deze maand in een Kamerdebat. Nu kun je lang discussiëren over wat thuishoren op een universiteit precies betekent. Ik heb me als eerste uit mijn gezin op de universiteit ook soms niet thuis gevoeld, maar dat is niet waar Van der Woude het over had.

Niet geheel toevallig had de voorzitter van de Vereniging Hogescholen, Maurice Limmen (tevens actief CDA-lid), die ochtend in het Financieele Dagblad ongeveer hetzelfde gezegd. ‘Vijftien jaar geleden koos 20 procent van de vwo’ers voor het hbo, nu is dat nog slechts 5 procent,’ tekende de krant op.

Van der Woude van de VVD had twee argumenten voor haar stelling. ‘Ze doen lang over hun studie om vervolgens alsnog op hbo-niveau te gaan werken,’ was haar eerste. Dat klopt. Zo’n 30 procent van de studenten heeft vier jaar nadat hij of zij begon met studeren geen bachelordiploma. Dat cijfer is echter al meer dan zes jaar ongeveer hetzelfde. Daarvoor was het zogenoemde diplomarendement slechter. Het gaat daarmee dus eerder de goede kant op dan de verkeerde.

Opvallend is dat juist in de bèta- en techniekstudies relatief weinig studenten na vier jaar een diploma hebben. Ik vraag me echter af of de VVD vindt dat we juist minder studenten in die richting moeten gaan werven.

Ik ben zelf niet zo van de jijbakken, maar op haar overduidelijk zelf geschreven Wikipediapagina staat dat Van der Woude Franse taal & cultuur studeerde en vervolgens Europese studies. Na haar studie ging ze als ‘research consultant en journalist’ werken in Vietnam. Nu kun je twisten over welke vooropleiding je als research consultant nodig hebt, maar juist voor journalist is een heel duidelijke beroepsopleiding. Toch koos Van der Woude voor een universitaire studie.

Daarnaast had Van der Woude nog een tweede argument. ‘We zien dat het wetenschappelijk onderwijs ontploft terwijl het hbo krimpt,’ was haar eerste. Op zich klopt dat. Dat wordt echter niet zozeer veroorzaakt door scholieren die kiezen voor een universiteit in plaats van een hogeschool. De laatste vijf jaar is het aantal ingeschreven studenten met 65.000 toegenomen. Bijna tweederde daarvan bestaat uit de groei van het aantal internationale studenten.

Misschien heeft Van der Woude wel gelijk. Er is iets voor te zeggen dat het goed zou zijn als meer studenten een studie kiezen die bij hen past. Maar waar Van der Woude gemakkelijk overheen stapt, is wie zich aangesproken zal voelen door haar boodschap.

Dat is niet de Luzac-leerling die dankzij de diepe zakken van papaen de begeleiding door zijn dure docent met hangen en wurgen de eindstreep haalt om vervolgens in acht jaar een bachelordiploma te halen en zonder studieschuld af te studeren. Dat is ook niet de internationale student die vele duizenden euro’s betaalt om in Nederland te kunnen studeren. Het is waarschijnlijk wel de student wiens familie al aanhikt tegen het hoge collegegeld en het misschien wel heel eng vindt om op een universiteit rond te lopen waar iedereen anders is dan hij of zij gewend is.

Er is echt wel wat te zeggen voor de bewering dat er te veel studenten naar de universiteit gaan. Maar voorbijgaan aan de vraag of er anders dan vlijt en intelligentie nog meer factoren spelen in de vraag of je op de universiteit belandt, is een grote fout.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.