Waarom we activisten zo graag willen ontmaskeren
Mensen willen activisten betrappen op hypocrisie, merkt Thomas Kaufmann. ‘Dat is begrijpelijk. Als de ander niet beter is dan ik, hoef ik zelf niets te veranderen. Dan kan ik weer rustig verder met waar ik mee bezig was.’

Met enige verbazing las ik het eerste appje dat binnenkwam: ‘Eerlijk zeggen, wist jij hiervan?’ Al snel volgden er meerdere berichtjes en begreep ik dat het over de actie van Extinction Rebellion (XR) ging bij de openingsronde van het Tata Steel-schaaktoernooi in Wijk aan Zee. XR heeft daar 2.025 kilo kolen gestort voor de ingang van het gebouw (hilarisch), de deuren geblokkeerd en een banner opgehangen aan het gebouw met de tekst: ‘No Chess on a Dead Planet’.
Even wat context. Ik ben een enthousiast schaker. Ik ken veel mensen die jaarlijks met veel plezier afreizen naar dit specifieke schaaktoernooi en ik volg het evenement zelf (op afstand) met veel interesse.
Probleem is echter, naast het besef dat ik door deze ontboezeming voortaan de vrouwen (en mannen) van me af zal moeten slaan, dat ik ook een activist ben. Ik steun XR in haar strijd tegen fossiele subsidies en fossiele reclames en besef dat hier sprake is van ‘(denk)sportswashing’. Het oppoetsen van het eigen imago (Tata Steel) door dat te koppelen aan een populair en onbezoedeld evenement (schaaktoernooi).
Terug naar de appjes. Men baalde natuurlijk dat ze (nog) niet konden beginnen en mopperde wat over XR. ‘Dit werkt averechts, dit zorgt voor weerstand’ en nog meer varianten op het bekende ‘ik sta wel achter de boodschap, maar stoor me aan de manier waarop’. Wat eigenlijk gewoon betekent: ‘Ik weet wel dat er een probleem is, maar ik vind het niet fijn om daarmee geconfronteerd te worden.’
Mensen houden, u zult het niet geloven, nou eenmaal niet van vervelende situaties. En ze vinden het ook niet leuk om een (zee)spiegel voorgehouden te krijgen. Steeds vaker valt me op dat activisten ook een elitair stempel krijgen. ‘Wie zijn zij om het beter te weten?’ Het verklaart ook de enorme drang van mensen om activisten te willen betrappen op hypocrisie. Ze voelen zich aangevallen en willen bewijzen dat die andere personen niet over meer moraliteit beschikken dan zijzelf.
Dat verlangen om hypocrisie aan te tonen is begrijpelijk. Als de ander niet beter is dan ik, hoef ik zelf niets te veranderen. Dan kan ik weer rustig verder met waar ik mee bezig was. Schaken bijvoorbeeld. Of koffie drinken. Of appjes sturen over hoe vervelend die actie toch weer was.
Maar precies daar wringt het. Want activisme gaat niet over morele superioriteit. Het gaat over verantwoordelijkheid. Over het simpele besef dat je, hoe klein ook, onderdeel bent van een groter geheel. Hannah Arendt schreef dat moreel falen vaak niet voortkomt uit kwaadaardigheid, maar uit gedachteloosheid. Uit het niet willen nadenken over de gevolgen van je eigen handelen. Uit verschuilen achter systemen, evenementen of ‘dat is nu eenmaal hoe we het doen.’
Ik snap het ongemak. Ik voel het zelf ook. Ik wil graag schaken zonder kolen voor de deur. Ik wil dat mijn hobby schoon blijft. Maar dat verlangen is precies het probleem. De wereld is niet schoon en doen alsof dat wel zo is, vraagt om collectieve oogkleppen die we ons echt niet meer kunnen veroorloven.
Het protest van XR is niet subtiel. Het is onhandig, storend, confronterend en soms ronduit irritant. Maar het dwingt wel tot nadenken. Tot oordelen. Niet automatisch meelopen met het spel, maar even stoppen en jezelf afvragen: wat betekent het eigenlijk dat dit toernooi wordt gesponsord door een bedrijf dat aantoonbaar schade toebrengt aan mens en omgeving?
Dus ja, ik worstel. Met mijn liefde voor schaken aan de ene kant en mijn overtuiging dat fossiele bedrijven geen podium verdienen aan de andere kant. Met begrip voor de ergernis van anderen en de wetenschap dat ergernis soms precies het punt is.
Want uiteindelijk is de vraag niet of dit protest leuk was. De vraag is of we bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor een wereld die liever ongestoord doorspeelt, terwijl buiten de kolen zich opstapelen.
Thomas Kaufmann is alumnus van Tilburg University.
