Creativiteit is niet meer van de mens alleen

Kunstmatige intelligentie schrijft boeken en maakt muziek. Soms gaat dat verder dan het menselijk brein aankan, ziet Tom Grosfeld. ‘Computers kunnen creatiever zijn dan de mens. Au.’

Tom Grosfeld. Beeld Ton Toemen

Wat hebben we het zwaar te verduren gehad de afgelopen eeuwen. Eerst was er Copernicus die het zelfbeeld van de mens een wond toebracht door te ontdekken dat de aarde niet het middelpunt is van het heelal. Daarna liet Darwin zien dat de homo sapiens niet naar Gods beeld is geschapen en vervolgens deelde Freud de laatste klap uit: de mens is allesbehalve een rationeel wezen. 

We zijn niet zo bijzonder als we lange tijd gedacht hebben. 

De vierde wond kan weleens in aantocht zijn. Het wordt namelijk steeds moeilijker om uit te sluiten dat creativiteit enkel voorbehouden is aan de mens. Ook machines – in de vorm van AI – lijken creatief te kunnen zijn. 

Volgens Margaret Boden, een cognitief wetenschapper en filosoof die jarenlang onderzoek deed naar creativiteit, bestaat verreweg het grootste deel van onze menselijke creativiteit (zo’n 97 procent) uit verkenning. Dus: uitgaan van wat er al is en vervolgens de uiterste randen ervan onderzoeken en de grenzen van het mogelijke verleggen, terwijl we aan de regels gebonden blijven.

Dat is ook het soort creativiteit waar computers in uitblinken. Creativiteit kan voor een groot deel worden teruggebracht tot een patroon of een set regels. En die tot het uiterste toepassen, tja, daar zijn veel berekeningen voor nodig. Meer dan ons beperkte brein aankan.  

Critici van AI hebben beweren nog altijd dat AI niets nieuws kan creëren, omdat het alleen maar wordt gevoed met dat wat al bestaat (heb ik zelf ook lang geroepen). Maar ik weet niet zeker of dat waar is. Marcus du Sautoy, een wiskundige, schrijft in De code van creativiteit dat wetenschappers beginnen te begrijpen dat uit de combinatie van oude dingen écht nieuwe dingen kunnen ontstaan.

De emergente benadering (het spontaan ontstaan van nieuwe, onverwachte eigenschappen, patronen of structuren) is tegenwoordig erg in de mode. Het zou een tegengif zijn voor de reductionistische opvatting dat alles kan worden teruggebracht tot atomen en vergelijkingen. 

Du Sautoy noemt als voorbeelden van emergente verschijnselen bewustzijn en de natheid van water. Een neuron heeft geen bewustzijn; veel neuronen samen kunnen dat wel hebben. Eén molecuul H2O is niet nat: pas een hele verzameling moleculen heeft vanaf een bepaald punt de eigenschap natheid (in beide gevallen ontstaat dus iets nieuws).

Misschien, schrijft Du Sautoy met enige aarzeling, moeten we dat wat AI produceert (kunstwerken, poëzie, muziek) meer zien als emergente verschijnselen, in de zin dat het weliswaar consequenties zijn van de regels waarmee ze zijn gemaakt, maar toch meer zijn dan de som van hun delen. 

Nu zou je kunnen tegenwerpen dat voor creativiteit toch op zijn minst bewustzijn nodig is. Ja, maar wat voor bewustzijn? Boden schrijft dat voor creativiteit zelfbespiegelende evaluatie nodig is. Deze vorm van bewustzijn behelst dat je vragen moet kunnen stellen over je eigen ideeën en die ook moet kunnen beantwoorden. Dat kunnen computers. Het is niet duidelijk of die andere vorm van bewustzijn, dat introspectieve ‘iets’ dat zo moeilijk te beschrijven is maar we allemaal van onszelf kennen, ook daadwerkelijk essentieel is voor creativiteit. 

Dus staat de mens aan de vooravond van een nieuwe verwonding. Creativiteit begon als iets mysterieus, iets bovenmenselijks of goddelijks. Later werd het dan toch in ieder geval iets uitzonderlijks, iets onverklaarbaars dat niet te analyseren of te onderzoeken viel. 

En nu komen wetenschappers steeds dichter bij een verklaring. Het wordt deels gedemystificeerd. En dan laten computers ook nog zien in sommige gevallen creatiever te kunnen zijn dan de mens. Au.

Tom Grosfeld is journalist en alumnus van Tilburg University.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.