Kinderen van tien jaar hebben al schoonheidsidealen, ziet Anne-Mette Hermans
Elke maand vraagt Univers aan een wetenschapper wat hij of zij zou onderzoeken wanneer alles mogelijk is. Voldoende geld, voldoende tijd, geen restricties. Kortom: utopisch denken. Deze keer: Anne-Mette Hermans, universitair docent bij Tilburg School of Social and Behavioral Sciences (TSB).

Waar gaat uw onderzoek over?
‘Over schoonheidspraktijken, met name cosmetische ingrepen. Ik onderzoek onder andere hoe behandelaars en (toekomstige) patiënten/consumenten over schoonheidsidealen denken, waar ze vandaan komen en wat we überhaupt verstaan onder ‘schoonheid’.
‘We hebben net een onderzoek gepubliceerd waarvoor we op basisscholen aan kinderen van tien en elf hebben gevraagd om zichzelf te tekenen. Eerst hoe ze er nu uitzien en vervolgens hoe hun ideaalbeeld eruit zou zien. De jongens tekenden zichzelf – voorspelbaar – heel gespierd.
‘Bij meisjes varieerde het meer, maar de meesten hadden wel een hele waslijst naast hun tekening geschreven: lange wimpers, hoge jukbeenderen, strakke kaaklijn, curves (op bepaalde plekken). Sommigen waren al aan het lijnen om dat doel te bereiken.
‘Tegelijkertijd waren er ook meiden die zeiden: ik ben goed zoals ik ben, een ideaalbeeld bestaat niet, het is slecht dat mensen dat nastreven, er moet meer body positivity zijn.’
Die dwingende schoonheidsidealen sijpelen de basisschool al binnen.
‘Ook kinderen zitten op sociale media. Het is bijna onmogelijk om die schoonheidsidealen niet te internaliseren.
‘Voor ander onderzoek hebben we gekeken naar hoe vrouwen die complicaties ervaren tijdens bijvoorbeeld het zetten van een filler zich daarna voelen. Dat ging over gevoelens van sociale angst, het niet meer durven aangaan van intieme relaties, onzekerheid over het lichaam.
‘Wat ik niet verwachtte was dat ze aan het einde van de interviews vertelden dat ze gewoon doorgingen met zulke cosmetische behandelingen. Sommigen hadden al nieuwe afspraken staan! Volgens mij laat dat treffend zien hoe sterk dat schoonheidsregime is.’
Wat ziet u gebeuren in de samenleving?
‘Onder jongeren bestaat een genormaliseerd beeld van cosmetische ingrepen. Je doet het gewoon even tussendoor. In meer extremere gevallen heb ik weleens meiden gesproken die een wishlist hadden voor hun achttiende verjaardag en toen meteen aan de slag zijn gegaan met injecties en fillers.
‘Ik ben benieuwd naar het moment waarop deze jongeren straks, zo rond hun dertigste, hun eerste rimpels krijgen. Daar zullen ze niet blij mee zijn. Hoe gaat de cosmetische industrie zich dan ontwikkelen? Het aantal behandelingen zal in ieder geval omhoogschieten.’
Wat zou u willen onderzoeken wanneer alles mogelijk was?
‘In een totale utopie zou ik mensen volgen van hun pre-adolescentie tot hun laatste levensjaren. En dan kijken hoe hun lichaamsbeeld door de jaren heen is veranderd. Meer specifiek: of, hoe en wanneer ze met cosmetische ingrepen in contact komen, welke ze wel of niet ondergaan, hoe intensief ze met hun uiterlijk bezig zijn. Een heel longitudinale studie, bij een zo divers mogelijke groep, dat zou ik fantastisch vinden.
‘Maar dat is duur, natuurlijk. En binnen de wetenschap draait het toch ook altijd nog om snel resultaat. Dat kun je misschien omzeilen door om de paar jaar een meetmoment in te plannen.’
U ziet het voor zich?
‘Nou ja, je kunt mensen in principe blijven volgen. Dus dan gaat het puur om funding.’
En verder?
‘Ik zou meer met creatieve methodes willen doen. We laten mensen zichzelf nu al tekenen, maar wat als ze zichzelf zouden fotograferen wanneer ze zich mooi of juist minder mooi voelen? Of vlak na een cosmetische ingreep? Dan kun je aan de hand van die foto’s met ze in gesprek gaan.’
Wat zou dat opleveren?
‘Dan zouden we een preciezer beeld krijgen van wat hun idee van schoonheid is. Wat het voor hen betekent en hoe zich dat vertaalt naar hun zelfbeeld, naar hun zelfvertrouwen, enzovoorts. En überhaupt: reflecteren op je eigen foto’s en dat uitleggen aan iemand anders leidt ertoe dat je kritischer gaat kijken naar het begrip schoonheid en wat dat betekent. In die zin zou het ook een interventie zijn.
‘Er bestaan apps waarbij je een foto van jezelf moet uploaden en feedback krijgt over hoe je je uiterlijk kunt optimaliseren. Je kunt chirurgische en cosmetische behandelingen toevoegen en zien hoe dat eruit zou zien. Het wordt heel moeilijk om zoiets door de ethische commissie te krijgen, maar stel je zou die mensen kunnen vragen wat het met ze doet als ze zulke feedback krijgen? En zicht hebt op of ze ook daadwerkelijk actie ondernemen?
‘Op die manier zou je heel mooi kwalitatief onderzoek kunnen verrichten. Niet per se deductief, maar meer open: wat hebben deze mensen te vertellen? Wat gebeurt er met hun zelfbeeld en zelfvertrouwen?’
U klinkt alsof u de maatschappij wilt veranderen.
‘Ik vind het belangrijk dat mijn onderzoek wordt vertaald naar de maatschappij. Momenteel loopt er op basis van mijn onderzoek een overheidscampagne om jonge mensen aan te sporen om in ieder geval goed onderzoekte doen voordat ze injectables nemen. Ook geef ik veel praatjes en ben ik betrokken bij een theaterproject dat op middelbare scholen met jongeren het gesprek over schoonheidsidealen aangaat.’
