We betoveren de wereld met bewustzijn dat ze waarschijnlijk niet bezit
De mens heeft de neiging om levenloze objecten bewustzijn toe te kennen. Maar er valt niet te bewijzen of een steen bewustzijn heeft. Tom Grosfeld vraagt zich af: wie zegt dat een steen niet kan communiceren en wat weten we eigenlijk over bewustzijn?

Het begon met dat verhaal van Annie Dillard, Teaching a Stone to Talk, dat ik laatst voor het eerst las. Het gaat over een dertiger die samenwoont met een steen en die steen probeert te leren praten. Op het eiland waar Dillard en de man wonen, heeft iedereen bewondering voor hoe de man de steen meerdere keren per dag onderwijst. Het is nobel werk, schrijft Dillard, nobeler dan bijvoorbeeld schoenen verkopen.
De natuur is stil. Praat niet tegen ons. Maar de man doet toch zijn best om iets te horen.
Daarna dacht ik: wie zegt dat die steen niet kan communiceren? Niet beschikt over een ziel? Wat weten wij eigenlijk van het bewustzijn?
Het succes van de moderniteit is het opzijzetten van de menselijke geest geweest, want de geest, of de ziel, was niet te vangen, niet objectief te bestuderen, ongrijpbaar. Deze methodologische ontkenning leidde uiteindelijk, schrijft Meghan O’Gieblyn in God, Human, Animal, Machine, tot metafysische ontkenning, tot de conclusie dat bewustzijn niet bestaat omdat het niet wetenschappelijk bestudeerd kan worden.
Het moeilijke – of leuke – van bewustzijn is dat het alleen van binnenuit kan worden waargenomen. Met betrekking tot bijvoorbeeld AI (of een steen) valt nooit te bewijzen dat zo’n systeem een bewustzijn heeft, of dat het géén bewustzijn heeft. We weten het niet. Net zoals ik nooit zeker kan weten of andere mensen beschikken over een bewustzijn. Misschien ben ik wel de enige en doet de rest alsof.
De mens heeft de neiging om levenloze objecten bewustzijn toe te kennen, te antropomorfiseren. Antropoloog Stewart Guthrie betoogt in Faces in the Clouds dat deze neiging een evolutionaire strategie is. Als je door het bos loopt en een glimp opvangt van een donkere massa, levert raden dat het een beer is een betere overlevingskans op dan raden dat het een rotsblok is. Het is nog veiliger om aan te nemen dat het een ander persoon is. Mensen zijn gevaarlijker dan beren.
Ons antropomorfisme wordt beloond, kortom. Dus betoveren we de wereld voortdurend, obsessief, met leven dat ze (waarschijnlijk) niet bezit.
Maar nogmaals: waarom niet, eigenlijk? Kunstenaar en schrijver James Bridle schrijft in Manieren van zijn over de meer-dan-menselijke wereld. Hij ziet overal intelligentie in. En heeft een punt: dieren, bomen en planten blijken slimmer dan we altijd dachten. Alleen ze bezitten een ander soort intelligentie, een ander soort bewustzijn.
We herkennen dat slecht, want ja, een plant heeft geen oren en ogen. Maar toch kan het communiceren met anderen planten. Of neem de octopus, wiens brein niet in het hoofd zit, maar gedecentraliseerd is; het zit op verschillende plaatsen in het lichaam.
Ik wil maar zeggen: er komt een dag waarop we – en misschien is het achter-achterkleinkind van die dertiger op het eiland de eerste – de steen zullen begrijpen.
Tom Grosfeld is journalist en alumnus van Tilburg University.