Waarom niemand mijn dubbeldrank aanraakt
Columnist Thomas Kaufmann neemt dubbeldrank mee naar een borrel. Tussen de flessen rode wijn staat het pak er een beetje verloren bij. Net als hij.

Er zijn mensen die op een borrel altijd een fles wijn meenemen. Rode wijn, meestal. Wie wijn meebrengt laat zien de sociale mores onder de knie te hebben.
Ik neem dubbeldrank mee.
Niet omdat ik een stiekem, sadomasochistisch verlangen koester naar sociaal ballingschap, niet eens omdat ik de wereld kennis wil laten maken met de verrassende smaaksensaties banaan-kers en mango-passievrucht. Maar gewoon omdat het past binnen de ietwat vreemde relatie die ik onderhoud met de gastheer.
De verwarring bij de andere gasten is welkome bijvangst.
Ik ga bij een groepje onbekenden staan. Een tijdje staan we in stilte. Alsof iemand ons daar heeft neergezet en vervolgens is vergeten om ons weer op te halen. Iemand vraagt wie de dubbeldrank heeft meegenomen. Ik steek mijn hand op.
‘Ah,’ zegt hij, alsof hem iets duidelijk is geworden.
Later op de avond zie ik dat niemand de dubbeldrank heeft aangeraakt. De wijn is bijna op, maar het pak dubbeldrank staat er nog, onaangeroerd, als een stille getuige van mijn sociale mislukking.
In dit soort momenten worden onze sociale verhoudingen het scherpst afgetekend. In de kleine verschuivingen van aandacht, in wat wordt aangeraakt en wat wordt vermeden. Ze worden symbolen, tekens in een taal die we nooit bewust hebben geleerd maar toch vloeiend spreken. Ik voelde hoe mijn eigen aanwezigheid zich vertaalde in dat ene pak dat niemand wilde openen.
Ik denk aan Bourdieu, die zou zeggen dat dit geen toeval is. Dat zelfs een pak dubbeldrank een signaal is, een duider van iemands positie. Dat sociaal kapitaal zich ophoopt in de kleinste gebaren: de juiste fles, de juiste taal, de juiste kleding. Dat wie de verkeerde drank meeneemt, niet alleen een fout maakt, maar zijn klasse onthult.
Aan het einde van de avond pakt de partner van de gastheer het pak op. ‘Wil je het anders mee terugnemen?’
Ze houdt de dubbeldrank vast alsof het een biologisch risico vormt. Ik zeg dat het niet hoeft. Dat ze het mogen houden. Dat het misschien nog van pas komt, al is het maar voor in het noodpakket. Ze knikt, maar je ziet dat ze hoopt dat ik het alsnog meeneem. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor dubbeldrank. Zelfs de supermarkt niet, daarom staat het altijd ergens verstopt in het schap, naast de houdbare melk.
Uiteindelijk is het niet de dubbeldrank die mij verraadt, maar de hoop dat iemand hem toch nog inschenkt. Macht en sociaal kapitaal beginnen waar die hoop ophoudt. Wie wijn meebrengt weet dat al.
Thomas Kaufmann is alumnus van Tilburg University.
