Mijn boekenkast laat zien wie ik ben

Lezen van papier is iets anders dan lezen van een scherm. Dat verschil moeten we koesteren, schrijft Tom Grosfeld. ‘We begrijpen een verhaal beter wanneer we de tekst kunnen vasthouden.’

Tom Grosfeld. Beeld Ton Toemen

We hebben eindelijk een nieuwe boekenkast gekocht. Ik zal er niet omheen draaien: hier keek ik al jaren naar uit. De oude boekenkast was te klein. Ik moest boeken achter boeken plaatsen, op de tweede rij, dus, boeken in hoge stapels boven op de kast zetten en, erger, boeken opbergen in boodschappentassen. Het stemde me verdrietig. 

En toen was daar ineens de nieuwe, grotere kast. Ik ben een hele dag bezig geweest met mijn boeken weer uit de verhuisdozen halen en ze een logische, nieuwe plek geven. Ik kan dit iedereen aanraden. Het is het leukste wat ik in tijden heb gedaan. 

Natuurlijk moest ik denken aan het essay Ik pak mijn bibliotheek uit van de Duitse filosoof Walter Benjamin, waarin hij schreef over zijn collectie boeken die meestal stonden ingepakt in kratten omdat hij zelden beschikte over een vaste verblijfplaats, onder meer omdat hij op de vlucht was voor de nazi’s.

Hij hield van het proces van uitpakken, ordenen en in de kast plaatsen en omschreef levendig hoe hij als verzamelaar de boeken met zijn handen aanraakte, ze streelde en aandachtig bekeek, hoe het proces van de boeken op de juiste plaats in de kast zetten, orde schepte in een chaotische wereld. 

Ik voel dat ook. En tegelijkertijd denk ik: wat zou het zonde zijn als deze praktijk langzaam zou verdwijnen. Überhaupt het lezen van fysieke boeken, wat fundamenteel anders is dan lezen van een scherm. Je onderdompelen in een verhaal via een scherm is moeilijk, want de wereld achter het scherm, met al zijn verleidingen, is continu aanwezig om je aandacht af te leiden. Je bent dus minder betrokken bij wat je leest. Je raakt sneller afgeleid, leest minder precies, oppervlakkiger, slordiger. 

Bovendien: we begrijpen een verhaal beter wanneer we de tekst kunnen vasthouden, het materiaal kunnen voelen. Paul Kirschner, emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit, schreef daarover in een blog eens dat we als lezer met een fysiek boek in de hand in staat zijn om een soort mentale kaart te maken van de betreffende tekst die helpt bij het verwerken ervan. We zien en voelen hoe dik het boek is, waar de tekst begint, eindigt en waar wij precies zijn, we kunnen erdoorheen bladeren, enzovoorts. 

Ik heb een stuk of twintig e-boeken. Maar het voelt niet alsof ze echt in mijn bezit zijn, alsof ik erover beschik. Ik heb er geen relatie mee. Ze ontsnappen aan mijn zicht, ik heb er niet in gebladerd, geen dingen in onderstreept, ze niet vastgehouden. Ik vergeet ze gewoon. En ik vind het een buitengewoon onprettig idee dat ze niet in mijn boekenkast kunnen staan, bij de rest van het stel. Want die boekenkast – en dit is misschien wat theatraal, maar ik schrijf het toch – representeert wie ik ben (als lezer).

We leven in de boeken die we in de kast hebben staan. Ze staan symbool voor wat we gelezen hebben en nog willen lezen. En dan zijn er nog alle herinneringen die de boeken in ons oproepen wanneer we voor onze kast staan, de gesprekken die ze kunnen losmaken. Dat moeten we koesteren. 

Tom Grosfeld is journalist en alumnus van Tilburg University.

Advertentie.

 

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.