Wilko Elsinga, tambour-maître van de universiteit, geeft het stokje over

Wilko Elsinga, tambour-maître van de universiteit, geeft het stokje over

Hora est voor Wilko Elsinga. Zijn tijd als pedel zit erop, hij is met pensioen. Twintig jaar lang liep hij met een staf voorop in de pinguïnparade van professoren in toga bij academische plechtigheden en promoties. Een gestolen staf, omvallende paranimfen, een gestorven promovendus: hij maakte in die jaren heel wat mee.

“De pedel is eigenlijk het visitekaartje van de universiteit”, vindt Elsinga. Bij officiële gelegenheden, oraties en promoties, alles waarvoor rector en professoren zich in toga hullen, loopt hij of zij voorop als TomTom van het cortège. De pedel (spreek uit puh-del) is ook de tijdwaarnemer die aan het eind van een promotie brutaalweg ‘hora est’ (Latijn voor ‘het is tijd’) brult, om aan te geven dat het afgelopen is.In de jaren Elsinga is dat zo ongeveer 1650 keer gebeurd, schat hij in. Dat betekent dat hij meer dan de helft van alle promoties bij de universiteit ooit begeleid heeft. In de ruim 92 jaar dat de universiteit bestaat, waren er in totaal 2850.

Binnen een minuut je toga aantrekken

En is hij in al die keren ooit te laat geweest? “Nooit! Ik ben nooit te laat geweest met mijn hora est. Al gebeurde het één keertje wel bijna”, erkent hij. “Ik was heel erg verdiept in een mail en de jongen van Vidar die de balie bij de aula bemande, kwam vragen of ik niet te laat was. Het was toen één minuut voor. Mijn toga aantrekken en van mijn kantoor naar de aula lopen, bleek binnen een minuut te kunnen.”

Wilko Elsinga, jeugdfotoPedel worden is meestal niet iets waar je als kind al van droomt. Al kwam de kleine Wilko daar toch wel enigszins bij in de buurt, vertelt hij. “Er is een kinderfoto van mij toen ik een jaar of vier was. Daarop lopen mijn opa en mijn oma en mijn moeder door de Drunense Duinen. Ik loop voorop met een stok in de lucht. Als een tambour-maître, dat vond ik vroeger heel mooi.”

Geen werk voor onderwijzers

Voordat Elsinga in 2000 pedel werd, had hij er al flink wat jaren en functies op de universiteit opzitten. “Ik wilde eigenlijk onderwijzer worden, maar toen ik klaar was met de opleiding was daar geen werk in. Gelukkig kon ik in 1976 hier op de universiteit aan de slag bij het Onderwijs Research Centrum. Twee jaar lang in allerlei tijdelijke baantjes. Toen dat ophield kwam ik terecht bij een commercieel bedrijf, een marktonderzoekbureau. Na drie jaar had ik het wel gezien. Dat lag mij niet zo.” Elsinga kon in 1983 weer terugkomen bij de universiteit en heeft daarna niet meer omgezien.

Wat is uw probleem?

“De universiteit heb ik altijd een fijne plek om te werken gevonden. Je hebt steeds te maken met jonge mensen, er is een behoorlijk intellectueel niveau en het is altijd op de toekomst gericht. Daar wilde ik wel mijn steentje aan bijdragen.” Maar ondanks alle lof heeft Elsinga ook wel een paar kritische noten te kraken. De universiteit is wat hem betreft te veel organisatiegericht en te weinig klantgericht.

“Ondersteuning binnen de universiteit is te veel gericht op regels en formulieren. Bij klantgericht werken vraag je: wat is uw probleem en hoe kunnen we dat het beste tackelen? Als pedel heb ik dat ook proberen te doen bij promoties. Om daar een mooie show van te maken. Het is toch een ceremonie waarmee je een periode van vier, vijf jaar feestelijk afsluit.”

De verbouwing van de portettenzaal was niet nodig

Een voorbeeld van een gebrek aan klantgerichtheid én een grote ergernis noemt Elsinga de verbouwing van de Portrettenzaal. “In de aula zit de promotiecommissie vaak tegen een grotendeels lege zaal aan te kijken. Daarom is de Portrettenzaal verbouwd voor heel veel geld, anderhalve ton. Met het argument dat er ook masterclasses en colleges gegeven zouden worden. Maar er is nog nooit college gegeven, die zaal is daar niet geschikt voor. En als je aan promovendi vraagt waar ze willen promoveren, kiezen de meesten toch voor de aula, vanwege de uitstraling, de grandeur. De verbouwing is er gekomen voor de organisatie, niet vanwege de behoeftes van de promovendi.”

Een minpunt van de nieuwe zaal voor kleine promoties is volgens de pedel de dubbele deuren. “Als je de deur opent om ‘hora est’ te roepen, kukel je zo een paranimf omver, als je niet oplet.” Nu waren omvallende paranimfen (de secondanten van een promovendus) sowieso al een puntje van zorg. Omdat ze lange tijd stil moeten staan, gebeurt het wel eens dat er eentje plotseling flauwvalt tijdens een promotie. Het ‘Royal Guards-effect’, noemt Elsinga dat.

Vasthouden aan traditie, decorum en waardigheid

Niettemin is het voor de pensionerende pedel nooit een optie geweest om de paranimfen dan maar te laten zitten, zoals op andere universiteiten gebeurt. Dat ziet er gewoon minder goed uit. “Het is een kwestie van traditie, decorum en waardigheid. Daar moet je aan vasthouden. We hebben ook een goede naam op dat gebied. Commissieleden van buiten deze universiteit roemen Tilburg juist vanwege het vasthouden aan de traditie bij promoties.”

‘Postume promotie zal me altijd bijblijven’

In twintig jaar haantje de voorste zijn bij bijzondere gelegenheden maak je heel wat mee. “Heel bijzonder waren de eredoctoraten van Kofi Annan en Al Gore. Dat was allemaal heel spannend, maar behalve dat ik ze een hand gegeven heb en met ze op de foto sta, heb ik er geen bijzondere herinneringen aan. Het meest memorabele moment was eigenlijk twee weken geleden. Een postume promotie, die was heel mooi en emotioneel. Die zal me altijd bijblijven.” Dat was de promotie van onderzoeker Lany Slobbe, die vlak na de definitieve goedkeuring van zijn proefschrift geheel onverwacht overleed.

Dieptepunten waren er ook. Elsinga noemt: die ‘ergeniswekkende portrettenzaal’, de affaire Stapel en, op het slechts mogelijke moment, de diefstal van de pedellenstaf. In de chaos van de verbouwing van het Cobbenhagengebouw was die ineens verdwenen. Gestolen, zo bleek. “Ik dacht eerst nog: het is een studentengrap. Maar het was geen grap.” Met een oud stuk vlaggenmast deed de pedel toen zijn werk. Maar met een bezoek van toenmalig koningin Beatrix twee maanden later, moest er in allerijl een replica gemaakt worden. Later werd de gestolen staf alsnog teruggevonden, toen die werd aangeboden bij een veilinghuis.

De enige tranen zijn vreugdetranen

En nu, na bijna twintig jaar, is het pedelschap voorbij. “Ik heb het altijd met veel plezier gedaan, bij promoties is het altijd feest. De enige tranen die je bij de pedel ziet, zijn vreugdetranen.” Toch staat hij met evenveel plezier nu de pedellenstaf aan zijn opvolgsters, Renata van Leeuwaarde en Astrid van Hemert. “Mijn vrouw is al gestopt met werken en toen ik zag hoe zij haar dagen vult, dacht ik: ‘dat wil ik’. Deze maand word ik 65, dus dat is ook een mooi moment om te stoppen.”

Geen verplichtingen, veel genieten van de vrije tijd, dat is wat Elsinga van plan is. “Het feit dat je kunt doen wat je wil, lijkt me lekker. Voorlopig ga ik dan ook geen vrijwilligerswerk doen.” Een vakantie van zes weken Nieuw-Zeeland zit al in de planning en na een kennismaking blijkt ook golf, de ultieme pensionadosport, enorm te bevallen. Zeker ook heeft Elsinga nu alle tijd voor zijn liefhebberij fietsen. Een weekje bij de Mont Ventoux is al geboekt, bekent hij. Die berg heeft hij al tien keer met de fiets beklommen, maar daarvan heeft hij voorlopig nog niet genoeg. Hij draagt niet voor niets met enige trots de titel: Malloot van de Ventoux.

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.