Minder suïcides in Noord-Brabant dankzij nieuwe aanpak: ‘Het zijn hoopgevende cijfers, maar we zijn er nog niet’

Minder suïcides in Noord-Brabant dankzij nieuwe aanpak: ‘Het zijn hoopgevende cijfers, maar we zijn er nog niet’

Het aantal zelfdodingen in Noord-Brabant is al lange tijd erg hoog. Terwijl het landelijk gemiddelde, na jaren van stijging, eindelijk wat stagneerde, steeg het in Noord-Brabant gewoon door. Sinds de start van een andere aanpak lijkt er ook in deze provincie eindelijk een ommekeer te zijn. Onderzoeker Emma Hofstra stond aan de wieg van deze nieuwe benadering. Univers sprak met haar.

Afbeelding: pixabay

Noord-Brabanders met suïcidale gedachtes in beeld krijgen én houden, dat was de missie van Emma Hofstra toen ze vier jaar geleden begon met haar promotieonderzoek aan Tilburg University. Belangrijkste doel? Het stijgende aantal zelfdodingen een halt toeroepen.

Samen met een begeleidings- en projectgroep van GGZ Breburg ontwikkelde ze een vangnet voor mensen – van alle leeftijden – die te maken hebben met ernstige suïcidale klachten. Een monitorsysteem, ook wel SUPREMOCOL genoemd: Suïcidepreventie door Monitoring en Collaborative Care.

Hierin kan een persoon die worstelt met suïcidaliteit aangemeld worden, mits die dat zelf wil. De aanmelder kan een arts of maatschappelijk werker zijn, maar ook deurwaarder, studentenpsycholoog of een medewerker van de NS. Na aanmelding checkt een contactpersoon regelmatig hoe het gaat en of er hulp nodig is.

We spraken elkaar begin 2019, toen was je erg bezorgd over het hoge aantal suïcides in Noord-Brabant. De provincie zat al jarenlang systematisch boven het landelijk gemiddelde. In Nederland waren er gemiddeld vijf suïcides per dag, waarvan één in Noord-Brabant. Hoe staat het er nu voor?

“Nu ben ik hoopvoller, gelukkig is dat aantal niet meer aan het stijgen. In 2018 zijn we begonnen met de uitrol van ons programma (SUPREMOCOL red.) en in dat jaar zagen we ook voor het eerst een echte daling in de Brabantse suïcidecijfers.

“Je ziet wel vaker dat de aantallen een beetje op en neer gaan. In 2018 zagen we echter voor het eerst een daling die zo groot was, dat je het een significante daling kunt noemen. 17,3 procent om precies te zijn. Dat was heel mooi om te zien. In 2019 was er bovendien geen stijging ten opzichte van het jaar ervoor.

“In 2020 zijn de cijfers heel licht gestegen; van 11.9 naar 12.2 suïcides per 100.000 inwoners. Toch kun je zeggen dat het in Noord-Brabant nu gestabiliseerd is, net als in Nederland.”

Optimistische cijfers dus?

“Ja het is hoopgevend, maar tegelijkertijd is elke suïcide er een teveel. In 2007 was het aantal mensen dat overleed door suïcide veel lager dan in 2021. Nu lijkt er een plafond bereikt en is er een eerste daling zichtbaar. Er moet echter nog flink wat gebeuren om het meer te laten dalen. We zijn er nog niet.”

Is de daling te danken aan het monitorsysteem, dat jij hebt helpen opzetten en invoeren?

“Het is moeilijk om te zeggen waardoor het uiteindelijk komt. We kunnen statistisch gezien constateren dat het aantal zelfdodingen significant is gedaald, of dat komt door ons programma kunnen we niet vaststellen. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

“We zijn begonnen met dit volgsysteem, maar daarnaast zijn er ook bijeenkomsten georganiseerd over suïcidepreventie. Veel ketenpartners (zoals huis- en bedrijfsartsen, psychologen, politie en woningconsulenten) hebben we doorverwezen naar 113-zelfmoordpreventie, waar gatekeepers-trainingen worden gegeven. Er is sinds een aantal jaar veel meer aandacht voor dit thema in Noord-Brabant. Ik denk dat al die dingen samen elkaar positief hebben beïnvloed.”

Wat zijn de ervaringen van de mensen die zijn aangemeld bij het monitorsysteem en degene die ermee weken?

“We hebben onder andere gekeken of het beter gaat met de aangemelde personen. Die zijn een jaar lang gevolgd en gemiddeld gezien gaat het inderdaad een stuk beter met hen. Zo was er een deelnemer die dreigde af te haken, dankzij het terugkerende telefonische contact kwam er weer de juiste hulp. Een ander gaf aan het prettig te vinden om gedachtes te delen met iemand die verder overal buiten staat.

“Ook de betrokken zorgprofessionals, ketenpartners en ervaringsdeskundigen zijn over het algemeen positief. Ze zien dat er behoefte aan is en vinden het een meerwaarde naast wat er al is.”

In je proefschrift schrijf je dat suïcide een gebeurtenis is die in veel gevallen voorkomen had kunnen worden, kun je dat toelichten?

“Van de mensen die in Nederland overlijden aan suïcide, is maar liefst 60 procent niet in beeld van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Zij krijgen dus geen behandeling op dat moment, terwijl er vaak wel sprake is van een psychische stoornis. Die mensen hadden mogelijk baat gehad bij passende hulp. Als ze die hadden gekregen was hun suïcide misschien voorkomen.

Emma Hofstra

“Passende hulp hoeft overigens niet per se GGZ te zijn. 40 procent was immers wel in behandeling, dus mensen alleen naar de geestelijke gezondheidszorg leiden is niet voldoende. Binnen de al bestaande behandelingen moet er meer aandacht komen voor suïcidaliteit. Ook moeten we nieuwe behandelingen ontwikkelen die meer gericht zijn op het voorkomen van suïcidaliteit.

“Verder kan iemand suïcidaal zijn, maar geen psychiatrische problemen hebben. Bijvoorbeeld door hele heftige schuldenproblematiek, zo iemand is beter af bij schuldhulpverlening. Passende hulp kan ook hulp zijn die wij op dit moment nog niet kunnen bieden in Nederland.”

Je schrijft ook: hulp zoeken is nooit te laat, het proces van suïcidaliteit is in elk stadium nog omkeerbaar.

“Wanneer je uitzichtloosheid ervaart zie je soms geen uitweg meer. Je kunt niet meer uitzoomen en het hele plaatje zien. Dat leidt tot tunnelvisie. Het is een veelvoorkomend kenmerk van suïcidale gedachtes. Het is belangrijk om te weten dat je er toch weer anders over kunt gaan nadenken, dat gebeurt heel vaak.”

“Ik heb met mensen gesproken die een suïcidepoging overleefd hebben. Die zijn ontzettend blij dat ze nog leven. Niet altijd direct op het moment dat ze erachter komen dat ze het overleefd hebben. Maar later wel, omdat ze dan ervaren dat hun leven er zo anders uitziet. Dus zelfs als je pas met hulp in aanraking komt na een poging, is het niet te laat.”

Hoe kunnen we als samenleving het toch nog hoge aantal suïcides verder verlagen? 

“Allereerst zou ik zeggen, maak het bespreekbaar, haal het taboe eraf. Dan is de kans groter dat iemand openheid van zaken geeft. Als een naaste zegt: ‘de wereld is beter af zonder mij’, of ‘ik zie geen uitweg meer’, ga dan het gesprek aan. Zo iemand loopt mogelijk rond met suïcidale gedachtes. Mensen vinden het vaak spannend om dat te vragen, maar dat hoeft niet. Je brengt iemand niet op ideeën, je kunt dat gewoon bespreekbaar maken. Op de website van 113-zelfmoordpreventie vind je nuttige adviezen.

“Een ander belangrijk punt is het aanpakken van de wachtlijsten binnen de GGZ. Als iemand hulp zoekt moet die hulp direct beschikbaar zijn, zeker als het gaat om suïcidaliteit. Je mag iemand dan niet in de wachtrij zetten, maar dat is wel wat er nu vaak gebeurt. Alle GGZ-instellingen werken hier hard aan, helaas is dat niet genoeg. De overheid zou dit probleem serieuzer moeten aanpakken.

“Familie en naasten er meer bij betrekken is ook een hele belangrijke, misschien wel het allerbelangrijkst. Zij kennen een persoon door en door en kunnen goed zien hoe het gaat. Bovendien blijven ze ook na een behandeling betrokken en kunnen daardoor een grote rol spelen om terugval te voorkomen.”

 “Suïcidepreventie doe je samen, is de belangrijkste conclusie van mijn onderzoek. Het is ingewikkelde problematiek, er spelen zoveel factoren mee. Toch kan iedere burger daar iets in betekenen. Hele directe dingen zoals een gesprek aangaan met iemand, maar ook indirect door niet bij te dragen aan stigma en taboe, door naastenliefde en respect voor anderen. Kortom: door er te zijn voor elkaar.”

Over het proefschrift

  • Titel: It takes a community to prevent suicide: The development, roll-out, and scientific evaluation of a regional systems intervention for suicide prevention (SUPREMOCOL)
  • Promovenda: Emma Hofstra
  • Promotor: Christina van der Feltz-Cornelis en Chijs van Nieuwenhuizen
  • Co-promotor: Iman Elfeddali
  • Financiering: Het onderzoek is gefinancierd door ZonMw en ondersteund door Tilburg University, University of York, GGz Breburg, GGzE, GGz Oost-Brabant, Reinier van Arkel, GGz WNB en ketenpartners.

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 113 (24/7 bereikbaar), 0800-0113 (24/7 bereikbaar) en 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl

Advertentie

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.