Straatintimidatie: een probleem van de samenleving

Naroepen, sissen, achtervolgd worden: veel vrouwen voelen zich onveilig op straat. Straatintimidatie komt vaak voor, maar krijgt niet altijd de aandacht die het verdient. Om daar verandering in te brengen is het deze week de ‘internationale week tegen straatintimidatie’. Univers sprak erover met universitair docent sociale psychologie Ivana Vranjes en universitair docent klinische psychologie Gaëtan Mertens.

Beeld: Oleg Spiridonov/Shutterstock

Wat is straatintimidatie?

Volgens het CBS werden in 2020 twee op de drie vrouwen en meisjes lastiggevallen op straat. Maar het blijft moeilijk om een precieze definitie van straatintimidatie te geven. De meeste wetenschappelijke onderzoeken omschrijven het als ‘ongewilde seksuele aandacht van vreemden in de publieke ruimte’. Naast verbale intimidatie – “Hoi lekker ding”, “Wil je me neuken?”, “Homo!” – kan het ook om non-verbale gedragingen gaan. Hierbij moet je denken aan stalken, het maken van gebaren en geluiden of ongewenst openbaar vertoon van geslachtsdelen en openlijke masturbatie. 

Er zijn ook wetenschappers die een stapje verder gaan en ook handelingen zoals fysiek geweld, aanranding en verkrachting als straatintimidatie aanduiden. Een vaste begripsomschrijving van straatintimidatie is bovendien moeilijk, doordat een intimiderende ervaring persoonlijk en contextafhankelijk is. Hierdoor kunnen mensen een soortgelijke situatie verschillend ervaren. De ene vrouw vindt het aanstootgevend wanneer iemand haar nafluit, terwijl een andere vrouw hier minder last van heeft.  

Maar dat iets niet als intimiderend wordt ervaren, betekent niet dat er geen sprake is van seksueel geweld of intimidatie, zegt Ivana Vranjes, universitair docent bij het departement van sociale psychologie aan Tilburg University: “Omdat er weinig aandacht is voor straatintimidatie, hebben veel vrouwen zichzelf onbewust aangeleerd het probleem te minimaliseren en er passief mee om te gaan. Toch kan het een impact hebben op hoe vrouwen zich voelen en gedragen in openbare ruimtes.”

Veel vormen van straatintimidatie kunnen bovendien dubbelzinnig zijn en lijken hierdoor in eerste instantie niet ongepast. Een vorm van ‘schijn-vriendelijkheid’, legt Vranjes uit: “Wanneer iemand je op straat aanspreekt en vraagt waar je naartoe gaat, lijkt het in eerste instantie heel onschuldig. Maar er bestaan onuitgesproken normen. Een van die normen is dat je op straat niet ‘zomaar’ aan vreemden vraagt waar zij naartoe gaan. Je komt hiermee namelijk in iemands persoonlijke ruimte. Deze vraag kan op het eerste gezicht onschuldig lijken, maar in tweede instantie toch een gevoel van onveiligheid creëren.”

Sociaal probleem

Volgens sociologen zijn problemen zoals straatintimidatie pas ‘sociale problemen’ wanneer een groot deel van de bevolking zich hiertegen uitspreekt. De aandacht voor straatintimidatie is de afgelopen jaren significant gestegen. Ook in Tilburg zijn er steeds meer initiatieven die zich richten op de aanwezigheid en het tegengaan van straatintimidatie. De gemeente Tilburg heeft bijvoorbeeld een meldpunt-straatintimidatie geopend. Ook zijn er burgerinitiatieven zoals Reclaim NL van de Tilburgse Noëlle Zarges, waarin zij vrouwen oproept om de straat ‘terug te eisen’. 

Maar ondanks de groeiende aandacht blijft straatintimidatie een ondergeschoven kindje in het debat over grensoverschrijdend gedrag. Zorgen over seksuele intimidatie op de werkvloer en huiselijk geweld overschaduwen dit probleem. Een verontrustende constatering, zegt ook Vranjes: “Straatintimidatie dreigt van de prioriteitenlijst af te vallen omdat het gezien wordt als iets onschuldigs. Mensen begrijpen vaak niet welke schadelijke effecten het kan hebben voor een slachtoffer en dat dit – samen met huiselijk geweld en seksuele intimidatie – deel uitmaakt van een groter maatschappelijk probleem.”

Beeld: Noëlle Zarges

Wetenschappelijk onderzoek uit 2015 van Hastings College wijst namelijk uit dat straatintimidatie onderdeel is van een overheersende cultuur die waarde hecht aan mannelijk machtsvertoon en het onderdrukken van vrouwen en andere groepen die als minderwaardig worden gezien. Aanranding van vrouwen en kinderen, ondergeschiktheid van vrouwen in de politiek en de samenleving, homofobie, kansenongelijkheid, raciale profilering en de loonkloof zijn slechts enkele voorbeelden van sociale problemen die ook onderdeel zijn van deze cultuur. Al deze problemen zijn nauw met elkaar verwant en lopen hierdoor geruisloos in elkaar over. 

Gevolgen voor slachtoffers

Ook de negatieve consequenties voor slachtoffers van straatintimidatie zijn wetenschappelijk vastgelegd. Onderzoek laat zien dat slachtoffers last hebben van psychologische en emotionele gevolgen zoals angst, wantrouwen, depressie, stress, slaapproblemen, schaamte, lichamelijke onzekerheden en de angst om zich in de publieke ruimte te begeven. 

Straatintimidatie is hierdoor meer dan alleen een ergernis. Het zorgt ervoor dat vrouwen minder aanwezig zijn op bepaalde plekken en tijdstippen in de publieke ruimte omdat ze zich ervan bewust zijn dat er een risico bestaat op een mogelijke confrontatie. Ervaringen met seksueel overschrijdend gedrag, geweld, of hiervan getuige te zijn geweest, wakkeren deze rationele angst aan.

Gaëtan Mertens, universitair docent bij het departement van klinische psychologie aan Tilburg University, legt uit dat dit vermijdende gedrag onderdeel is van een leerproces: “Wanneer je geïntimideerd wordt op straat, leer je om bepaalde plekken op bepaalde tijdstippen te vermijden. Je leert namelijk dat er een kans bestaat om lastiggevallen te worden in deze omgevingen.”

Slachtoffers reageren wisselend assertief – ‘vechtend’ – of passief – ‘vluchtend’ – op intimiderend gedrag. Het onderzoek van Hastings College stelt dat de meeste vrouwen passief reageren op straatintimidatie. Het negeren van de aanrander, doen alsof de intimidatie niet beledigend is of niet gebeurt, een andere kant op wandelen of juist sneller lopen, lachen en desinteresse veinzen zijn allemaal voorbeelden van passieve responses. Andere vrouwen gebruiken juist assertieve strategieën. Zij confronteren de aanrander en leggen hem bijvoorbeeld uit waarom zijn gedrag onaangenaam is. Daarnaast gebruiken zij veelal non-verbale gebaren – zoals ‘de middelvinger’ – en nemen zij sneller contact op met de politie of een andere instanties. 

“Als je weet hoe je in een bepaalde situatie op een bepaalde manier kunt reageren, heb je een gevoel van controle over deze situatie. Maar als je niet weet hoe je moet reageren, of je hebt de neiging om te verstijven, kan dit het gevoel van bedreiging versterken. Jezelf isoleren en mogelijke gevarenzones zoals de kroeg, het openbaar vervoer of de straat vermijden, kan hier een gevolg van zijn,” legt Mertens uit.

Oplossing

De #metoo-onthullingen zorgen ervoor dat de aandacht voor seksuele intimidatie enorm is gestegen. Toch leiden deze onthullingen ook tot verdeeldheid. Volgens Vranjes staat deze verdeeldheid een oplossing in de weg: “#metoo roept ook weerstand op. Veel mannen voelen zich aangevallen door deze berichten. Zij worden namelijk op negatieve manier op hun genderidentiteit – hun ‘man-zijn’ – aangesproken en verzetten zich tegen het idee dat de man per definitie de dader is.”

Als gevolg hiervan proberen deze mannen zichzelf in waarde te herstellen zodat zij zich beter voelen over hun genderidentiteit. Een problematische ontwikkeling, zegt Vranjes: “We moeten zoeken naar een nieuwe manier waarop we dit probleem benaderen zonder dat er een strijd ontstaat tussen mannen en vrouwen. In plaats van polarisatie moet het collectieve gevoel gestimuleerd worden. Op deze manier ontstaat er een samenleving waarin wij allemaal winnen.”

Mannen moeten dus onderdeel zijn in de strijd tegen genderongelijkheid. “Gelukkig zijn er genoeg mannen die op dit moment al bereid zijn om hieraan mee te werken. Belangrijk is dat ze op een ‘niet te aanvallende manier’ gewezen worden op het probleem van genderongelijkheid en wat zij zelf kunnen doen om voor een betere en veiligere omgeving te zorgen,” stelt Vranjes.

Daarnaast beargumenteert Vranjes dat het belangrijk is om kinderen vroegtijdig te leren elkaars wensen en grenzen te respecteren: “Als kinderen zich ongepast gedragen, omdat zij bijvoorbeeld onfatsoenlijk taalgebruik hanteren of gewelddadig gedrag vertonen, moet er snel ingegrepen worden. Hierdoor leren ze andermans grenzen te herkennen en te waarborgen. De mannen die vrouwen vandaag de dag intimideren op straat, blijven dat doen omdat niemand ze aanspreekt op hun gedrag. Daders krijgen hierdoor het gevoel dat dit kan en mag. Hoe meer (en eerder) we mensen leren om bepaalde gedragingen als onaanvaardbaar te herkennen, des te groter de kans dat omstanders ingrijpen.”

Meedenken over de strijd tegen straatintimidatie? Woensdag 6 april vindt er in de Raadzaal in het Stadhuis in Tilburg een bijeenkomst plaats. Meld je aan via straatintimidatie@tilburg.nl

De genoemde wetenschappelijke resultaten in dit artikel zijn afkomstig uit: “Street Harassment: Current and Promising Avenues for Researchers and Activist” geschreven in 2015 door Dr. Laura S. Logan & “From ‘Ghettoization’ to a Field of Its Own: A Comprehensive Review of Street Harassment Research” geschreven in 2021 door Bianca Fileborn en Tully O’Neill

Advertentie.

Bekijk meer recent nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Univers.